| Gemeente in Nederland | |||
|---|---|---|---|
| Situering | |||
| Provincie | |||
| Coördinaten | 51° 50′ NB, 5° 52′ OL | ||
| Algemeen | |||
| Oppervlakte | 57,63 km² | ||
| - land | 53,09 km² | ||
| - water | 4,54 km² | ||
| Inwoners (1 jan 2026) |
189.850? (3576 inw./km²) | ||
| Bestuurscentrum | Nijmegen | ||
| Belangrijke verkeersaders | |||
| Politiek | |||
| Burgemeester (lijst) | Hubert Bruls (CDA) | ||
| Economie | |||
| Gemiddeld inkomen (2023) | € 37.200 per inwoner | ||
| Gem. WOZ-waarde (2024) | € 373.000 | ||
| WW-uitkeringen (2023) | 13 per 1000 inw. | ||
| Overig | |||
| Postcode(s) | 6500-6546, 6663 | ||
| Netnummer(s) | 024 | ||
| CBS-code | 0268 | ||
| CBS-wijkindeling | zie wijken en buurten | ||
| Amsterdamse code | 11209 | ||
| Website | www | ||
| |||
Nijmegen (ⓘ) (in het Nijmeegs: Nimwèège) is een stad en gemeente in de Nederlandse provincie Gelderland, dicht bij de grens met Duitsland. De gemeente telt 189.850 inwoners (1 januari 2026) en is qua inwonertal de grootste gemeente van Gelderland en daarnaast de negende stad van Nederland. De stad ligt grotendeels op de zuidelijke oever van de Waal, aan de voet van een stuwwal. Een deel van de bebouwing van de stad ligt op een spoelzandwaaier die ook uit diezelfde gletsjers uit de Saalienijstijd is ontstaan.
Omstreeks het begin van de jaartelling moet er op de plek van het huidige centrum al een Bataafse nederzetting zijn geweest. Ulpia Noviomagus Batavorum, dat als de rechtstreekse voorloper van het huidige Nijmegen geldt, kreeg omstreeks het jaar 100 Romeinse stadsrechten. Nijmegen is op grond hiervan een van de vier steden die op grond van hun opgetekende geschiedenis aanspraak maken op de titel "oudste stad van Nederland". In 1230 werd Nieumeghen vrije rijksstad. In 1402 werd het ook een hanzestad. Nadat Nijmegen tussen 1655 en 1679 al eens een Kwartierlijke Academie huisvestte, is de stad sinds de komst van de Katholieke Universiteit in 1923 (sinds 2004 de Radboud Universiteit) een universiteitsstad.
Omstreeks 1920 werd het gehucht St. Anna een zuidelijke voorstad van Nijmegen. Na de Tweede Wereldoorlog breidde de stad zich verder naar het zuiden en westen uit, waarbij ook de dorpen Hatert, Hees en Neerbosch onderdeel van de gemeente Nijmegen werden. Eind jaren negentig volgde verdere uitbreiding naar het noorden, de rivier over: de zogenoemde Waalsprong. In het gebied rond en tussen de reeds bestaande dorpen Lent, Ressen en Oosterhout is vanaf eind jaren negentig veel nieuwbouw verrezen.
In 1930 vierde Nijmegen dat het 700 jaar stadsrechten had. De stad vierde in 2005 officieel ook haar 2000-jarig bestaan.
De gemeente Nijmegen is aangesloten bij het samenwerkingsverband Euregio Rijn-Waal. Ze maakt daarnaast deel uit van het Rijk van Nijmegen, samen met een aantal andere gemeenten.
De gelatiniseerde naam van de stad is Noviomagus. Deze naam is al sinds de tijd van het Romeinse Rijk in gebruik voor diverse plaatsen. Het is van oorsprong een Keltische toponiem; het tweede deel (magus) betekent "veld" of "markt". Als toponiem gaven de Romeinen deze naam aan een aantal verschillende steden verspreid over hun rijk.
De Romeinse geschiedschrijver Tacitus benoemt in diens Historiae (geschreven omstreeks het jaar 100) een nederzetting als Oppidum Batavorum ("stad van de Bataven"). Deze plaats werd tijdens de Bataafse Opstand van 69 n.Chr. verwoest door Julius Civilis. De aanvaarde consensus onder historici is dat deze nederzetting op de plek van een deel van het huidige centrum van Nijmegen lag. Na deze opstand moet het verwoeste Oppidum Batavorum zijn vervangen door een iets westelijker gelegen nieuwe nederzetting, die omstreeks het begin van de 2e eeuw van keizer Trajanus Romeinse stadsrechten toegekend zou hebben gekregen. De volledige naam van deze Romeinse stad lijkt aanvankelijk Ulpia Noviomagus Batavorum te zijn geweest. Diverse historici uit de 17e, 18e en 19e eeuw (onder wie W. A. van Spaen en Johannes Smetius) zijn ervan overtuigd dat het hier om "Romeins Nijmegen" gaat.
