
De familie Changuion is een familie van Franse oorsprong met takken in Nederland, Frankrijk en Zuid-Afrika. Met wortels die teruggaan tot ten minste de 16e eeuw – en eerdere vermeldingen die terugreiken tot de 15e eeuw – staat de familie bekend om haar bijdragen aan de uitgeverij, diplomatie, onderwijs, bestuur, religie en de kunsten. Oorspronkelijk hugenoten uit de Champagnestreek, vluchtten leden van de familie in de 17e eeuw voor religieuze vervolging en vestigden zich in protestantse gebieden zoals Nederland en Duitsland. Een lid van de familie, François Daniël Changuion, werd in 1815 in de Nederlandse adel verheven vanwege zijn rol in de oprichting van het Koninkrijk der Nederlanden. Tegenwoordig wonen afstammelingen van de familie verspreid over Europa, Zuidelijk Afrika, de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk, Australië, Nieuw-Zeeland en daarbuiten.
De achternaam "Changuion" (uitspraak: ʃɑ̃ɡɥijɔ̃) vindt mogelijk haar oorsprong in de gemeente Champguyon een dorp in de Brie-regio van Champagne, Frankrijk. Historische documenten tonen aan dat de naam van het dorp door de eeuwen heen geëvolueerd is, met gedocumenteerde vormen zoals Campus Guidonis (1161), Champ-Guidonis, Cham-Guion (1252), Changuon (eind 13e eeuw), Champguion (1395) en Changuyon (1804), wat een taalkundige ontwikkeling weerspiegelt die mogelijk ook ten grondslag ligt aan de familienaam.
De vroegst bekende vermeldingen van de achternaam zelf dateren uit 1416, toen een Professor François Changuion vermeld werd als docent anatomie aan de Universiteit van Parijs. Er zijn ook verwijzingen naar leden van de familie Changuion die in het begin van de 16e eeuw in Toulouse woonden. Hoewel deze personen niet direct verbonden zijn met de gedocumenteerde familielijn, getuigen zij van de langdurige aanwezigheid van de familienaam in Frankrijk.
Een van de eerste historisch traceerbare leden van de familie verschijnt in 1562, tijdens het bloedbad van Wassy, een stad in de voormalige Franse provincie Champagne. Pierre Changuion wordt genoemd als een van de protestantse (Hugenoten) kerkgangers die aangevallen werden door rooms-katholieke troepen.
In de decennia na deze gebeurtenis verhuisden sommige familieleden van Pierre naar Vitry-le-François. Als leden van de bourgeoisie verlieten velen Frankrijk rond de herroeping van het Edict van Nantes in 1685, vanwege de daaropvolgende religieuze vervolgingen, en vestigden zich in naburige protestantse landen. Tegenwoordig wonen er nog steeds leden van de familie Changuion in de regio van Frankrijk waar de familie oorspronkelijk vandaan komt.[(sinds) wanneer?]
Een van de Nederlandse takken van de familie kwam voort uit een zoon van Pierre Changuion uit Wassy. Deze tak vestigde zich in Leiden in Nederland nadat ze Wassy in 1686 had verlaten en raakte betrokken bij de textielindustrie. Deze tak van de familie zou uiteindelijk de advocaat, schrijver en administrateur Pierre-Jean Changuion (1763-1820) voortbrengen, die in 1804 als gouverneur van Curaçao en Onderhorigheden werd aangesteld. In de negentiende eeuw stierf deze tak in mannelijke lijn uit.
Een andere Nederlandse tak van de familie Changuion, waaruit ook de Zuid-Afrikaanse tak voortkomt, stamde af van een zoon van de bovengenoemde Pierre Changuion, ook wel Pierre de jongere genoemd, die in 1634 in Wassy werd begraven. Een kleinzoon van laatstgenoemde Pierre, genaamd Daniel Changuion, werd geboren in Wassy in 1630 en vestigde zich in Vitry-le-Francois, waar hij koopman was. Na de herroeping van het Edict van Nantes in 1685 vestigde Daniel Changuion zich in Halle (Saale) in Duitsland met zijn zoon Jean, die rond 1660 in Vitry was geboren. Een zoon van Jean Changuion, genaamd François (1694-1777) werd gedoopt in Frankfurt (Oder) in 1694 en verhuisde omstreeks 1717 naar Amsterdam waar hij poorter en boekverkoper was. In 1724 richtte Francois een drukkerij op, die zeer succesvol zou worden.
