Calkoen (ook: Van Beeck Calkoen) is een Amsterdamseregentenfamilie uit de 17e en 18e eeuw. De Calkoens waren allen lakenververs of kooplieden, zowel op de Levant als op Oost-Indië, maar oefenden ook bestuurlijke functies uit. Ze bleven tot ongeveer 1765 in lakenstoffen handelen.
De Calkoens behoren tot de Nederlandseadel en het patriciaat.
Geschiedenis
De familie Calkoen stamt af van Jan Willemsz. van Dort(h) (ca. 1575-1624). Hij was afkomstig uit het graafschap Zutphen. Jan Willemsz. trouwde te Kleef met de in Deventer geboren Alida Temminck (-1651). Jan Willemsz kwam met een stiefzoon uit het eerste huwelijk van zijn vrouw rond 1600 naar Amsterdam en vestigde zich daar als lakenkoper. Zijn manufactuur lag in de Barber(en)straat, in een pand genaamd De Blauwe Calkoen. Van de huisnaam met een kalkoen in de gevel is de familienaam afgeleid. Het bedrijf was vermoedelijk een voormalig klooster dat bij de Alteratie van Amsterdam in handen van de stad was gekomen en ter beschikking gesteld om de werkgelegenheid te verbeteren.
Jan Willemszoon van Dort(h) werd op 24 mei 1603 tot poorter van de stad Amsterdam ingeschreven onder de naam Jan Willemszoon Calkoen. Hij stierf te Amsterdam 18 sept. 1624. Uit zijn huwelijk met Alida Temminck kwamen zes kinderen voort: Arent (1602-1660), een lakenverver; Willem (1604-1667), een goudsmid; Elisabeth die trouwde met een goudsmit; Engelbert (1609-1669), een bierbrouwer; de lakenverver Claes (1612-1687), en Isaac (1617-1672) een wijnverlater. Vanwege het feit dat van hun dopen geen registratie is gevonden, een aantal huwelijken plaatsvond voor het gerecht en Aeltje en Aswerus, twee kleinkinderen, zich op volwassen leeftijd lieten dopen in de gereformeerde kerk lijkt de conclusie gerechtvaardigd dat de familie aanvankelijk doopsgezind was.
Cornelis Calkoen op bezoek bij de sultan Ahmed III
Nicolaas Calkoen (1753-1817)
Wapen verleend aan Abraham Calkoen, volgens Koninklijk Besluit van 18 april 1828
Kasteel Rhijnestein, tussen 1803 en 2022 bewoond door telgen uit de familie Calkoen
Familierelaties
Jan Willemsz. Calkoen (†1624)
Willem Calkoen (ca. 1604-1671)
Johannes Wilhelm Calkoen (1628-1677)
Wilhelmus Calkoen (1664-1738)
ds. Johannes Calkoen (1709-1778)
ds. Wilhelmus Jabes Calkoen (1735-1802)
prof. dr. Jan Frederik van Beeck Calkoen (1772-1811), hoogleraar; trouwde in 1803 met Isabella van Westrenen, vrouwe van Rijnesteyn (1778-1846) waardoor Kasteel Rhijnestein in de familie Calkoen kwam
mr. Alphert Willem Jabes van Beeck Calkoen (1946), burgemeester van Baflo en Hengelo; trouwde in 1973 met Louise Elise van Dam van Isselt (1948), telg uit het geslacht Van Dam van Isselt en dochter van diplomaat Edmond Willem Pieter van Dam van Isselt (1915-2005)
Johan Adriaan Paulus van Beeck Calkoen (1912-1992), medewerker AKZO
mr. Adrienne Johanna Margaretha van Beeck Calkoen (1948), oud-rechter; trouwde in 1970 met drs. Willem Breedveld (1945-2010), journalist en docent
Mr. Willem Jabes van Beeck Calkoen (1806-1895), heer van Rhijnestein, hoogheemraad en heemraad, bewoner van huis Steenisweerd te Cothen
Paulina Johanna Maria van Beeck Calkoen (1837-1865); trouwde in 1860 met jhr. mr. Carel Cypriaan Gerard de Pesters (1869-1915), burgemeester van Wijk bij Duurstede en telg uit het geslacht De Pesters
Willem Aarnoud van Beeck Calkoen, (1846-1925) heer van Rhijnestein, bestuurder en burgemeester van Cothen en Langbroek, lid van Provinciale Staten van Utrecht, bewoner van Kasteel Rhijnestein
Jacob Theodoor van Beeck Calkoen (1881-1958), bankdirecteur
Henriëtta Maria Jacoba Hugonia van Beeck Calkoen (1913-1984), bibliothecaresse; was tussen 1946 en 1953 getrouwd met Alexander Voormolen (1895-1980), componist
Jacob Theodoor Hugo van Beeck Calkoen (1916-1974), laboratoriumdirecteur
Anna Helena van Beeck Calkoen (1945-1994), beeldend kunstenaar
Andries Calkoen (1668-1739), uit wie nog een bloeiende tak Calkoen
Claes Calkoen (1612-1687) uit de Niezel trouwde in 1634 met Elisabeth Danckerts, dochter van de Amsterdamse stadstimmermanCornelis Danckerts uit de Nieuwe Doelenstraat. Elisabeth baarde dertien kinderen. Claes was voor zijn ondertrouw overgegaan naar de gereformeerde kerk en maakte zodoende meer kansen op een bestuurlijke carrière dan zijn broers. Hij was een roodverver, werkte samen met zijn broers Arent en Engelbert. Zijn lakenververij de Calkoen lag aan Bloemgracht 134. Hij woonde aanvankelijk op Niezel, maar verhuisde naar de Keizersgracht, de Herengracht en uiteindelijk naar het huis van zijn schoonvader. Zijn kinderen trouwden met leden van bekende Amsterdamse regentengeslachten als Haeck, Slicher, en Trip.
jhr. mr. Nicolaas Calkoen, heer van Kortenhoef (1753-1817), schepen, raad in de Admiraliteit van Amsterdam, directeur van de Sociëteit van Suriname (1784-17), getrouwd met Sara Maria van Loon (1761-1806). Op 24 november 1816 werd Calkoen door koning Willem I in de adelstand verheven waarmee hij het predicaat jonkheer verkreeg en uit wie de oudste Nederlandse adellijke tak die in 1876 uitstierf.
mr. Abraham baron Calkoen (1774-1849). Hij werd op 20 februari 1816 verheven in de Nederlandse adel en verkreeg op 18 april 1828 de titel van baron bij eerstgeboorte. Uit hem stamt de jongste Nederlandse adellijke tak die thans nog nakomelingen kent.
Abraham baron Calkoen (1797-1873), raad en generaalmeester van 's Rijks munt, houtvester van Utrecht
Jhr. Godert Theodoor Adriaan Calkoen (1825-1900), rijksontvanger te Utrecht
Cornelis Calkoen (1673-1721) schepen, trouwde met Jacoba Bors van Waveren (1666-1754), de zuster van Cornelis Bors van Waveren (zij liet 1,4 miljoen na aan haar kleinkinderen)