In de 6e eeuw lijkt de naam van de stad zich te hebben ontwikkeld tot Niomago/Nionag; dit maakt men op uit teruggevonden muntstukken die uit deze periode moeten dateren. Uit een overgeleverde oorkonde die in 777 is opgesteld door Karel de Grote (destijds koning van het Frankische rijk) is geconcludeerd dat Karolingisch Nijmegen toen N[i]umaga heette. In 1125 (tijdens een bezoek van keizer Hendrik V) wordt de plaats vermeld als Neumaia. Mettertijd veranderde de naam in Nieumeghen ('Nieuw-megen') of Nymegen, en duikt daarnaast ook op als Nijmagen of Nieuwmagen.
In het gebied dat nu overeenkomt met Nijmegen-Oost zijn sporen van bewoning teruggevonden uit het neolithicum, de midden en late bronstijd en (ten noorden van de Waal) de midden en late ijzertijd. Het gaat dan vooral om teruggevonden grafheuvels en urnenvelden.
In de Romeinse tijd hoorde het gebied van het huidige Nijmegen bij de Limes, de grens tussen het Romeinse Rijk en de aangrenzende gebieden in het noorden en oosten waar Germaanse stammen woonden. Ze maakten deel uit van Germania Inferior. Naar algemeen wordt aangenomen zouden de Romeinen omstreeks 10 v.Chr. Oppidum Batavorum hebben gesticht. Dit was een nederzetting waar vooral rijkere handelaren en ambachtslieden zich vestigden. De plaats lag vlak naast het Romeinse castrum. Dit bood een voordeel, omdat aldus de markt door de legionairs beschermd kon worden. Bovendien hadden de legionairs ook vele goederen nodig, waar ze bovendien een goede prijs voor konden betalen, omdat ze een redelijk salaris ontvingen. Van 71 tot 104 was het 10e legioen van de Romeinen (Legio X Gemina) hier gelegerd. Er werd ook een groot fort (castrum) gebouwd op een heuvel aan de Waal, waar nog altijd iets van over is.
Ulpia Noviomagus Batavorum moet tussen 98 n.Chr. (het jaar dat Trajanus aantrad als keizer) en 104 n.Chr. (het jaar dat het hiervoor genoemde legioen uit het gebied wegtrok) de Romeinse stadsrechten hebben gekregen.
Romeins Noviomagus bloeide gedurende het grootste deel van de 1e eeuw, daarna ging het bergafwaarts. De stad werd omstreeks 270 geheel verlaten. De Romeinen en overige bewoners vestigden zich hierna vermoedelijk opnieuw op of nabij het Valkhof. Aan het begin van de 5e eeuw waren de Romeinen ten slotte definitief uit het gebied aan en rond de Waal weggetrokken.
Tot op heden herinneren allerlei namen binnen Nijmegen aan de Romeinse tijd. Zo heet het grote verkeersplein ten zuiden van de Waalbrug sinds 1956 het Keizer Traianusplein. Tussen dat plein en de Waal staan nog steeds enkele ruïnes. Op de heuvel bij de Waal staat ook nog steeds een verdedigingstoren Belvedère, maar deze dateert van veel later dan het Romeinse castrum.
Algemeen wordt aangenomen dat het fort, de nederzetting en de omgeving na het definitieve vertrek van de Romeinen in Frankische handen zijn gekomen. Aan het Valkhof zijn enkele muntstukken teruggevonden die worden gedateerd van rond het jaar 600 of iets later; het wordt als een mogelijkheid gezien dat Merovingische vorsten deze munten lieten maken.
Karel de Grote liet, volgens de overlevering, omstreeks 770 op het Valkhof een van zijn paltsen bouwen. Dergelijke verblijven lagen verspreid over zijn hele rijk. Het waren belangrijke adellijke residenties die tevens gebruikt werden als bestuurscentra. Hier zou hij zelf meerdere malen zijn geweest. Ook zijn zoon, Lodewijk de Vrome, zou geregeld hier hebben verbleven. De Noormannen namen de palts rond 880 voor het eerst in. De palts werd in 1047 uiteindelijk definitief verwoest, tijdens een opstand tegen keizer Hendrik III onder Godfried II van Opper-Lotharingen. Nijmegen dankt aan dit deel van zijn geschiedenis de bijnaam "Keizerstad", ook zijn hedendaagse vernoemingen als het Keizer Karelplein en de studentenvereniging Carolus Magnus hierop terug te voeren.

Vanaf de hoge middeleeuwen ontwikkelde Nijmegen zich snel tot een echte stad en begon zich uit te breiden. In 1125 wordt de plaats schriftelijk vermeld als Neumaia.
In 1155 liet de nieuw aangetreden Rooms-Duitse keizer Frederik Barbarossa de Valkhofburcht voltooien. Deze burcht zou in de daaropvolgende zes eeuwen een zeer belangrijke rol spelen bij de verdediging van de stad en als bestuurlijke residentie. Onderaan de heuvel aan de Waal moet zich in deze tijd een nog niet al te grote handelsnederzetting hebben bevonden.
In 1230 verwierf de stad formeel haar stadsrechten en het was vanaf dat moment een Rijksstad. Nijmegen werd tevens de hoofdstad van het Kwartier van Nijmegen.
De Stevenskerk, tot op heden de belangrijkste kerk van de stad, werd omstreeks 1272 in gebruik genomen. Deze kerk zou de 7e-eeuwse Gertrudiskerk aan het Valkhof hebben vervangen.
