| Closterium | ||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Taxonomische indeling | ||||||||||
| ||||||||||
| Geslacht | ||||||||||
| Closterium Nitzsch ex Ralfs, 1848 | ||||||||||
| ||||||||||
Closterium is een geslacht van algen uit de familie Closteriaceae een groep uit de orde Desmidiales waartoe ook de sieralgen behoren. Er zijn volgens AlgaeBase 201 soorten.
Het geslacht is zeer divers en bestaat uit afzonderlijke cellen die gesplitst zijn in twee helften (halfcellen). Het formaat is meestal microscopisch klein, maar de grootste soorten zijn met het blote oog zichtbaar. De cellen zijn langwerpig, vele malen langer dan breed en halvemaanvormig. Het oppervlak van de cel kan glad zijn, maar ook puntig of gestreept. De celwand is doorzichtig, maar in de loop van de tijd kan de wand bruin worden door opname van ijzer- en mangaanverbindingen. De celkern zit in het midden van de cel.
Het geslacht heeft een kosmopolitische verspreiding. De soort leeft benthisch of in plankton, meestal in stilstaande, oligotrofe (zoals vennen op heide) wateren maar ook in eutrofe (nutriëntrijke wateren, meestal te veel stikstofverbindingen) wateren.