

D.B. Cooper is een populaire bijnaam gegeven aan een vliegtuigkaper die verantwoordelijk was voor een van de spectaculairste ontsnappingen in de Amerikaanse geschiedenis.
Op vlucht 305 van Northwest Airlines van Portland naar Seattle op 24 november 1971, een vlucht van een half uur, gebeurde na de start iets opmerkelijks. De passagier op stoel 18C (een man met zonnebril en gekleed in donker pak) gaf een stewardess een briefje met daarop de mededeling dat hij een bom bij zich had. Hij dreigde het vliegtuig, een Boeing 727, op te blazen als hij niet 200.000 dollar (gelijk aan 1.6 miljoen dollar in 2026) en vier parachutes kreeg. De man had zijn vliegticket gekocht onder de (schuil)naam Dan Cooper.
Nadat hij op Seattle-Tacoma International Airport het geld en de parachutes had ontvangen, liet hij de 36 passagiers en twee bemanningsleden van het vliegtuig vrij. Vervolgens gaf hij aan de piloot de opdracht om naar Mexico te vliegen. Achtervolgd door straaljagers van de Amerikaanse luchtmacht zette het vliegtuig koers in die richting. Boven het zuidwesten van de staat Washington, op ongeveer 3,5 km hoogte, bij een windsnelheid van 41,15 m/s en tijdens een zeer koude regen, liep Cooper naar de uitgang achter in het vliegtuig en sprong hij met twee parachutes naar beneden. Het was avond en een van de parachutes was een dichtgenaaid trainingsexemplaar.
De Amerikaanse overheid begon hierop een grote zoekactie. Vijf maanden lang was zowel de FBI als de lokale politie naar Cooper op zoek in het gebied waar hij geland zou moeten zijn.
De afgelopen decennia zijn er meer dan duizend verdachten aangewezen. De FBI vermoedde dat Cooper zijn schuilnaam Dan Cooper dankte aan de Franstalige Belgische stripreeks Dan Cooper, maar de ware identiteit van de vliegtuigkaper is tot op heden nooit achterhaald. Voor de sprong deed Cooper zijn stropdas af. De FBI heeft in 2007 van deze das DNA veilig weten te stellen. Eventuele verdachten kunnen dus snel worden uitgesloten. De FBI gaat er van uit dat Cooper bij de landing is omgekomen, maar zijn lichaam is nooit gevonden.
Na soortgelijke gijzelingen in 1972 droeg de Federal Aviation Administration luchtvaartmaatschappijen op om een zogenaamde Cooper vane op de achteringang van Boeing 727's te plaatsen, een mechanische voorziening die voorkomt dat de trap tijdens de vlucht omlaag gebracht kan worden.
In 1980 werd 5880 dollar (294 biljetten van 20 dollar) teruggevonden op de oever van de Columbia door de toen achtjarige Brian Ingram. Als beloning mocht hij de helft van het geld houden.
In 2016 maakte de FBI bekend het onderzoek in de zaak Cooper te staken.