Caporalato

Caporalato is in Italië de benaming voor een systeem van illegale arbeidsbemiddeling waarbij een tussenpersoon, een zogenoemde caporale (meervoud: caporali), arbeidskrachten werft of organiseert voor werkgevers, doorgaans onder uitbuitende arbeidsvoorwaarden. Het verschijnsel wordt vooral geassocieerd met seizoensarbeid in de landbouw, maar arbeidsuitbuiting en illegale arbeidsbemiddeling waarop de term wordt toegepast komen ook in andere economische sectoren voor, waaronder bouw, transport, logistiek en zorg.

Bij caporalato vormt de caporale een schakel tussen arbeidskrachten en de feitelijke werkgever. De tussenpersoon kan behalve de werving en verdeling van werk ook het vervoer van arbeiders en andere praktische voorzieningen organiseren. Vooral arbeidsmigranten in een kwetsbare juridische, economische of sociale positie kunnen daardoor afhankelijk worden van informele bemiddelaars. Onderzoek naar het verschijnsel benadrukt echter dat de precieze verhoudingen tussen werknemers, tussenpersonen en werkgevers uiteenlopen en dat caporalato niet uitsluitend kan worden verklaard door het handelen van individuele caporali.

Sinds 2011 kent het Italiaanse strafrecht met artikel 603-bis van het Italiaans Wetboek van Strafrecht een specifiek delict inzake illegale arbeidsbemiddeling en arbeidsuitbuiting. De regeling werd in 2016 ingrijpend gewijzigd door wet nr. 199 van 29 oktober 2016, die zowel illegale tussenpersonen als werkgevers die onder bepaalde omstandigheden uitgebuite arbeid inzetten strafbaar stelt.

Ontwikkeling en kenmerken

Systemen van informele arbeidsbemiddeling door tussenpersonen hebben een lange geschiedenis in de Italiaanse landbouw. Socioloog Domenico Perrotta beschrijft caporalato als een historisch gegroeid systeem dat in het bijzonder verbonden is geweest met de landbouw in Zuid-Italië en dat in de loop van de twintigste en eenentwintigste eeuw veranderde door ontwikkelingen op de arbeidsmarkt en internationale migratie. De opkomst van buitenlandse arbeidskrachten heeft daarbij ook de samenstelling van de groep tussenpersonen veranderd; naast Italiaanse caporali zijn tussenpersonen met een migratieachtergrond actief geworden.

In de landbouw sluit het systeem aan bij de behoefte aan grote aantallen arbeidskrachten gedurende relatief korte oogstperioden. De caporale werft arbeiders en brengt hen naar landbouwbedrijven of verdeelt hen over werkgevers en werkploegen. In sommige situaties is de bemiddelaar eveneens betrokken bij vervoer, huisvesting of andere diensten waarvan werknemers afhankelijk zijn. De aard van de relatie tussen arbeidskracht en tussenpersoon verschilt echter per gebied en arbeidscontext. Onderzoekers waarschuwen daarom tegen een voorstelling waarin iedere tussenpersoon dezelfde positie inneemt of waarin alle betrokken arbeiders uitsluitend als passieve slachtoffers worden beschreven.

De Italiaanse overheid omschrijft caporalato als illegale bemiddeling bij de selectie, werving en organisatie van arbeidskrachten, vaak in combinatie met arbeidsuitbuiting. In de praktijk kan de uitbuiting onder meer betrekking hebben op lonen, arbeidsduur, rusttijden, veiligheid en gezondheid of menswaardige arbeids- en woonomstandigheden.

Landbouw en arbeidsmigratie

Caporalato heeft bijzondere aandacht gekregen in onderzoek naar de Italiaanse landbouw, onder meer in Apulië, Basilicata en Sicilië. Onderzoek in de omgeving van Foggia beschrijft bijvoorbeeld de rol van arbeidsbemiddelaars bij de inzet van migranten in de tomatenteelt. Emilia Melossi plaatst die bemiddeling binnen een bredere productieketen waarin ook de positie van landbouwbedrijven, prijsdruk en de kwetsbare positie van werknemers een rol spelen.

Buitenlandse arbeidskrachten vormen een belangrijk deel van de Italiaanse agrarische beroepsbevolking. Een kwetsbare verblijfsstatus, beperkte toegang tot regulier werk en vervoer, gebrekkige kennis van arbeidsrechten en de afstand tussen woonplaatsen en landbouwbedrijven kunnen de afhankelijkheid van informele arbeidsbemiddeling vergroten.

Onderzoekers verbinden de kwetsbaarheid van arbeidsmigranten daarnaast aan bredere factoren zoals migratieregels, seizoensgebonden werk, informele arbeid en de organisatie van de agrovoedingsketen. Daarmee wordt caporalato in deze literatuur niet alleen als een probleem van criminele tussenpersonen beschouwd, maar ook als een verschijnsel dat kan worden bevorderd door structurele kenmerken van de arbeidsmarkt en productieketen.

Woon- en leefomstandigheden

De arbeidsuitbuiting in de landbouw kan samengaan met slechte huisvesting. In verschillende landbouwgebieden verblijven seizoensarbeiders in informele nederzettingen, soms zonder adequate toegang tot water, elektriciteit, sanitair en andere basisvoorzieningen.

