| Cepobaculum | ||||||||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Cepobaculum capra | ||||||||||||||||||||
| Taxonomische indeling | ||||||||||||||||||||
| ||||||||||||||||||||
| Geslacht | ||||||||||||||||||||
| Cepobaculum M.A.Clem. & D.L.Jones (2002) | ||||||||||||||||||||
| Typesoort | ||||||||||||||||||||
| Cepobaculum canaliculatum (R.Br.) M.A.Clem. & D.L.Jones (2002) = Dendrobium canaliculatum R.Br. | ||||||||||||||||||||
| ||||||||||||||||||||
Cepobaculum is een geslacht met acht soorten orchideeën uit de onderfamilie Epidendroideae. Het is afgesplitst van Dendrobium.
Het zijn kleine epifytische orchideeën uit moerassen en open, vochtige regenwouden van Zuidoost-Azië, Australië en Nieuw-Guinea. Ze worden gekenmerkt door vlezige, cilindrische bladeren en talrijke, opvallend gekleurde bloemen.
Cepobaculum-soorten zijn kleine epifytische orchideeën met korte, spoelvormige, groene tot bruine pseudobulben, met op de top enkele vlezige, cilidrische, groen- tot paarsgekleurde lijnvormige bladeren met spitse toppen en een zijstandige, rechtopstaande of afhangende dicht bebloemde tros met spectaculair gekleurde, langlevende en (wel)riekende bloemen.
Cepobaculum-soorten groeien voornamelijk op bomen (dikwijls op Melaleuca-soorten) in moerassen en vochtige, open regenwouden. Ze komen voor in Indonesië, het noorden van Australië, Nieuw-Guinea en de Kleine Soenda-eilanden.
Cepobaculum is in 2002 van het geslacht Dendrobium sectie Spatulata afgesplitst door Clements en Jones .
Het geslacht zoals beschreven door Clements en Jones telt acht soorten. De typesoort is Cepobaculum canaliculatum.