In 1247 kwamen Nijmegen en omstreken in handen van de graven van Gelre. Aanvankelijk werd het Rijk van Nijmegen door Rooms-koning Willem van Holland – aanvankelijk voor een lening van 10.000 zilveren mark – in onderpand gegeven aan de Gelderse graaf Otto II. Willem II kon door financiële problemen zijn schulden echter niet aflossen, waardoor het hele Rijk van Nijmegen voortaan Gelders bleef. De banden met het Duitse Rijk zouden uiteindelijk pas definitief verdwijnen met de Vrede van Münster (1648).
In 1402 werd Nijmegen een Hanzestad binnen het Hanzekwartier Keulen. In deze tijd kwam er ook een nieuwe stenen omwalling om de stad, en werd de stadsgracht aangelegd.

In 1543 kwam Nijmegen, samen met de rest van Gelre, middels het Traktaat van Venlo onder Habsburgs bestuur.
Protestanten en rooms-katholieken hadden in 1566 gelijke rechten. Vanaf 1579 werden echter de bordjes verwisseld; nu waren het juist de katholieken die door de protestanten onderdrukt werden. De voordien katholieke Stevenskerk werd in 1591 door de protestanten overgenomen.

Tijdens de Tachtigjarige Oorlog werd Nijmegen een aantal malen belegerd. Bij het tweede stadsbeleg van 1591 werd de stad door Prins Maurits heroverd. Tijdens deze belegering vond ook het beleg van Knodsenburg plaats, waaraan Nijmegen zijn latere bijnaam dankt.
In 1657 kwam er voor het eerst een rechtstreekse vaste verbinding over de Waal naar Lent, in de vorm van de gierpont Zeldenrust. Deze gierpont was van grote economische betekenis voor de Benedenstad, het lager gelegen deel van het centrum aan en nabij de Waalkade. Mede dankzij deze verbinding zou de Benedenstad gedurende ongeveer drie eeuwen meer welvaart en economische bloei kennen dan de Bovenstad.
De stad werd van 1672 tot 1674 bezet door de Fransen. De rust werd in 1678 uiteindelijk weer hersteld middels de vrede van Nijmegen, waarmee tevens de vrede tussen de Republiek der Nederlanden en Frankrijk werd besloten. Begin 18e eeuw kwam het stadsbestuur in handen van de staatsgezinde Nieuwe Plooi (zie ook de Gelderse Plooierijen).
In 1794, tijdens de Franse veldtocht in de Nederlanden (onderdeel van de Eerste Coalitieoorlog), vond er een nieuw beleg plaats. Dit werd gewonnen door de Fransen, die de stad daarop innamen. De inmiddels beschadigde Valkhofburcht is twee jaar later bijna helemaal afgebroken, op de Sint-Nicolaaskapel en Barbarossa-ruïne (Sint-Maartenskapel) na. De sloop gebeurde onder meer vanwege financiële motieven; het nog bruikbare tufsteen kon elders verkocht worden.
Nijmegen ging zwaar gebukt onder de strenge winter van 1844-1845. De Waal vroor dicht, waardoor er maandenlang geen overtocht mogelijk was.
Nijmegen had vanaf de 14e eeuw in de Benedenstad al een haven, de Oude Haven, die in 1601-1604 werd verlegd en uitgebreid. Omstreeks 1852 is de huidige Waalhaven aangelegd, waarna de eerdere haven werd gedempt.
Echte economische groei bleef voor de Bovenstad gedurende het eerste driekwart van de 19e eeuw nog zeer beperkt, doordat Nijmegen – tot aan het van kracht worden van de Vestingwet in 1874 – nog altijd de status van vestingstad had. Hierdoor raakte de stad in deze tijd binnen de vestingwallen enorm overbevolkt, terwijl er bovendien veel armoede heerste. In 1852 stuurden de Nijmegenaren een eerste verzoekschrift naar koning Willem III om de oude vestingwallen rond de stad te mogen afbreken. Ruim 20 jaar later, op 18 april 1874, kwam er uiteindelijk officieel toestemming om over te gaan tot deze afbraak. Onder meer de Burchtpoort werd in deze tijd gesloopt. Van de wallen resteren tot op de dag van vandaag onder meer drie waltorens (de Kruittoren, de St. Jacobstoren en De Roomse Voet). In 1882 werd het nieuw aangelegde Kronenburgerpark geopend, en twee jaar later was ook het Hunnerpark klaar.
Van 1890 tot 1940 was Nijmegen na Den Haag de belangrijkste 'Indische' stad in Nederland. De Europese tak van het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger (KNIL), de Koloniale Reserve, had sinds 1890 Nijmegen als standplaats. De Koloniale Reserve, die in 1911 de Prins Hendrikkazerne betrok. stond aan de basis van de Nijmeegse Vierdaagse, een evenement dat sinds 1909 bijna elk jaar wordt gehouden. Nijmegen kent tegenwoordig enkele buurten waar de straatnamen nog verwijzen naar de historische band met Nederlands-Indië. Bekend is vooral de Indische Buurt (ook bekend als de Javabuurt) in Nijmegen-Oost, aan de noordkant van de wijk Galgenveld, die in de jaren 20 van de twintigste eeuw is aangelegd. Tegenwoordig is dit beschermd stadsgezicht.
