| Darja Collin | ||||
|---|---|---|---|---|
| Algemene informatie | ||||
| Geboortedatum | 19 november 1902 | |||
| Geboorteplaats | Amsterdam | |||
| Overlijdensdatum | 28 maart 1967 | |||
| Overlijdensplaats | Florence | |||
| Land | ||||
| Werk | ||||
| Beroep(en) | acteur, balletdanser | |||
| ||||
Maria Louisa Frederika (Darja) Collin (Amsterdam, 19 november 1902 - Florence, 28 maart 1967) was een Nederlandse balletdanseres en lerares in klassiek ballet.
Haar vader Robert Johan Carl Collin (1863-1904) was (alt-)violist; haar moeder was Wilhelmina Frederika Christina van Dijk. Opa en oma van vaders kant waren dirigent Robert Collin en zangeres Anna Collin-Tobisch.
Collin was in de jaren twintig en dertig een befaamde danseres en had bijnamen als 'de Mata Hari van de dans' en 'maangodin'. De laatste kreeg ze van schilder Christiaan de Moor, een van haar geliefdes. Naast een relatie met hem, zou ze ook een affaire hebben gehad met danser Alexeï d’Ormesson. Collin was van 3 september 1930 tot en met 30 april 1935 getrouwd met de dichter Jan Slauerhoff. Ze kregen een doodgeboren kind.
Collin brak in 1928 door in Nederland. Ze stond bekend als de eerste danseres met 'sterallures'. In 1935 maakte ze een gastoptreden in de film Het mysterie van de Mondscheinsonate, waarin ze te zien was als danspartner van Egon Karter. In 1929 opende ze met Gertrud Leistikow een dansschool, na een conflict gingen ze in 1931 uit elkaar en ging Collin alleen verder met een eigen dansschool in Den Haag, waar ook Igor Schwezoff enige tijd les heeft gegeven.
In de zomer van 1937 maakte ze met Edmée Monod de Froideville, Alexander von Swaine en Eberhard Rebling een reis naar Nederlands-Indië die Rebling nauwkeurig beschrijft in het boek Lied van verzet, dat hij met zijn echtgenote Lin Jaldati schreef en dat in 2024 in het Nederlands verscheen (oorspronkelijke uitgave: Sag nie, du gehst den letzten Weg, Berlijn 1986). In de Tweede Wereldoorlog vluchtte Collin met Monod de Froideville uit Zuid-Frankrijk, ze standden in Frans Congo waar ze werden opgepakt door Franse aanhangers van Charles de Gaulle die meenden dat zij spionnen waren, zoals Mata Hari in de Eerste Wereldoorlog. Al snel kwamen ze met de schrik vrij en trokken erna dwars door Afrika naar Zuid-Afrika. Vanuit Durban namen ze de boot naar Java. Begin 1942 vluchtten ze opnieuw en vaarden ze mee op een eigenlijk te kleine boot naar Australië. Na de oorlog keerde Collin via New York terug naar Amsterdam waar ze de leiding kreeg over het ballet van de Nederlandse Opera. Ze gaf er de 18-jarige Hans van Manen een kans, nadat hij eerder hij het ballet van Sonia Gaskell was weggestuurd wegens gebrek aan talent.
Begin jaren 50 verhuisde Collin naar Florence, waar ze een succesvolle balletschool opende. Ze stierf in de stad op 28 maart 1967. Ze ligt begraven op het Cimitero Evangelico agli Allori in Florence.
In het najaar van 2025 verscheen haar biografie van de hand van Arend Hulshof, Alleen in dans kon zij wonen. Het vrijgevochten leven van Darja Collin.
Jan Slauerhoff schreef het volgende sonnet (met extra lang volgehouden rijm -even) voor zijn vrouw Darja Collin.
Kon ik eenmaal toch...
Kon ik eenmaal toch jouw dans weergeven
In een van het woord bevrijd gedicht,
Eenmaal even vrij en lenig zweven
Als jij in de lucht en in het licht
Met je lichaam doet, dat toch niet even
Los van de aarde is als wat ik dicht,
Zich met moeite van de grond opricht,
Zwaarder dan mijn geest, en toch kan zweven.
Jij kunt met een wending, een gebaar
Woede, weemoed en geluk weergeven,
Waar ik honderd woorden over doe.
Denken is het lichtst, toch wordt het zwaar,
En de dans kan 't lieve lichaam geven
Ziel en zaligheid, en nimmermoe.