Clara Butt

Clara Butt
Clara Butt
Persoonsgegevens
Geboortedatum 1 februari 1982
Geboorteplaats Southwick
Overlijdensdatum 23 januari 1936
Overlijdensplaats North Stoke
Opleiding en beroep
Beroep(en) zangeres
Opleiding gevolgd aan Royal College of Music
Oriënterende gegevens
Stijl(en) oratorium, liederen, ballades
Zangstem contra-alt
Bekende werken Land of Hope and Glory
Erkenning en lidmaatschap
Prijzen en erkenningen Dame Commandeur in de Orde van het Britse Rijk, Gouden medaille van de Royal Philharmonic Society (1903)Bewerken op Wikidata
Portaal  Portaalicoon   Klassieke muziek

Clara Ellen Butt (Southwick, 1 februari 1872 - North Stoke, 23 januari 1936) was een Engelse contra-alt. Zij was een van de populairste zangeressen van haar tijd en wordt beschouwd als een cultureel icoon van het Edwardiaans tijdperk. Ze maakte als een van de eerste artiesten succesvol gebruik van de grammofoonplaat en wist op die manier grote groepen luisteraars aan zich te binden.

Levensloop

Clara Butt was de oudste dochter van Clara Hook en oestervisser Henry Albert Butt. Beide ouders waren actief als zangers en zij stimuleerden hun dochter om zich als zangeres te ontwikkelen. Van Clara's drie zussen zou ook Ethel (1884-1975) een zangcarrière opbouwen.

Opleiding

In 1880 verhuisde het gezin Butt naar Bristol. Op school viel de zangstem van Clara dermate op dat ze voortaan les kreeg van de bas Daniel Rootham.

In 1890 kreeg Clara een beurs voor de Royal College of Music in Londen, waar zij les kreeg van John Henry Blower. Ze mocht ook drie maanden in Parijs studeren op kosten van koningin Victoria. Ze kreeg hier les van Alphonse Duvernoy. Verder kreeg ze onderricht van de zanger Jacques Bouhy en in Berlijn van de sopraan Etelka Gerster.

Succesvolle carrière

Op 7 december 1892 vond haar debuut plaats: in de Londense Royal Albert Hall trad zij op als Ursula in Arthur Sullivans The Golden Legend. Op 10 december was Butt ook nog eens te horen in het Lyceum Theatre als Orpheus in de opera Orfeo ed Euridice van Christoph Willibald Gluck, uitgevoerd door de studenten van de Royal College of Music. Het leverde Butt een positieve recensie op van Bernard Shaw in The World. In 1893 was Butt te horen in Händels Israel in Egypt, wat haar opnieuw een positieve recensie van Shaw bracht.

Butts carrière nam vanaf 1895 een grote vlucht en ze werd gevraagd voor vele concerten en festivals. Haar repertoire omvatte oratoria en andere werken van Bach en Händel, maar ze zong vooral ook veel liederen en ballades als The Lost Chord en Abide with me. Dit genre was in haar tijd uitermate populair.

Edward Elgar

Clara Butt in 1914

In 1898 woonde Butt in Londen in Hyde Park Mansions. Componist Edward Elgar bezocht haar begin januari thuis met het verzoek zijn liedcyclus Sea pictures te zingen op het Norwich Festival, maar zij zat in bad en liet hem wegsturen. Nadat Elgar had geklaagd bij haar manager kwam het alsnog tot een gesprek en op 5 oktober 1899 voerde zij Sea Pictures uit op het festival, met Elgar als orkestdirigent. Twee dagen later zong ze de liederen opnieuw, maar nu in Londen en met Elgar als begeleider op de piano.

Huwelijk en gezin

In 1900 huwde ze de bariton Robert Kennerley Rumford (1870-1957). Het huwelijk vond plaats in de kathedraal van Bristol. De populariteit van Butt was zo groot dat er grote menigtes stonden langs de route. Er werden extra treinen ingezet vanuit Londen en werknemers kregen zelfs een halve dag verlof om het huwelijk te kunnen bijwonen.