In het kader van de katholieke emancipatiebeweging kreeg Nijmegen in 1923 een universiteit met rooms-katholieke signatuur, de huidige Radboud Universiteit.
In 1936 kwam de Waalbrug gereed, waarmee de traditionele veerpont overbodig was geworden.

De laatste keer dat Nijmegen in de vuurlinie van een oorlog lag, was in de Tweede Wereldoorlog. Bij de Duitse inval in mei 1940 was het de eerste Nederlandse stad die in Duitse handen viel.
Met name de binnenstad is tijdens de Tweede Wereldoorlog meerdere keren zwaar getroffen en grotendeels verwoest. Berucht is vooral het bombardement door de United States Army Air Forces op 22 februari 1944, waarbij met name de Bovenstad en het centraal station (het eigenlijke doelwit) zwaar werden getroffen. Vermoedelijk is dit het dodelijkste bombardement ooit op Nederlands grondgebied geweest.
Vanaf september 1944 werd er tijdens operatie Market Garden zwaar gevochten in en rondom de stad. Dit had voor de Geallieerden tot doel de Waalbrug onbeschadigd in handen te krijgen en te houden, wat de Britten en Amerikanen uiteindelijk lukte (zie ook De Oversteek). Vanaf 26 september begonnen de Duitse aanvallen op de Nijmeegse Waalbruggen. Op 2 oktober werd de stad weer gebombardeerd, nu door de Luftwaffe.
Tijdens de wederopbouw zijn sommige delen van het stadscentrum geheel opnieuw ingericht en ook het stratenplan is vrij verregaand gewijzigd. Een deel van de vroegere straten is ingekort of volledig verdwenen, andere straten hebben nieuwe namen gekregen. De huidige bebouwing is voor het grootste deel naoorlogs. Plein 1944 werd in de periode 1950-1955 geheel nieuw aangelegd, ter vervanging van een door de oorlog verwoest deel van de Bovenstad.
Omdat veel delen van het Nijmeegse centrum tijdens de oorlogsjaren onleefbaar waren geworden, werden er tijdens de eerste jaren na WOII in de periferie van de stad enkele geïmproviseerde noodwijken gebouwd, waarvan vooral de Gouverneursbuurt in het zuidoosten van de stad bekend is. Omstreeks midden jaren '60 waren deze geïmproviseerde buurten weer verdwenen.
Door verwaarlozing en toegenomen armoede was de Benedenstad na de bouw van de Waalbrug in verval geraakt. Anderzijds had de Benedenstad, vergeleken met Bovenstad, aanzienlijk minder oorlogsschade geleden. De toestand van dit stadsdeel was echter door de vele reeds gesloopte panden en slechte woonomstandigheden (verkrotte, onbewoonbaar verklaarde panden, huizen zonder sanitair e.d.) zodanig, dat na jarenlange discussies en plannenmakerij in 1972 besloten werd tot grootschalige sloop en herbouw. In 1975 is de Benedenstad uitgeroepen tot beschermd stadsgezicht, maar toen waren de meeste middeleeuwse panden al gesloopt. Slechts enkele straten, of delen daarvan, zijn nog oorspronkelijk gebleven en gerestaureerd.
In de jaren zestig en zeventig kreeg Nijmegen het imago van rode stad. Er waren in die jaren veel marxisten te vinden die door de relatief grote populatie aan studenten erg opvielen.
Op 28 augustus 1979 vond er ter hoogte van de Muntweg een ernstig treinongeluk plaats, met 8 doden en 37 gewonden.
Een gewelddadige confrontatie tussen de linkse krakers en het Nijmeegse bestuur vond plaats in februari 1981, de Piersonrellen.
Sinds de Tweede Wereldoorlog heeft de stad zich flink uitgebreid in westelijke en vooral zuidwestelijke richting. De tot dan toe zelfstandige dorpen Hatert, Hees en Neerbosch gingen op in nieuwe Nijmeegse stadswijken met dezelfde naam. Ook het landgoed Brakkenstein en landgoed Heijendaal werden wijken in Nijmegen-Zuid. De allergrootste uitbreiding in deze tijd was de bouw van 10.000 woningen in Dukenburg (vanaf 1966) en 6000 in Lindenholt (vanaf 1977), ten westen van het Maas-Waalkanaal. Aanvankelijk wilde de gemeente niet aan de westzijde van het Maas-Waalkanaal bouwen, maar in de Ooijpolder. In 1951 lagen er al plannen op tafel voor de bouw van 17.000 woningen in dit gebied ten oosten van het centrum. Na veel protest tegen de bebouwing van de landschappelijk waardevolle polder werden deze plannen in 1970 echter definitief geschrapt. Het grondgebied van de gemeente Nijmegen werd op deze manier zeer onevenwichtig: het centrum kwam in het uiterste noordoosten te liggen, terwijl de nieuwe stadsuitbreidingen tot 7 kilometer daarvandaan plaatsvonden in vooral zuidelijke en westelijke richting. Lang was de Waal een onneembare barrière die de noordgrens van de bebouwing bepaalde. Vanaf het einde van de jaren 90 heeft de stad zich alsnog wat uitgebreid ten noorden van de Waal, op de Vinex-locatie Waalsprong. Hier moesten uiteindelijk zo'n 19.000 woningen verrijzen.
