| Cornelis Springer | ||||
|---|---|---|---|---|
Portret van Springer door Nicolaas Pieneman, Amsterdam Museum | ||||
| Persoonsgegevens | ||||
| Geboren | 25 mei 1817 | |||
| Overleden | 20 februari 1891 | |||
| Geboorteland | Nederland | |||
| Opleiding en beroep | ||||
| Opleiding gevolgd aan | Rijksakademie van beeldende kunsten | |||
| Leermeester | Jacobus van der Stok, Hendrik Gerrit ten Cate | |||
| Beroep | Kunstschilder | |||
| Oriënterende gegevens | ||||
| Jaren actief | 1832-1891 | |||
| Stroming | romantiek | |||
| Stijl | Romantiek | |||
| Bekende werken | De Zuiderhavendijk in Enkhuizen, Gezicht op Den Haag, vanaf de Delftse vaart in de 17e eeuw, Gezicht op Den Haag | |||
| Werklocatie | Amsterdam, Oosterbeek, Brussel, Brussel, Duitsland, Zaltbommel | |||
| Erkenning en lidmaatschap | ||||
| Kunstenaarsmaplocatie | Frick-kunstreferentiebibliotheek, National Gallery of Art-bibliotheek | |||
| Links | ||||
| RKD-profiel | ||||
| Dbnl-profiel | ||||
| ||||
Cornelis Springer (Amsterdam, 25 mei 1817 – Hilversum, 20 februari 1891) was een Nederlandse kunstschilder en tekenaar in olieverf, aquarel en houtskool.
Springer werd geboren als vierde zoon van timmerman en aannemer Willem Springer (1778-1857). Springer kreeg een opleiding tot huisschilder bij de huis- en rijtuigschilder Andries de Wit (1768-1842). Hij kreeg van zijn oudste broer Hendrik Springer (1805-1867), die architect was, les in bouwkundig tekenen en perspectief.
Springer was leerling van onder andere Jacobus van der Stok (1795-1864), Hendrik Gerrit ten Cate (1803-1856) en Kaspar Karsen (1810-1896). Springer woonde het grootste deel van zijn leven in Amsterdam, maar reisde het land rond om ter plaatse schetsen te maken voor zijn stadsgezichten, waarin vaak stadhuizen een belangrijk onderdeel vormden.
Hij heeft ongeveer 650 werken nagelaten.
Zijn zoon Leonard Springer was tuin- en landschapsarchitect, en op zijn beurt vader van kunstschilder Geertruida H. Springer.
Springer ligt samen met zijn vrouw begraven op de Algemene begraafplaats Bosdrift in Hilversum. De begraafplaats is een ontwerp van zijn zoon Leonard.
Springer schilderde aanvankelijk landschappen, maar legde zich later toe op stads- en dorpsgezichten. Hij schilderde onder andere veel in Amsterdam, Haarlem, Zwolle, Kampen, Enkhuizen, Monnickendam en Harderwijk, waarvoor hij ter plaatse schetsen maakte. In zijn eerdere werken schilderde hij voornamelijk in romantische stijl, waarbij hij landschappen en stadsgezichten bedacht naar eigen inzicht. Vanaf begin jaren 1850 richtte hij zich op topografische stadsgezichten, die ook herkenbaar waren, waarna zijn carrière een grote vlucht nam. Zijn schilderijen leken op het eerste oog waarheidsgetrouw, maar vaak beeldde hij de werkelijkheid mooier af dan ze was.
Werk van Cornelis Springer is onder meer te zien in: het Rijksmuseum Amsterdam, het Amsterdams Museum, het Dordrechts Museum, het Zuiderzeemuseum in Enkhuizen, Museum het Valkhof in Nijmegen, het Historisch Museum Den Briel in Brielle, het Rijksmuseum Twenthe in Enschede, het Teylers Museum in Haarlem, het Stadskasteel Zaltbommel en in het Stadsmuseum Woerden.