Charles-Marie Himmer

Charles-Marie Alfred Joseph Ghislain Himmer
Charles-Marie Himmer (1949)
Charles-Marie Himmer (1949)
Bisschop van de Rooms-Katholieke Kerk
Wapen van een bisschop
Geboren 10 april 1902
Plaats Dinant
Overleden 11 januari 1994
Plaats Soleilmont (Fleurus)
Wijdingen
Priester 15 augustus 1926
Bisschop 24 februari 1949
Voorganger Etienne Carton de Wiart
Opvolger Jean Huard
Portaal  Portaalicoon   Christendom

Charles-Marie Alfred Joseph Ghislain Himmer (Dinant 10 april 1902, Soleimont, Fleurus, 11 januari 1994) was een Belgische rooms-katholiek geestelijke: de 98e bisschop van Doornik.

Biografie

Charles-Marie Himmer, beter gekend als Carlos Himmer, was een zoon van Adrien Edgard Himmer (°1873 †1939) en Helena Louisa Zoë Laurent (°1874 †1954). Hij werd priester gewijd op 15 augustus 1926. Tweeëntwintig jaren later, op 29 december 1948, volgde zijn aanstelling als bisschop van Doornik ; de wijding vond plaats op 24 februari 1949 in de Doornikse kathedraal.
Na zijn opruststelling op 75-jarige leeftijd, werd hij op 2 juli 1977 bisschop emeritus.

Hij overleed op 11 januari 1994, in de abdij van Soleilmont.

Onderwijs

Carlos Himmer volgde in zijn geboortestad de Grieks-Latijnse Humaniora, in de hogeschool Onze-Lieve-Vrouw van Bellevue (Frans: Collège Notre-Dame de Bellevue).
Als zoon van een bedrijfsleider leefde de kwestie van de relatie tussen patronaat en arbeiders voortdurend in zijn geest.

Op het einde van zijn middelbare studies voelde hij zich geroepen tot een leven als geestelijke. Bijgevolg vatte hij in het seminarie van Rome de priesteropleiding aan. Het verblijf in deze stad sterkte hem voor een leven in dienst van de Katholieke Kerk. Nadat hij aan de Gregoriaanse Universiteit het doctoraat in de filosofie en de theologie had behaald, werd hij op 15 augustus 1926 door Mgr. Heylen te Namen priester gewijd.

Leven en werken

Onmiddellijk na zijn wijding werd Carlos Himmer te Beauraing aangesteld als kapelaan (onderpastoor). Deze aanstelling betekende een belangrijke opluchting, vermits de voortdurende inspanningen en de langdurige studies op hem begonnen te wegen. In 1929 werd hij naar het Klein Seminarie van Floreffe gezonden om er hoogleraar filosofie te worden. In deze functie pleitte hij (conform met de gedachtegang van kardinaal Mercier) voor een studie en interpretatie van het Thomisme, volgens moderne opvattingen als oplossing voor eigentijdse problemen. Onder zijn impuls werd ook het vak Latijnse taal uit het studiepakket van de seminaristen vervangen door een diepgaande studie van de Franse taal.
Sedert september 1924 zette Himmer zich ook in, voor katholieke jeugdactiviteiten. Hij deed zulks onvermoeibaar, zodanig dat de bisschop van Namen, Mgr. Charue, hem onthief van het hoogleraarsambt en hem de leiding van de jeugdwerken in het bisdom toevertrouwde, evenals de organisatie van een volksschool in Namen.

In maart 1947 werd Himmer benoemd als ere-kanunnik van de Sint-Albanuskathedraal te Namen terwijl zijn meerdere, Mgr. Charue, er reeds over nadacht om zich door Himmer te laten opvolgen voor het bisschopsambt.

Op paasdag 1948 werd Himmer ter vervanging van kanunnik Kaisin aangesteld als directeur van het Klein Seminarie van Floreffe. Deze taak vervulde hij slechts korte tijd, vermits hij datzelfde najaar door Paus Pius XII werd aangesteld als bisschop van Doornik. De beslissing dienaangaande werd wereldkundig gemaakt bij middel van een mededeling over de radio, op 29 december 1948, tijdens het nieuwsbericht van 13 uur.

Men kan zich de bezorgdheid van de nieuwe bisschop inbeelden, bij het vernemen van zijn aanstelling. Het bisdom Doornik was geenszins vergelijkbaar met dat van Namen: de ontkerkelijking was er in een ver gevorderd stadium en de sociaal-economische problemen waren er talrijk en dringend. Daarenboven was het bisschoppelijk paleis er in mei 1940 volledig in de vlammen opgegaan en was de kathedraal nog steeds in restauratie.

De wijding als bisschop, ter vervanging van Mgr. Etienne Carton de Wiart (die op 31 juli 1948 overleden was), vond plaats in de Doornikse kathedraal op 24 februari 1949. De aartsbisschop van Mechelen, kardinaal Van Roey ging voor in deze plechtigheid.

Himmer koos als devies: “Fide et Spiritu Sancto” (“Het geloof en de Heilige Geest”).

Uit de lezing van zijn Herderlijke Brieven (13 boekdelen, bijna drieduizend bladzijden) wordt het belang van zijn bisschoppelijk werk duidelijk: enkele regelmatig weerkerende elementen waren: de verspreiding van het christelijk geloof door leken, sociale problemen, pers en radio, roeping, de gezamenlijke geestelijkheid, christelijk onderricht, de Kerk in Afrika, hulp aan de gemeenschap, het Tweede Vaticaans Concilie, liturgische hervormingen, structuur van het bisdom voor de eigentijdse noden, migratie, en ten slotte: de vrede.

Enkele opvallende gebeurtenissen gedurende Himmer’s 28-jarige episcopaat waren:

Ontslag en overlijden

Citaten

Carlos Himmer zelf

Mgr. Himmer verklaarde onder meer:

De pers

Daags na het overlijden van Mgr. Himmer kon men in Franstalige Belgische kranten een tekst lezen, getiteld “Broeder van het Joodse Volk”.
Deze verwoording was voor velen een openbaring.
Carlos Himmer verzweeg immers zijn inzet voor de Joodse bevolkingsgroep : « De Joodse oud-kinderen en families, destijds in grote nood, hebben de droeve plicht het overlijden te melden van hun toegewijde weldoener, behulpzame ziel voor de Joodse broeders in het verzet tegen de nazistische onmenselijkheid (...).
Met behulp van de Namenaars en de Belgische bevolking van eender welke religie, organiseerde hij gedurende de Tweede Wereldoorlog de opvang van honderden Joodse kinderen en families teneinde hen te behoeden voor de wegvoering en uitroeiing. Degene die een ziel redt, redt de mensheid. Eeuwige erkentelijkheid voor deze man die ons redde uit de nood
 ».

Blazoen

Blazoen : Zwarte chevron op een vergulde achtergrond, verfraaid met een veldroos.

Onderscheidingen

Deze onderscheidingen werden hem wellicht toegekend omwille van zijn houding ten overstaan van de Italiaanse gemeenschap in zijn bisdom, en in het bijzonder tijdens het drama van Bois du Cazier (Marcinelle) dat 262 mensenlevens eiste (8 augustus 1956).

Voorganger:
Etienne Carton de Wiart
Bisschop van Doornik
1949-1977
Opvolger:
Jean Huard
Zie de categorie Charles-Marie Himmer van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.