| Cor Baayen | ||
|---|---|---|
| Persoonlijke gegevens | ||
| Overlijdensdatum | 22 mei 2019 | |
| Overlijdensplaats | Almelo | |
| Academische achtergrond | ||
| Alma mater | Universiteit van Amsterdam | |
| Promotor | Johannes de Groot | |
| Wetenschappelijk werk | ||
| Vakgebied | wiskunde, discrete wiskunde, informatiesystemen | |
Pieter Cornelis (Cor) Baayen (Klaten, Nederlands-Indië, 10 maart 1934 – Almelo, 22 mei 2019) was een Nederlands wiskundige.
Hij was zoon van Jacomina Minderhoud (1970-1995) en Huibregt Baayen (1903-1988). Hijzelf trouwde tweemaal (Helena Janna Beerhorst en Hildrun Kapper-Drux), uit die huwelijken kwamen drie kinderen ter wereld. Zijn laatste levensjaren was Diny Roffel-Wienbelt zijn levensgezel. Hij overleed op jarige leeftijd en werd begraven op ’t Groenedael in Almelo.
Hij was zoon in een onderwijzersgezin, alhoewel moeder na haar huwelijk stopte (getrouwde vrouwen mochten geen vak uitoefenen). Net toen hij de lagere school begon te bezoeken, viel Japan Nederlands-Indië binnen om het tot 1945 te bezetten. De familie werd gescheiden voor de Jappenkampen; na de bevrijding kwam er een lange periode van verzwijging wat daar gebeurd is, maar in 1969, terwijl hij ernstig ziek was, kwam hij ermee naar buiten. Een vast onderdeel van het kamp was dat zijn moeder (illegaal) les gaf, zodat hij en anderen toch nog een beetje kennis op deed. Nadat de Japanners vertrokken waren, kon hij naar de Hogereburgerschool (HBS) in Bandung. Hij zou maar één klas volgen omdat hij een jaar later onderdak kon vinden op het gymnasium van het Christelijk Lyceum in Bandung. Ook daar kon hij de opleiding niet afmaken; het gezin werd vanwege de in het Jappenkamp opgedane blindheid van vader gerepatrieerd in 1947 en streek neer in Zuid-Nederland, alwaar hij eindexamen deed aan het Christelijk Lyceum Goes. In 1951 deed hij er eindexamen om vervolgens natuurkunde te gaan studeren aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Na zijn kandidaats stapte hij over naar wiskunde; de natuurkundepractica bevielen hem niet. Hoogleraar Jurjen Koksma, wiskundepromotor nam hem onder zijn hoede. In 1957 volgde zijn doctoraal, ondertussen wiskundeles gevend.
Met een studiebeurs medegeregeld door Koksma kon Baayen twee jaar studeren aan Universiteit van Californië - Berkeley, waarbij het (in tegenstelling tot de VU) over moderne wiskunde ging. In 1959 terug in Nederland, haalde Koksma hem naar het Mathematisch Centrum. Koksma werd ziek en Baayen viel voor hem in tijdens colleges functionaalanalyse en variatierekening. In 1964 promoveerde Baayen op proefschrift Universal morphisms over studiegebieden binnen de topologie, dit maal aan de Universiteit van Amsterdam. Het overlijden van Koksma in 1964 leidde ertoe dat Baayen zelf hoogleraar aan de VU, de baan combinerend met de cheffunctie Zuivere Wiskunde aan het Mathematisch Centrum. Hij werd er in 1980 directeur en bouwde het Centrum om tot het Centrum Wiskunde & Informatica (CWI). In 1994 nam hij er afscheid, maar bleef wel tot 1997 in deeltijd colleges geven.
In 1994 werd hij benoemd tot Président d’honneur van EDRIM. In 1995 volgde de Akademiepenning van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen. In 2004 werd hij tot erelid benoemd van het Koninklijk Wiskundig Genootschap. Het door Baayen opgerichte ERCIM (European Research Consortium for Informatics and Mathematics, hij was ook de eerste voorzitter) voert sinds 1995 een Cor Baayen Young Researcher Award in. Zijn overlijdensberichten vermeldden dat hij officier in de Orde van Oranje-Nassau was.