Een van François' kleinzonen, François Daniël Changuion (1766-1850), werd op 16 september 1815 in de Nederlandse adelstand verheven vanwege zijn rol als secretaris van de voorlopige regering van Nederland (het Driemanschap onder Van Hogendorp) in 1813. Als zodanig wordt hij beschouwd als een van de grondvesters van het Koninkrijk der Nederlanden. Zijn verheffing tot de adel verleende hem en zijn nakomelingen het recht om het predicaat jonkheer en jonkvrouw te voeren. Als lid van de adel kreeg hij het recht om een kroon in het helmteken van zijn familiewapen te voeren.
In 1823 werd hij bij verstek veroordeeld wegens een vermogensmisdrijf. Twee jaar later, in 1825, werd in Nederland de eerste lijst samengesteld van personen behorende tot de adel. Alleen de kinderen van F.D. Changuion die vóór 27 februari 1823 (de datum van zijn veroordeling) waren geboren, en niet hijzelf, werden op deze lijst vermeld. Deze kinderen bleven deel uitmaken van de adel en konden deze status doorgeven aan hun nakomelingen. Dit is ook het offisiële standpunt van de overheid in Nederland.
Juridisch geleerde Briët betoogde in 2019 ook dat F.D. Changuion niet zou zijn ontadeld. Er is nooit een aan hem gericht besluit genomen, inhoudende, dat zijn adeldom zou zijn vervallen. Bovendien stelde hij dat royement niet berust op enige wettelijke regeling of andere rechtsgrond. Desalniettemin wordt deze mening van Briët niet door iedereen gedeeld; F.D. Changuion werd na 1825 in het algemeen geacht niet meer tot de Nederlandse adel te behoren.
Een van François Daniëls zonen, Antoine Changuion (1803-1881), verhuisde in 1831 naar Kaapstad, Zuid-Afrika om een professoraat te aanvaarden aan het Zuid-Afrikaanse Athenaeum (opgericht in 1829, later bekend als het South African College en tegenwoordig als de Universiteit van Kaapstad). Hij had negen kinderen en hieruit stamt een uitgebreid nageslacht, waarvan sommige leden tot de Nederlandse adel behoren.
Uit Antoine ontsproten twee belangrijke takken van de familie in Zuid-Afrika: één via zijn zoon Louis Annes Changuion (1840–1910), van wie alle Zuid-Afrikaanse Changuions tegenwoordig afstammen en die de adellijke lijn voortzetten; en een andere via zijn zoon Abraham Arnoldus Faure Changuion (1835–1877), de stamvader van de familie Chanquin.
Abraham ging een verbintenis aan met een vrouw genaamd Maggie, die van Maleis-Portugese afkomst was. Hoewel de precieze aard van hun relatie onduidelijk blijft, vond deze plaats in een tijd waarin gemengde huwelijken in de Kaap, hoewel niet onwettig, vaak werden ontmoedigd binnen de koloniale en adellijke Europese samenleving. Er wordt aangenomen dat hun nakomelingen de achternaam Chanquion aannamen, later geschreven als Chanquin, mogelijk als reactie op sociale druk of als een daad van zelfdefiniëring.
Het familiewapen wordt beschreven als: in blauw, een morenkop van natuurlijke kleur, vergezeld boven van twee gouden vlammende sterren en beneden van een zilveren wassenaar. Voor de adellijke tak: een halfaanziende helm met een kroon van drie bladeren en twee parels. Dekkleden: blauw, gevoerd met goud. Helmteken: een ster uit het schild. De voorouderlijke wapenspreuk: Zèlé pour la Foi et le Roi ("IJver voor het geloof en de koning") in zwarte letters op een wit lint.
Volgens een eeuwenoude familietraditie werden de vluchtende Changuions tijdens de godsdienstvervolging verborgen door moslims. Een andere bron stelt dat de morenkop mogelijk afkomstig is uit de tijd van de kruistochten. Hoe dan ook, als uiting van dankbaarheid werd een morenkop (een gevestigd heraldisch symbool dat historisch met moslims wordt geassocieerd) aan het familiewapen toegevoegd.