Een landelijk onderzoek van het Italiaanse ministerie van Arbeid en de Italiaanse vereniging van gemeenten Associazione Nazionale Comuni Italiani (ANCI), gepubliceerd in 2022, stelde vast dat ten minste 10.000 migranten die in de landbouw werkten in informele nederzettingen verbleven. Het onderzoek was gebaseerd op informatie van ongeveer de helft van de Italiaanse gemeenten.

Slechte woonomstandigheden zijn niet op zichzelf voldoende om van caporalato te spreken. De Italiaanse regelgeving behandelt arbeidsuitbuiting aan de hand van een combinatie van omstandigheden. Bij dwang door bijvoorbeeld geweld, bedreiging, het afnemen van identiteitsdocumenten of het beperken van de bewegingsvrijheid kan arbeidsuitbuiting volgens de Italiaanse overheidsvoorlichting de ernstigere vorm van dwangarbeid aannemen.

Strafrechtelijke aanpak

Artikel 603-bis van het Italiaanse Wetboek van Strafrecht, betreffende intermediazione illecita e sfruttamento del lavoro (illegale arbeidsbemiddeling en arbeidsuitbuiting), werd in 2011 ingevoerd bij artikel 12 van wetsdecreet nr. 138 van 13 augustus 2011. De oorspronkelijke regeling was in sterke mate gericht op georganiseerde illegale bemiddeling waarbij werknemers door geweld, bedreiging of intimidatie werden uitgebuit.

Wet nr. 199 van 29 oktober 2016 wijzigde artikel 603-bis aanzienlijk. De bepaling omvat sindsdien zowel degene die arbeidskrachten werft om hen bij derden onder uitbuitende omstandigheden te laten werken als degene die arbeidskrachten gebruikt, in dienst neemt of tewerkstelt onder uitbuitende omstandigheden en daarbij misbruik maakt van hun behoeftige positie.

De wet noemt verschillende omstandigheden die als aanwijzingen voor uitbuiting kunnen gelden. Daartoe behoren herhaalde betaling van lonen die duidelijk afwijken van toepasselijke collectieve arbeidsovereenkomsten of niet in verhouding staan tot het verrichte werk, herhaalde schendingen van regels inzake arbeids- en rusttijden, overtredingen van voorschriften voor veiligheid en gezondheid en het onderwerpen van werknemers aan vernederende arbeidsomstandigheden, toezichtmethoden of huisvesting.

Geweld of bedreiging vormt binnen het huidige artikel een verzwarende omstandigheid en is daardoor niet vereist voor iedere toepassing van het basisdelict. Wet 199/2016 bevat daarnaast maatregelen die verder gaan dan strafrechtelijke repressie, waaronder bepalingen die preventie en ondersteuning van werknemers beogen.

Overheidsbeleid

In februari 2020 keurde de Italiaanse regering het Piano triennale di contrasto allo sfruttamento lavorativo in agricoltura e al caporalato 2020–2022 goed. Het plan combineerde preventie, toezicht en handhaving met bescherming, hulpverlening en sociale en arbeidsgerelateerde re-integratie van slachtoffers. Het programma bevatte tien prioritaire acties en bracht nationale en lokale overheden, werkgevers- en werknemersorganisaties en maatschappelijke organisaties samen.

Het hiervoor opgerichte nationale overlegorgaan, het Tavolo operativo per la definizione di una nuova strategia di contrasto al caporalato e allo sfruttamento lavorativo in agricoltura, coördineert de nationale aanpak. Na eerdere tijdelijke verlengingen werd dit orgaan in 2025 permanent gemaakt.

Onderzoek naar deze aanpak wijst erop dat het Italiaanse beleid zich sinds 2016 niet uitsluitend op strafrechtelijke bestrijding richt, maar ook op preventie en samenwerking met vakbonden, maatschappelijke organisaties en andere lokale actoren. Tegelijkertijd worden in de wetenschappelijke literatuur de beperkingen van een uitsluitend repressieve aanpak benadrukt en worden onderliggende factoren zoals migratiebeleid, informele arbeid, huisvesting en economische verhoudingen binnen voedselketens genoemd.

Begripsdiscussie

Hoewel caporalato in het publieke debat vaak wordt gebruikt als algemene verklaring voor uitbuiting van migranten in de Italiaanse landbouw, is de afbakening in de wetenschappelijke literatuur onderwerp van discussie. Margaret Renata Neil en Federica Cerruti stellen op basis van veldonderzoek in Apulië en Sicilië dat een eenzijdige nadruk op gewelddadige individuele tussenpersonen een complexere werkelijkheid kan versimpelen en tevens bestaande beeldvorming over migranten en Zuid-Italië kan versterken.

Ook ander onderzoek wijst erop dat de rol van caporali niet los kan worden gezien van werkgevers en de economische organisatie van de landbouw. Fabio Poppi en Giovanni Travaglino beschreven bovendien dat uitgebuite werknemers uiteenlopende en soms ambivalente relaties met tussenpersonen kunnen ontwikkelen, waarbij afhankelijkheid, aanpassing en verzet naast elkaar voorkomen. Het begrip verwijst daarom in enge zin naar illegale arbeidsbemiddeling door een tussenpersoon, terwijl het in beleid, media en onderzoek ook wordt gebruikt in bredere discussies over arbeidsuitbuiting.

Literatuur

Zie ook

Zie de categorie Caporalato van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.