Het echtpaar zou hierna vele concerttournees maken door Groot-Brittannië, de Verenigde Staten en het Britse Rijk. Ze zongen tijdens deze concerten vooral populaire liederen en ballades.

In 1901 verhuisde het stel naar Hampstead, waar ze tot 1929 bleven wonen. Ook kocht Butt in 1903 nog een appartement in Hove.

Het stel kreeg twee zonen en een dochter. De twee jongens kwamen echter vroegtijdig te overlijden: de een overleed aan meningitis en de ander pleegde zelfmoord.

Land of Hope and Glory

Land Of Hope And Glory, gezongen door Clara Butt

Voor Clara Butt zou Elgars Land of Hope and Glory een belangrijk lied worden. Zij was de eerste die het lied ten gehore bracht en wel op 24 juni 1902 in de Royal Albert Hall.

Andere liederen die onlosmakelijk verbonden bleven aan Butt waren de hymne Abide with me en Mendelssohn's O rest in the Lord.

Eerste Wereldoorlog

Tijdens de Eerste Wereldoorlog gaf Butt vele benefietconcerten. Zo organiseerde zij in 1916 zes opeenvolgende uitvoeringen van The Dream of Gerontius waarvan de opbrengsten naar het Rode Kruis gingen. In totaal zou ze in deze jaren een bedrag van 100.000 pond ophalen.

Voor deze verdiensten ontving ze in 1920 de titel Dame Commander of the Order of the British Empire waardoor ze het recht kreeg zich Dame Clara Butt te noemen.

Laatste jaren

In 1920 verscheen Butt voor de tweede keer in haar leven in een echte opera-uitvoering: ze zong in Covent Garden in Glucks Orfeo ed Euridice, onder leiding van dirigent Thomas Beecham.

Het gezin van Clara en Robert

In 1929 verhuisde het echtpaar naar North Stoke. Butt kreeg in de jaren 20 kanker en belandde zelfs in een rolstoel. Uiteindelijk overleed ze op 23 januari 1936.

Beschrijving

Butt was een grote vrouw met een lengte van 1,88 meter. Gekleed in stijlvolle gewaden en sieraden streefde zij ernaar om grote indruk te maken op het publiek.

Haar trombone-achtige stem was zo krachtig dat het leidde tot de opmerking dat de Royal Albert Hall speciaal voor haar moest zijn gebouwd. De warmte in haar stem ging gepaard met een sterke emotionele lading die in latere tijden als overdreven werd beschouwd, maar in haar tijd goed aansloot bij de smaak van het publiek. Een componist als Elgar waardeerde haar artistieke kwaliteiten en schreef graag composities voor haar stem.

Butt wordt vooral herinnerd dankzij haar interpretatie van Elgars lied Land of Hope and Glory. Haar krachtige uitvoering in de Royal Albert Hall leidde bij dirigent Thomas Beecham tot de opmerking dat ze tot in Calais te horen moest zijn. Ze kreeg voor haar uitvoering zelfs de titel 'Voice of the Empire’. Dit paste destijds goed in het beeld dat Groot-Brittannië vóór de Eerste Wereldoorlog van zichzelf had: een wereldrijk met aanzien en een florerende economie.

Naast optredens verzorgde Butt ook diverse grammofoonopnames. Ze was een van de eerste zangeressen die zeer succesvol gebruikmaakte van dit destijds nog relatief nieuwe medium. Net als op het podium tonen ook de platenhoezen het beeld van een zelfbewuste, stijlvolle zangeres die rechtstreeks de camera in kijkt. Butt wist dankzij haar muziekopnames een nog grotere schare luisteraars te bereiken en haar plaat met Land of Hope and Glory was binnen de kortste keren uitverkocht.

Zie de categorie Clara Butt van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.