Coprinesyndroom

Esculaap
Neem het voorbehoud bij medische informatie in acht.
Raadpleeg bij gezondheidsklachten een arts.

Het coprinesyndroom, ook wel coprinussyndroom of antabussyndroom genoemd, is een vorm van paddenstoelvergiftiging waarbij een overgevoeligheidsreactie op alcohol ontstaat na het eten van bepaalde paddenstoelen die de stof coprine bevatten. Het syndroom wordt vooral veroorzaakt door de grote kale inktzwam (Coprinopsis atramentaria). De verschijnselen lijken op de reactie die optreedt bij gelijktijdig gebruik van alcohol en het geneesmiddel disulfiram (Antabus).

De vergiftigingsverschijnselen ontstaan doorgaans kort na het drinken van alcohol. De gevoeligheid kan tot ongeveer drie dagen na de paddenstoelenmaaltijd aanhouden. Zonder alcoholconsumptie veroorzaakt coprine doorgaans geen acute vergiftigingsverschijnselen.

Oorzaak

Het coprinesyndroom wordt veroorzaakt door de aanwezigheid van coprine, een niet-proteïnogeen aminozuur dat in bepaalde soorten van het geslacht Coprinopsis voorkomt. Vooral de grote kale inktzwam (Coprinopsis atramentaria), vroeger bekend als Coprinus atramentarius, is als veroorzaker beschreven.

Ook andere soorten worden met het syndroom in verband gebracht, waaronder:

Bij sommige van deze soorten is coprine aangetoond, terwijl de betrokkenheid van andere soorten voornamelijk op verwantschap of vergiftigingsmeldingen berust.

De grote, kleine en bruine kale inktzwam worden in Nederland samen tot het Coprinopsis atramentaria-complex gerekend. De NDFF Verspreidingsatlas onderscheidt deze drie soorten afzonderlijk.

Niet alle inktzwammen bevatten coprine. De geschubde inktzwam (Coprinus comatus) staat bijvoorbeeld niet bekend als veroorzaker van het coprinesyndroom.

Werkingsmechanisme

Na opname in het lichaam wordt coprine omgezet in onder meer 1-aminocyclopropanol. Deze metaboliet remt het enzym aldehydedehydrogenase (ALDH), dat betrokken is bij de afbraak van alcohol.

De afbraak van ethanol vindt normaal gesproken in twee belangrijke stappen plaats:

  1. Ethanol wordt door alcoholdehydrogenase omgezet in aceetaldehyde.
  2. Aceetaldehyde wordt door aldehydedehydrogenase verder omgezet in acetaat.

Door de remming van aldehydedehydrogenase wordt de tweede stap vertraagd. Hierdoor kan aceetaldehyde zich ophopen in het bloed. Deze stof veroorzaakt onder andere vaatverwijding, roodheid van de huid, misselijkheid en hartkloppingen.

Het werkingsmechanisme lijkt op dat van disulfiram, een geneesmiddel dat wordt toegepast bij de behandeling van alcoholverslaving. Coprine en disulfiram verschillen echter in hun verdere farmacologische werking.

Symptomen

De symptomen ontstaan meestal binnen enkele minuten tot ongeveer een half uur na alcoholconsumptie, mits vooraf een coprinebevattende paddenstoel is gegeten.

Kenmerkende verschijnselen zijn:

De verschijnselen worden veroorzaakt door de verhoogde concentratie aceetaldehyde in het bloed. De ernst is mede afhankelijk van de hoeveelheid alcohol die is geconsumeerd.

In ernstige gevallen kunnen uitgesproken bloeddrukdalingen en hartritmestoornissen optreden. Vooral bij personen met onderliggende hart- en vaatziekten kunnen de verschijnselen een verhoogd risico vormen.

Verloop

De klachten verdwijnen doorgaans spontaan binnen enkele uren, vaak binnen zes uur na de alcoholconsumptie. De gevoeligheid voor alcohol kan echter veel langer aanhouden dan de afzonderlijke klachtenepisode.

Bij hernieuwde alcoholconsumptie kunnen de verschijnselen opnieuw optreden. Reacties zijn beschreven wanneer alcohol tot ongeveer 72 uur na het eten van de paddenstoelen werd gedronken. Daarom wordt aangeraden gedurende ten minste drie dagen na consumptie van een coprinebevattende paddenstoel geen alcohol te gebruiken.

Diagnose

De diagnose wordt voornamelijk gesteld aan de hand van het klinische beeld en de anamnese. Vooral de combinatie van een recente paddenstoelenmaaltijd, alcoholconsumptie en het snel optreden van kenmerkende verschijnselen is aanwijzend voor het coprinesyndroom.

Het vaststellen van de geconsumeerde paddenstoelensoort kan de diagnose ondersteunen. Daarbij kan specialistisch mycologisch onderzoek noodzakelijk zijn, omdat verschillende inktzwammen sterk op elkaar lijken.

In de differentiaaldiagnose moeten onder andere andere oorzaken van alcoholintolerantie en een disulfiram-alcoholreactie worden overwogen.

Behandeling

De behandeling is voornamelijk ondersteunend. Er bestaat geen algemeen toegepast specifiek antidotum voor het coprinesyndroom.

Bij lichte vergiftigingen is meestal geen uitgebreide medische behandeling noodzakelijk. Belangrijke maatregelen zijn het vermijden van verdere alcoholconsumptie en het aanvullen van vochtverlies wanneer sprake is van braken.

Bij ernstigere vergiftigingen kunnen medische observatie, vochttoediening en controle van bloeddruk en hartritme nodig zijn.

De meeste patiënten herstellen volledig. Bij ernstige cardiovasculaire klachten is medische beoordeling noodzakelijk.

Toxicologisch onderzoek

Coprine werd in de jaren 1970 geïsoleerd uit de grote kale inktzwam. Onderzoek wees uit dat de stof zelf in vitro weinig remmende activiteit tegen aldehydedehydrogenase vertoont, maar dat het afbraakproduct 1-aminocyclopropanol een krachtige remmer van dit enzym is.

Vanwege de overeenkomst met het effect van disulfiram werd coprine onderzocht als mogelijke stof voor de behandeling van alcoholafhankelijkheid. Experimenteel onderzoek liet echter onder meer mutagene en schadelijke effecten op de mannelijke voortplantingsorganen bij proefdieren zien. Hierdoor werd coprine ongeschikt geacht voor therapeutisch gebruik.

Zie ook