In de periode 2010-2025 wordt een nieuwe wijk, het Waalfront, gebouwd op de locatie van het oude haven- en industriegebied dat grenst aan de Waterkwartier en de Waal. Tussen 2015 en 2018 is er nabij de Waal ook de nieuwe wijk Batavia verrezen. De straten hiervan zijn weer vernoemd naar Indische Nijmegenaren.
| Jaar | Inwoners |
|---|---|
| 1995 | 147.561 |
| 1996 | 147.631 |
| 1997 | 147.172 |
| 1998 | 150.542 |
| 1999 | 151.924 |
| 2000 | 152.286 |
| 2001 | 153.636 |
| 2002 | 154.581 |
| 2003 | 156.308 |
| 2004 | 157.473 |
| 2005 | 158.215 |
| 2006 | 159.556 |
| 2007 | 160.962 |
| 2008 | 161.358 |
| 2009 | 161.884 |
| 2010 | 163.112 |
| 2011 | 164.540 |
| 2012 | 165.253 |
| 2013 | 166.382 |
| 2014 | 168.344 |
| 2015 | 170.943 |
| 2016 | 172.073 |
| 2017 | 173.540 |
| 2018 | 175.904 |
| 2019 | 176.703 |
| 2020 | 177.687 |
| 2021 | 177.407 |
| 2022 | 178.989 |
| 2023 | 182.417 |
| 2024 | 187.090 |
| 2025 | 189.074 |
Aan het begin van de 19e eeuw telde Nijmegen slechts een goede 10.000 inwoners. In 1875 was dit aantal meer dan verdubbeld tot ongeveer 24.000 en tegen de eeuwwisseling was het inwonertal opgelopen tot 44.000. In het laatste kwart van de 19e eeuw is de bevolking dus bijna verdubbeld.
De grote groei deed zich echter voor in de 20e eeuw. Vlak na de Eerste Wereldoorlog liep Nijmegen naar 70.000 inwoners, een paar jaar na de Tweede Wereldoorlog overschreed het reeds de 110.000 inwoners. De 150.000e inwoner werd in 1971 ingeschreven, maar door daling van de gezinsgrootte en gelijkblijvende woningvoorraad trad toen een stagnatie en zelfs bevolkingsdaling op (op 1 januari 1995 telde Nijmegen 147.561 inwoners en 65.020 woningen), die pas in opwaartse zin werd doorbroken bij de overgang naar de 21e eeuw, door grootschalige nieuwbouw ten noorden van de stad en de vele studenten van de Radboud Universiteit.
Nijmegen groeide sindsdien langzaam maar gestaag verder.
Aantal inwoners per stadsdeel:
| Stadsdeel | 1995 | 2000 | 2005 | 2007 | 2016 | 2025 |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Nijmegen-Centrum | 8.506 | 8.709 | 9.274 | 9.307 | 11.557 | 12.965 |
| Nijmegen-Oost | 30.917 | 30.974 | 32.388 | 32.619 | 34.977 | 35.265 |
| Nijmegen-Oud-West | 13.076 | 12.971 | 12.766 | 13.316 | 13.980 | 16.055 |
| Nijmegen-Nieuw-West | 15.792 | 16.093 | 16.401 | 16.200 | 16.775 | 17.470 |
| Nijmegen-Midden | 17.220 | 17.859 | 18.150 | 18.113 | 18.925 | 20.005 |
| Nijmegen-Zuid | 20.749 | 21.934 | 22.795 | 22.528 | 23.406 | 23.835 |
| Dukenburg | 25.071 | 23.755 | 23.499 | 23.188 | 22.113 | 22.500 |
| Lindenholt | 16.230 | 16.242 | 16.121 | 15.703 | 14.949 | 14.530 |
| Nijmegen-Noord | - | 3.715 | 6.790 | 9.986 | 15.408 | 26.375 |
| Stadsdeel onbekend | - | 34 | 31 | 2 | 6 | - |








Een deel van de Nijmeegse binnenstad is sinds 1980 een beschermd stadsgezicht. Het gaat onder meer om de hele Benedenstad, samen met een deel van de 19e-eeuwse stadsuitleg.




|
|

Als studentenstad kent Nijmegen een levendig uitgaansleven en heeft sinds 2010 ook een nachtburgemeester. Vele (eet)cafés en restaurants bevinden zich aan de Grote Markt en het Koningsplein en ook de Molenstraat is een belangrijke uitgaansstraat met onder meer een vestiging van de vroegere caféketen De Drie Gezusters.
Een bekende grote discotheek was The Matrixx (later Monte Carlo) aan de Wijchenseweg. Het pand werd bij een brand in 2016 grotendeels verwoest en in 2018 gesloopt.
De homohoreca was sinds de jaren tachtig geconcentreerd in de Van Welderenstraat, maar daar zit alleen nog bar De Regenboog (voorheen Thomtom en 't Bakkertje). Elders in de stad zit er nog danscafé Marcus-Antonius.
De prostitutie in Nijmegen omvat raamprostitutie aan de Nieuwe Markt en een tippelzone aan de Nieuwe Marktstraat, beide nabij het Kronenburgerpark.
