| Caliciviridae | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Calicivirus | ||||||
| Taxonomische indeling | ||||||
| ||||||
| Familie | ||||||
| Caliciviridae | ||||||
| ||||||
Caliciviridae is een familie van (+)ssRNA-virussen waarin dertien verschillende virussen zijn ingedeel. Een van deze calicivirussen kan bij konijnen leiden tot een (fatale) ziekte (VHS, RHD of VHD).
De verschillende virussen ingedeeld onder de Caliciviridae kunnen onder meer – maar niet uitsluitend – gewervelde organismen als (rund)vee en varkens, kippen, reptielen, amfibieën, insecten, dolfijnen en ook mensen infecteren. De overdracht vindt doorgaans plaats via mest of uitwerpselen, besmet groenvoer of ruwvoer, besmette dieren zoals knaagdieren, insecten of andere besmette soortgenoten.
Binnen de Calicivirida zijn in totaal dertien soorten ingedeeld, verdeeld over elf genera.
Hoewel het calicivirus zelf alleen VHS bij konijnen kan veroorzaken, kan het virus worden overgebracht via mest of uitwerpselen, besmet groen- of ruwvoer en besmette dieren (dragers), zoals insecten, knaagdieren of soortgenoten.
Bij het calicivirus onderscheidt men twee verschillende (sub)typen met de navolgende infectiesymptomen:
Een tot twee dagen na infectie krijgen de dieren hoge koorts en sterven.
Bij dit type treden dezelfde symptomen op als bij type 1, maar het ziektebeeld kan hier ook een chronisch verloop hebben waarbij het besmette dier eerst een langere tijd merkbaar ziek zal zijn, waarbij de voornoemde symptomen zich niet direct openbaren.
Vanaf het moment dat het symptomencluster of een deel ervan waarneembaar is en het ziektebeeld zich in het laatste stadium bevindt, krijgt het besmette dier na drie tot vijf dagen levensbedreigende hoge koorts.
Preventie is mogelijk door de dieren jaarlijks te vaccineren. Het vaccin biedt derhalve geen levenslange immuniteit. Vooralsnog is geen effectieve behandeling bekend of beschikbaar wanneer de infectie of besmetting een feit is. Dieren waarbij de infectie of besmetting is geconstateerd, dienen dan ook direct in quarantaine te worden geplaatst.
In Australië werd opzettelijk tweemaal een calicivirus geïntroduceerd tegen de konijnenplaag, onder andere in 1995 na een proef op het eiland Wardang Island, waarbij het virus ontsnapte naar het vasteland. Ook in 2017 werd het virus opzettelijk ingevoerd, in dat geval om de Koreaanse K5-variant. De introductie was nodig toen de konijnen resistent bleken te zijn geworden tegen het myxomatosevirus. De konijnen bleken in 2026 echter ook resistent te gaan worden tegen het calicivirus.