| Clavulina | ||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Taxonomische indeling | ||||||||||
| ||||||||||
| Geslacht | ||||||||||
| Clavulina J. Schröt. (1888) | ||||||||||
| ||||||||||
Clavulina is een geslacht van schimmels uit de familie Hydnaceae, behorend tot de orde Cantharellales. Het geslacht werd in 1888 beschreven door de Duitse mycoloog Joseph Schröter. De typesoort is Clavulina cristata, een naam die tegenwoordig als synoniem van Clavulina coralloides wordt beschouwd.
Het geslacht omvat koraalzwamachtige soorten met meestal rechtopstaande, eenvoudige of sterk vertakte vruchtlichamen. Wereldwijd zijn ongeveer honderd soorten beschreven, zowel uit gematigde als tropische gebieden.
De vruchtlichamen zijn clavarioïd tot koraalvormig en kunnen bestaan uit één onvertakte knots of uit meerdere, soms herhaald vertakte takken. Het hymenium bevindt zich rondom de takken en is dus niet beperkt tot één zijde van het vruchtlichaam.
Microscopisch worden soorten van Clavulina onder meer gekenmerkt door cilindrische tot enigszins knotsvormige basidiën. Deze dragen twee of meer relatief lange, hoornvormig gebogen sterigmata. Na het afgeven van de sporen ontstaan bij veel soorten karakteristieke dwarswanden in de basidiën. De basidiosporen zijn glad, hyalien en meestal bolvormig tot bijna bolvormig.
De onderlinge verschillen tussen sommige soorten zijn gering. Vooral vorm en vertakking van het vruchtlichaam, kleur, vorm van de uiteinden van de takken en afmetingen en vorm van de sporen worden voor de determinatie gebruikt. Moleculair onderzoek heeft aangetoond dat morfologisch sterk op elkaar lijkende exemplaren soms tot verschillende evolutionaire lijnen behoren.
De meeste soorten van Clavulina vormen ectomycorrhiza met bomen. Daarbij leven de schimmeldraden in symbiose met de fijne wortels van de boom. De vruchtlichamen groeien doorgaans op de bodem tussen strooisel en humus in bossen. Clavulina-soorten zijn zowel bekend uit gematigde bossen als uit tropische ecosystemen.
Clavulina behoort tot de Cantharellales. Het geslacht werd in oudere classificaties ondergebracht in een afzonderlijke familie, de Clavulinaceae, maar wordt in onder meer Index Fungorum tot de Hydnaceae gerekend.
De afgrenzing van soorten binnen het geslacht is niet altijd eenvoudig. Moleculair onderzoek aan Europese soorten liet zien dat traditionele kenmerken zoals vertakkingswijze, grijze verkleuring, de vorm van de toppen en de grootte en vorm van de sporen gedeeltelijk overeenkomen met genetisch onderscheiden groepen.
Ook de nomenclatuur is in beweging. Zo wordt Clavulina cristata, een naam die in oudere literatuur veel is gebruikt voor de witte koraalzwam, door Index Fungorum als synoniem van Clavulina coralloides behandeld.
In de Nederlandse standaardlijst worden drie soorten van Clavulina onderscheiden. Daarnaast kan materiaal dat niet betrouwbaar tot een van deze soorten kan worden gebracht worden geregistreerd als Clavulina coralloides sensu lato. De NDFF Verspreidingsatlas merkt op dat de macroscopische en microscopische verschillen tussen de Nederlandse soorten gering kunnen zijn.
| Wetenschappelijke naam | Nederlandse naam |
|---|---|
| Clavulina cinerea | Asgrauwe koraalzwam |
| Clavulina coralloides | Witte koraalzwam |
| Clavulina rugosa | Rimpelige koraalzwam |
De Nederlandse namen en de afgrenzing van deze drie taxa volgen de NDFF Verspreidingsatlas.
Het geslacht heeft een wereldwijde verspreiding. Soorten zijn aangetroffen in zowel gematigde als tropische bossen. Een aanzienlijk deel van de beschreven diversiteit bevindt zich in de tropen.
In Nederland komen de asgrauwe koraalzwam en witte koraalzwam algemeen voor. De rimpelige koraalzwam is zeldzamer.