De stad telt ook een aantal coffeeshops.

In de directe omgeving van Nijmegen bevinden zich meerdere uitgestrekte natuurgebieden, zoals Heumensoord en de Ooijpolder. Ook ligt Nijmegen niet ver van het Reichswald in Duitsland.
Nijmegen is sinds jaar en dag een 'roze' stad met naar schatting 10.000 lhbt-inwoners (ruim 6% van het inwoneraantal), een reeks van homobars en een actieve homobeweging met het Roze Huis Nijmegen als enige onafhankelijke roze huis in Nederland en DITO! als grote homojongerenorganisatie. Eind jaren zeventig ontstond de Nijmeegse Potten en Flikker(s)dag (NPFD), die uitgroeide tot een meer divers meerdaags evenement en in 2002 werd omgedoopt tot Roze Meifeest.
Na antihomoseksueel geweld tijdens de Vierdaagsefeesten van 1983 werd in het daaropvolgende jaar de landelijke Roze Zaterdag in Nijmegen gehouden en kwam de gemeente in 1987 met een eerste nota voor homo- en lesbisch beleid. In 1988 was Nijmegen de eerste gemeente in Nederland die een klankbordgroep instelde om over homo- en lesbische kwesties te adviseren. Vanuit de lokale homohoreca was ondertussen een eigen roze straatfeest tijdens de Vierdaagse opgezet, de Roze Woensdag. In deze periode ontstond ook het Lesbisch Archief Nijmegen, het enige onafhankelijke archief in haar soort in geheel Nederland. Ook De Feeks, een boekhandel, café en documentatiecentrum was vlak daarvoor, in 1977, opgericht. Door dit alles kwam Nijmegen in de jaren 1980 ook wel bekend te staan als een zeer links feministische stad én een 'lesbisch paradijs'.
Sinds 2001 is landelijk het homohuwelijk gelegaliseerd. In de 20 jaar daarna trouwden in Nijmegen 330 stellen van hetzelfde geslacht. Die stellen bestonden uit 400 vrouwen en 260 mannen. Daarmee bereikte Nijmegen landelijk de derde plaats voor het aantal voltrokken homohuwelijken. Enkel Amsterdam en Zandvoort bleven Nijmegen voor. In 2005 werd de Roze Zaterdag voor de tweede keer in de stad gehouden en sinds 2008 is Nijmegen een zogeheten Regenboogstad. Als variant op het elders gebruikelijke regenboogpad werden in 2015 de Veerpoorttrappen met een kunstzinnige beschildering omgevormd tot een regenboogtrap.
De twee belangrijkste ziekenhuizen binnen Nijmegen zelf zijn het Canisius-Wilhelmina Ziekenhuis (aan de Weg door Jonkerbos) en het Radboud universitair medisch centrum (in de wijk Heijendaal). De Sint Maartenskliniek ligt op de Hengstberg, net buiten de gemeente Nijmegen zelf, maar is voor Nijmegenaren eveneens van belang als aanvulling op de eerste twee ziekenhuizen.
Er zijn in Nijmegen 46 basisscholen anno 2025. In totaal gaan hier dagelijks bijna 12.000 leerlingen naar school. Er is regulier, montessori-, dalton-, jenaplan- en ontwikkelingsgericht onderwijs. Wat betreft denominaties is er keuze tussen openbaar, rooms-katholiek, algemeen bijzonder, protestants-christelijk en islamitisch.
Van de 46 scholen zijn er relatief veel (27) van rooms-katholieke signatuur. Dit heeft ermee te maken dat de katholieke religie midden 20e eeuw nog altijd door meer dan 80% van de bevolking werd aangehangen.:35
Nijmegen kent een aantal scholen en colleges voor het middelbaar onderwijs. Er zijn verschillende instituten van de HAN University of Applied Sciences (HAN) en er is een regionaal opleidingencentrum (ROC) gevestigd. Verder is er de reeds genoemde Radboud Universiteit.

De bouw van de Gertrudiskerk, die eind 7e eeuw vermoedelijk gebeurde als onderdeel van de kersteningscampagne van bisschop Kunibert van Keulen, is een duidelijke aanwijzing dat men hier in deze tijd is overgegaan op het katholieke christendom.
In de Tachtigjarige Oorlog viel de stad om beurten in katholieke Spaansgezinde en protestantse Staatse handen. Het Beleg van Nijmegen (1591) pakte definitief uit ten gunste van de laatsten, waarbij het katholicisme uit het openbare leven werd gebannen.
In de 17e eeuw was ongeveer 40% van de Nijmegenaren katholiek, wat na de door Franse revolutionaire veroveraars ingevoerde godsdienstgelijkheid weer toenam tot 60% in 1800, 70% bij de opening van de Katholieke Universiteit Nijmegen in 1923 en midden 20e eeuw boven de 80%.:35
Vanaf de jaren 1960 seculariseerde Nijmegen snel, mede onder druk van de linkse studentenbeweging.
De plaatselijke club uit het betaald voetbal is NEC Nijmegen, die uitkomt in de Eredivisie. De club speelt zijn thuiswedstrijden in het Goffertstadion. Quick 1888 is de enige Nijmeegse voetbalclub die ooit een grote prijs won (KNVB Beker 1949).
