| Dany Mann | ||||
|---|---|---|---|---|
| Persoonsgegevens | ||||
| Volledige naam | Sybille Danielle Pagel | |||
| Bijnaam | Danny Mann, Sybille Pagel | |||
| Geboortedatum | 21 februari 1938 | |||
| Geboorteplaats | Szczecin | |||
| Overlijdensdatum | 29 mei 2010 | |||
| Overlijdensplaats | München | |||
| Land | ||||
| Opleiding en werk | ||||
| Beroep(en) | zangeres, actrice | |||
| Genre(s) | schlager | |||
| Label(s) | Polydor, Electrola, Vogue | |||
| ||||
Dany Mann ook wel Danny Mann of Sybille Pagel, geboren als Sybille Danielle Pagel (Stettin, 21 februari 1938 - München, 29 mei 2010) was een Duitse schlagerzangeres, jazzzangeres en artieste.
Sybille Pagel was het derde en jongste kind van een rijke ondernemersfamilie. Tijdens de Tweede Wereldoorlog vluchtte ze met haar moeder naar Hannover en later verhuisde ze naar haar tante, de schrijfster Eva Döring naar Bazel. Na het einde van de oorlog keerde ze naar Hannover terug, waar ze haar schooldiploma haalde. Daarna schreef ze zich in bij de Akademie für Musik und Theater. Ze trad op als zangeres van de New Jazz Group Hannover. Vanaf het midden van de jaren 1950 volgden optredens op talrijke befaamde jazzfestivals.
Vrienden overtuigden haar om mee te doen aan de zangwedstrijd Die große Chance, georganiseerd in 1955 door het platenlabel Electrola. Ze behoorde samen met Ralf Bendix en de pianist Ingfried Hoffmann tot de drie winnaars, die een platencontract kregen aangeboden. Haar eerste single, geproduceerd door Hans Bertram en gearrangeerd door Paul Kuhn, werd echter een flop. Ook in 1956 konden twee gepubliceerde singles zich niet plaatsen in de hitparaden. Naast de jazz en het acteren bleven plaatopnamen een interessante bezigheid.
In 1957 ondertekende ze een contract bij het platenlabel Polydor, waar ze onder haar burgerlijke naam met producenten en muzikanten samenwerkte, waaronder Erich Bender, Bert Kaempfert, Werner Müller en Horst Wende. In 1958 verwisselde ze Hamburg voor de Polydor-studio in Wenen naar de succesvolle muziekproducent Gerhard Mendelson, die haar als Dany Mann presenteerde. Met het covernummer Sexie Hexy (Stupid Cupid) lukte haar de doorbraak. Bij plaatopnamen, concerttournees en film- en tv-optredens werkte ze samen met beroemde collega's, waaronder Louis Armstrong, Karlheinz Böhm, Johannes Fehring, Günther Frank, Erwin Halletz, Harald Juhnke, Peter Kraus, Werner Scharfenberger en Peter Weck.
Dany Mann leerde tijdens filmopnamen de showpresentator en schlagerzanger Chris Howland kennen en begon een verhouding met hem. Howland attendeerde muziekproducent en componist Heinz Gietz op zijn partner, die in 1960/1961 wederom van platenlabel wisselde naar Electrola. Met het covernummer Norman (1962) van de Engelse zangeres Sue Thompson, dat 20 weken in de Duitse hitlijst bleef, scoorde ze weer een succes. Maar net zoals bij Polydor, ging de plaatverkoop niet van een leien dakje. In 1964 publiceerde ze haar laatste single bij Electrola, hetgeen tevens de beëindiging van haar schlagercarrière betekende. Ze richtte zich nu meer op haar carrière als actrice en speelde ook serieuze filmrollen. Samen met haar broer Helli Pagel nam ze in 1966 bij het platenlabel Vogue Records haar laatste album Brüderlein Schwesterlein – Deutsche Volkslieder op. Dany Mann concentreerde zich verder op het acteren. Ze acteerde in theaters en stond regelmatig voor de camera in bioscoop- en tv-films.
In 1956 trouwde ze met de Brit John Mann, met wie ze al enige tijd verloofd was. Ze vertrok met hem naar Amsterdam, waar ze optrad als jazzzangeres onder het pseudoniem Dany Mann. Iets later werd het huwelijk ontbonden. Naderhand had ze nog een verhouding met Chris Howland. Nadat haar verhouding met Chris Howland was beëindigd, huwde ze de Oostenrijkse filmregisseur Herbert Vesely (1932 tot 2002). Na de geboorte van haar zoon richtte ze zich meer op haar taak als huisvrouw en moeder. Sinds de dood van haar echtgenoot leefde ze teruggetrokken in München. Ten slotte begon ze te dementeren en werd ze verzorgd in een verzorgingstehuis voor senioren. Ze overleed in een ziekenhuis in München.