
De Cessna 401 en 402 zijn een familie van Amerikaanse tweemotorige laagdekker passagiers- en zakenvliegtuigen met intrekbaar landingsgestel. Het toestel met zes tot tien zitplaatsen maakte zijn eerste vlucht op 26 augustus 1965.
De ontwikkeling van de 401/402 serie was in eerste instantie geïnitieerd om de nadelen weg te nemen waar hun voorganger, de Cessna 411, mee kampte: slechte single-engine handling en hoge onderhoudskosten van de problematische 250 kW Continental GTSIO-520 ('G' staat voor Geared) motoren met reductie-tandwielkast.
De 401 en 402 serie werd tussen 1966 en 1985 geproduceerd onder de naam Utiliner en Businessliner. De toestellen werden voortgedreven door twee 220 kW turbogeladen Continental TSIO-520-VB direct drive (zonder tandwielkast) zescilinder boxermotoren. Alle zitplaatsen waren eenvoudig te verwijderen, zodat de gehele cabine voor vracht kon worden gebruikt. De 401 en 402 hadden geen drukcabine. De 401 en de 402 waren niet de snelste vliegtuigen in hun klasse, maar konden uitstekend concurreren met vergelijkbare twins op hun lage aanschafprijs en bescheiden onderhoudskosten.
Tussen 1975 en 1982 had Rijkswaterstaat Dienst Noordzee een Cessna 402B in dienst als patrouille vliegtuig met aan boord een groep waarnemers en een fotograaf om schepen op te sporen en vast te leggen die bijvoorbeeld olie loosden in zee. De Cessna 402B werd opgevolgd door een grotere Cessna 404 Titan.


De 402 serie stond aan de basis van de grotere Cessna 404 Titan (met 2 x 280 kW zuigermotoren), de Cessna 414 (met drukcabine en 2 x 230 kW zuigermotoren) en de Cessna 441 Conquest II (met drukcabine en 2 x 475 kW turbopropellers).


Prestaties:
Dit artikel of een eerdere versie ervan is een (gedeeltelijke) vertaling van het artikel Cessna_402 op de Engelstalige Wikipedia, dat onder de licentie Creative Commons Naamsvermelding/Gelijk delen valt. Zie de bewerkingsgeschiedenis aldaar.