TBG Dragons is een voormalig eredivisiespeler. Daarnaast is er de club Wildcats Nijmegen.
Nijmegen heeft diverse succesvolle hockeyclubs. Bekend is vooral NMHC Nijmegen.
Nijmegen Devils is een Nederlandse professionele ijshockeyclub uit Nijmegen die uitkomt in de Eredivisie ijshockey en meervoudig landskampioen is. Zij spelen hun thuiswedstrijden in het Triavium.
In 2016 was Nijmegen start- en finishplaats van een etappe in de Giro d' Italia.


Nijmegen staat sinds de jaren zestig en zeventig van de twintigste eeuw bekend als overwegend politiek links. Thans is het 'rode aspect' in sterk afgezwakte vorm herkenbaar aan een links stadsbestuur: het college van B en W begon na de verkiezingen van 2002 met zes wethouders uit GroenLinks, PvdA en SP. In de periode 2002-2006 kende Nijmegen een college dat uit dezelfde politieke partijen was samengesteld en over 23 van de 39 raadszetels kon beschikken. Elke partij leverde twee wethouders. Vanaf 2018 bestond de coalitie uit GroenLinks, D66 en SP, die samen 22 van de 39 zetels in handen hadden.
De burgemeester van Nijmegen is sinds 21 mei 2012 Hubert Bruls (CDA). Hij volgde Thom de Graaf op. Bruls' portefeuille bestaat uit de volgende onderwerpen: openbare orde & veiligheid, dienstverlening & burgerzaken, externe betrekkingen, juridische zaken, communicatie en onderzoek & statistiek.
| Partij | 1974 | 1978 | 1982 | 1986 | 1990 | 1994 | 1998 | 2002 | 2006 | 2010 | 2014 | 2018 | 2022 | 2026 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| GroenLinks | 4 | 3 | 6 | 5 | 6 | 6 | 8 | 9 | 6 | 8 | 8 | 11 | 9 | 11 |
| D66 | - | 2 | 2 | 2 | 5 | 7 | 2 | 1 | 2 | 6 | 7 | 6 | 6 | 7 |
| Stadspartij Nijmegen | - | - | - | - | - | - | - | 4 | 2 | 1 | 2 | 3 | 7 | 6 |
| PvdA | 12 | 12 | 9 | 16 | 11 | 8 | 8 | 8 | 11 | 8 | 4 | 3 | 4 | 4 |
| VVD | 6 | 4 | 6 | 4 | 3 | 4 | 5 | 4 | 4 | 4 | 4 | 4 | 3 | 3 |
| CDA | 15 | 16 | 13 | 10 | 12 | 9 | 7 | 5 | 5 | 3 | 2 | 2 | 2 | 2 |
| PvdD | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | 2 | 4 | 2 |
| FVD | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | 1 |
| SP | 2 | 2 | 3 | 2 | 2 | 4 | 6 | 6 | 7 | 5 | 8 | 5 | 3 | 1 |
| Volt | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | 1 |
| 1Nijmegen | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | 1 |
| Gewoon Nijmegen | - | - | - | - | - | - | - | - | 1 | 2 | 2 | 1 | 1 | - |
| 50PLUS | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | 1 | - | - |
| Voor Nijmegen | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | 1 | - | - |
| VSP | - | - | - | - | - | - | 1 | 2 | 1 | 2 | 2 | - | - | - |
| De Groenen | - | - | - | - | - | 1 | 2 | - | - | - | - | - | - | - |
| Totaal | 39 | 39 | 39 | 39 | 39 | 39 | 39 | 39 | 39 | 39 | 39 | 39 | 39 | 39 |
| Opkomst | 56,6% | 53,6% | 52,4% | 57,9% | 54,1% | 54,6% | 57,1% | 54,1% | 58,4% |
De gemeenteraad heeft de gemeente Nijmegen met ingang van 1 januari 2007 onderverdeeld in 9 stadsdelen (CBS-wijken), die weer bestaan uit 44 wijken (CBS-buurten), namelijk:
|
|
In Nijmegen hebben een drietal landen een vertegenwoordiging. Allen hebben een ondersteunende rol voor de eigen ambassade en zijn dan ook niet vrij toegankelijk voor het publiek. De drie vertegenwoordigingen zijn:
Nijmegen heeft de volgende partnersteden:
In november 2006 werd door de burgemeesters van Gaziantep en Nijmegen het verdrag getekend dat de stedenband tussen de beide steden bevestigt. In maart 2017 kwam de stedenband tussen Nijmegen en Gaziantep onder druk te staan naar aanleiding van de zogeheten Turkijerel, een diplomatiek conflict tussen Turkije en Nederland over de campagne die ministers van de regering-Erdogan wilden voeren voor een voorstem in het Turks referendum over grondwetswijzigingen 2017. De gemeente Gaziantep heeft alle borden die verwijzen naar Nijmegen (op de Nijmegen-Boulevard in Gaziantep) laten verwijderen. Burgemeester Bruls vroeg om duidelijkheid over de toekomst van de stedenband; wat betreft het Nijmeegse gemeentebestuur blijft de naam van het Gaziantepplein in Nijmegen ongewijzigd.
