| Antoine Nicolas Ernest Changuion | ||
|---|---|---|
Antoine Changuion | ||
| Algemene informatie | ||
| Geboren | 15 december 1803 ’s-Gravenhage, Nederland | |
| Overleden | 14 oktober 1881 | |
| Nationaliteit | Nederlands | |
| Beroep | opvoedkundige, taalkundige, publicist, politicus | |
| Familie | ||
| Ouders | François Daniël Changuion; Henriëtta Wilhelmina Hartingh | |
| Vader | François Daniël Changuion | |
| Kinderen | 9 | |
Jonkheer Antoine Nicolas Ernest Changuion (A.N.E. Changuion) (Den Haag, 15 december 1803 – Lörrach, 14 oktober 1881) was een Nederlands opvoedkundige, taalkundige en publicist actief in de Kaapkolonie. Hij geldt als een vroege pleitbezorger van het Nederlands aan de Kaap in een periode van toenemende verengelsing en als vroege beschrijver van het (Kaaps-)Nederlands dat later in verband is gebracht met het ontstaan van het Afrikaans.
De familie Changuion is van hugenootse oorsprong en vestigde zich na de herroeping van het Edict van Nantes (1685) onder meer in de Nederlanden. Changuion was een zoon van François Daniël Changuion (1766-1850), politicus en diplomaat, en Henriëtta Wilhelmina Hartingh. Zijn vader werd in 1815 in de Nederlandse adel verheven met het predicaat jonkheer.
In 1932 trad Antoine Changuion te Kaapstad in het huwelijk met Magdalena Elizabeth Faure (1814-1890), dochter van Abraham Faure en Susanna Martha Smuts.
Uit dit huwelijk werden negen kinderen geboren:
Door financiële problemen in het gezin verhuisde Changuion in 1820 met zijn familie naar Offenbach am Main, waar hij onder meer Duits leerde en zich verdiepte in Duitse letterkunde. In 1828 schreef hij zich in aan de Universiteit Leiden als student in letteren en theologie.
In 1831 vertrok Changuion naar Kaapstad om aan het Zuid-Afrikaans Athenaeum (opgericht 1829; later South African College) les te geven in klassieke en moderne talen, met bijzondere aandacht voor Nederlandse letterkunde.

Changuion publiceerde en doceerde in een context waarin het Engels in bestuur en onderwijs steeds dominanter werd. In 1842 nam hij ontslag bij het Athenaeum en richtte in Kaapstad een eigen onderwijsinstituut op, waar hij meertalig onderwijs (o.a. Nederlands en Engels) bevorderde.
Changuions bekendste werk is De Nederduitsche Taal in Zuid-Afrika hersteld (1844; herziene uitgave 1848), waarin hij onder meer een Proeve van Kaapsch Taaleigen opnam. Dit onderdeel riep in zijn tijd kritiek op, onder meer van J. Suasso de Lima, maar werd later gebruikt als vroege bron voor taalontwikkeling aan de Kaap.
Changuion mengde zich in publieke debatten in de Kaapkolonie, onder meer rond onderwijs, taal en bestuur. Hij schreef ook over kerkelijke vraagstukken en verdedigde een meer liberale benadering van theologie, wat leidde tot controverse binnen kerkelijke kringen.
In 1865 keerde Changuion met zijn vrouw, twee dochters en zijn zuster terug naar Europa. Hij werkte daarna als docent in onder meer Duitsland en Zwitserland en overleed in 1881 in Lörrach.
Enkele publicaties:
| Jaar | Publicatie |
|---|---|
| 1842 | Geslachtswijzer der Nederlandsche taal |
| 1843 | First Book of Exercises for the use of the Dutch classes in the Government Schools and in the mission and other schools receiving aid from the Colonial Treasury |
| 1844 | De Nederduitsche Taal in Zuid-Afrika hersteld, zijnde eene handsleiding tot de kennis dier taal, naar de plaatselijke noodzaak van heeft land gewijzigd |
| 1846 | Elements of Translation in easy lessons |
| 1854 | Bezwaren tegen heeft oprigten eener theologische kweekschool in deze volksplanting, eene reeks van brieven, oorspronkelijk geplaatst in de ‘Zuid-Afrikaan’ |
| 1863 | Nagalmen |