Ceylonfluitlijster

Ceylonfluitlijster
IUCN-status: Bedreigd (2025)
Mannetje
Taxonomische indeling
Rijk:Animalia (Dieren)
Stam:Chordata (Chordadieren)
Klasse:Aves (Vogels)
Orde:Passeriformes (Zangvogels)
Familie:Muscicapidae (Vliegenvangers)
Geslacht:Myophonus (Fluitlijsters)
Soort
Myophonus blighi
(Holdsworth, 1872)
Verspreidingsgebied van de Ceylonfluitlijster (geel omrand).
Afbeeldingen op Wikimedia Commons
Ceylonfluitlijster op Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Vogels

De ceylonfluitlijster (Myophonus blighi) is een zangvogel uit de familie Muscicapidae (vliegenvangers). Het is een bedreigde, endemische vogelsoort in Sri Lanka. Deze vogel is genoemd naar de Britse koffieplanter Samuel Bligh (1837-1913) die het holotype had geschoten.

Kenmerken

Vrouwtje

De vogel is 20 cm lang. Het mannetje is donker bruinzwart met een donkerblauwe glans vooral rond het oog en de ondervleugeldekveren. Het vrouwtje is dofbruin met een blauw vlekje op de bovenvleugel.

Verspreiding en leefgebied

De ceylonfluitlijster is endemisch in het zuidwesten van Sri Lanka, waar de soort voorkomt in drie van elkaar gescheiden gebieden met overgebleven bergbos. Het is een teruggetrokken, op de bodem levende vogel van dicht montaan regenwoud op een hoogte tussen circa 840 en 2.180 m, doorgaans in de buurt van beken in rotsige ravijnen en kloven. De soort wordt beschouwd als bijzonder gevoelig voor verstoring of degradatie van het bos.

Voedsel en voortplanting

De ceylonfluitlijster broedt van januari tot mei en mogelijk opnieuw in september. Het nest wordt geplaatst op rotsrichels naast watervallen of stroomversnellingen, en ook in boomvorken. Het dieet bestaat uit ongewervelden en kleine gewervelden; gedocumenteerd is onder meer de predatie van de eveneens endemische en bedreigde hagedis Ceratophora tennentii.

Status

De ceylonfluitlijster heeft een beperkt verspreidingsgebied (extent of occurrence circa 6.650 km²) en daardoor is de kans op uitsterven aanwezig. De grootte van de populatie werd in 2021 geschat op 325 tot 2.250 volwassen individuen, verdeeld over drie subpopulaties, en wordt langzaam in aantal afnemend geacht.

De belangrijkste bedreiging is grootschalige ontginning en degradatie van bossen, vooral in de natte zone, door houtkap, brandhoutwinning, omzetting tot landbouwgrond en theeplantages, mijnbouw naar edelstenen en menselijke bewoning. Doordat de soort gebonden is aan hooggelegen bossen kan zij daarnaast gevoelig zijn voor de gevolgen van klimaatverandering. In 1990 werd een moratorium op houtkap in de natte zone ingesteld, waardoor het verlies van geschikt bos sterk is afgenomen; een groot deel van de overgebleven habitat ligt binnen beschermde gebieden. Op de Rode Lijst van de IUCN staat de soort als bedreigd (assessment 2025, criterium C2a(i)).