Verder heeft Nijmegen vriendschapsbanden met:
Nijmegen kent ongeveer 50 sportverenigingen alsmede aparte voorzieningen voor gehandicaptensport.



Nijmegen is aangesloten op de volgende rijks- en provinciale wegen:
De Waal wordt in Nijmegen voor autoverkeer overbrugd door de Waalbrug en de Oversteek. De nieuwe brug wordt zo genoemd ter herinnering aan de heldhaftige oversteek die precies op de plek waar de brug is gebouwd, in september 1944 door het Amerikaanse 504th parachute infantry regiment van de 82nd airborne division werd uitgevoerd. Voor fietsers is er naast 2 autoverkeersbruggen ook de Snelbinder die parallel loopt aan de Spoorbrug vanaf Station Nijmegen Lent tot aan het politiebureau naast het centrale station. De oevers van het Maas-Waalkanaal worden verbonden door de Dukenburgsebrug, de Graafsebrug, de Hatertsebrug en de Neerbosschebrug alsmede het sluiscomplex Weurt.
Het stads- en streekvervoer per autobus wordt verzorgd door Transdev onder de merknaam RRReis, het gezamenlijke merk van de provincies Gelderland, Overijssel en Flevoland. Lijn 383 naar Gennep en Venlo wordt gezamenlijk geëxploiteerd met Arriva Limburg. Lijn 99 naar Uden wordt geëxploiteerd door Arriva Noord-Brabant. Lijn 85(Nijmegen-Druten) / 42(Druten-Tiel) naar Druten en Tiel wordt gezamenlijk geëxploiteerd met Arriva Rivierenland.
Ook zijn er twee internationale buslijnen. De SB46 naar Kevelaer via Flughafen Weeze, Goch en Kranenburg. En de SB58 naar Emmerich via Kleve, Kranenburg en Beek. Doordeweeks tot 20:30 rijdt de SB58 door naar de campus.
Langeafstandsbusvervoer wordt aangeboden door Flixbus. De halte voor Nijmegen bevindt zich onder het centraal station aan de Tunnelweg.
Tot 2009 waren het stads-en streekvervoer van elkaar gescheiden. Novio verzorgde alleen het stadsvervoer. Hermes verzorgde de meeste streeklijnen, waarvan de lijnen in de richting van Arnhem in samenwerking met Connexxion.
In het verleden kende Nijmegen een tramnetwerk en een trolleybusnet, die in respectievelijk 1955 en 1969 uit de stad verdwenen. Een plan om vanaf 2015 een trambus tussen de wijk Waalsprong en de universiteit te laten rijden is inmiddels weer van de baan.


Nijmegen heeft vijf treinstations:
Op het centrale station van Nijmegen beginnen de intercity's naar Den Helder en Den Haag Centraal. Daarnaast stopt ook de Intercity van Vlissingen / Roosendaal naar Zwolle op Nijmegen. Daarnaast beginnen op Nijmegen ook de stop- en sneltreinen van Arriva naar Nijmegen Heyendaal, Venray, Venlo en Roermond.
Op de stations Nijmegen, -Lent, -Goffert, en -Dukenburg stoppen de sprinters van Arnhem/Zutphen naar Wijchen/Dordrecht en v.v.
De spoorlijn naar Arnhem loopt over de Spoorbrug Nijmegen, die in 1879 gereed kwam. Er bestond ook een spoorverbinding met Kleef. Deze is echter op 2 juni 1991 gesloten voor reizigersvervoer, omdat de exploitatie niet rendabel was. Tegenwoordig wordt deze verbinding verzorgd door bussen van de NIAG.
Nijmegen staat bekend om de goede faciliteiten voor fietsers. Het RijnWaalpad is een 17 km lange fietssnelweg en verbindt Nijmegen met Arnhem. Het is de eerste snelfietsroute van de regio. Het is een vrijliggende snelfietsroute waar fietsers niet hoeven te wachten bij verkeerslichten. Verder lopen twee snelfietsroutes naar Beuningen (Batavierenpad) en naar Wijchen (Wijchen - Nijmegen).


Nijmegen ligt 15 km ten zuiden van Arnhem, waarmee het de Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen vormt. Een groot deel van de stad wordt in het noorden begrensd door de Waal, die bij Pannerden aftakt als zijrivier van de Rijn. Een klein deel van de gemeente, de Waalsprong, ligt ten noorden van de Waal.
Nijmegen heeft een binnenhaven (opgedeeld in Noord- en Oostkanaalhaven) aan het Maas-Waalkanaal, dat bij het noordelijkste punt van de stad aftakt van de Waal.
Nijmegen won onderstaande prijzen:
De gemeente reikt zelf ook meerdere prijzen uit. Nijmegen kent sinds 2009 in gradatie de gemeentelijke onderscheidingen van:
Daarvoor werden ook de De Nijmeegse Bliksem, de Bronzen Erepenning en de Gouden Waalbrugspeld uitgereikt.
De gemeente reikt tevens de culturele Karel de Grote-prijs en Cultuur Stimuleringsprijs Stad Nijmegen (voorheen Alcuinusprijs) uit en is participant in de Vrede van Nijmegen Penning.
| Aangrenzende gemeenten | ||||
|---|---|---|---|---|
| |
||||
| |
||||
| |
||||