

Een datacenter of datacentrum is een industrieel, hoogbeveiligd gebouw, speciaal ontworpen om computerservers met digitale applicaties continu draaiende te houden.
Een datacenter is uitgerust met diverse voorzieningen, waaronder klimaatbeheersing door middel van airconditioning, geavanceerde automatische brandblussystemen en back-up stroomvoorzieningen. Daarnaast bevat een datacenter doorgaans verbindingen met het internet en is het voorzien van fysieke veiligheidsmaatregelen. In verband met het bedrijfskritische karakter van de apparatuur in een datacenter, zijn de voorzieningen doorgaans redundant uitgevoerd.
Er zijn datacenters waarin alleen apparatuur geplaatst wordt van de eigenaar van het datacenter, maar sinds het einde van de jaren negentig wordt datacenterruimte steeds vaker verhuurd aan derden. Het gemeenschappelijk gebruik van een datacenter wordt colocatie genoemd. Colocatie kan aantrekkelijk zijn vanwege schaalvoordeel, maar ook vanwege de aanwezigheid van bepaalde netwerkverbindingen, die op de eigen locatie wellicht niet voorhanden zijn. Zo zijn er in Amsterdam enkele colocatiefaciliteiten ontstaan vanwege de aanwezigheid van Amsterdam Internet Exchange.
Vooral in de 21e eeuw nam het geïnstalleerd vermogen van datacenters sterk toe. Tot 2018 was de toename nog geleidelijk, maar nadien versnelde het ritme, vooral door de behoeften van kunstmatige intelligentie. Bovendien zal de vraag naar datacenters waarschijnlijk blijven stijgen naarmate AI vaker wordt gebruikt, aangezien hier de gegevens worden opgeslagen die nodig zijn om AI-modellen te trainen en de rekenkracht te leveren die nodig is om ze te gebruiken.
Deze voorzieningen zijn ook de belangrijkste reden om computerapparatuur op één locatie te concentreren. Het aanleggen van al deze faciliteiten verdeeld over meerdere locaties is economisch gezien oninteressant of onpraktisch.
Oorspronkelijk ontbraken algemene kwaliteitseisen waar een datacenter aan moest voldoen. Tegenwoordig bestaat een classificatiesysteem, zodat de kwaliteit van een dergelijke faciliteit op eenduidige wijze kan worden aangegeven. Hiervoor zijn vier klassen opgezet van Tier 1 tot Tier 4, waarbij deze laatste de hoogste vorm van bescherming en kleinste risico van uitval heeft. De standaard die gebruikt wordt om de indeling te bepalen heet TIA-942.

Datacentra vindt men op de volgende plaatsen:
Mainframes en computerclusters zijn zeer kostbaar. Ze vereisen veel elektriciteit en produceren daardoor veel warmte. Ze zijn vaak bedrijfskritisch en hebben soms een zware internetverbinding nodig. Vanwege deze eigenschappen worden mainframes en clusters vrijwel altijd in datacentra ondergebracht.
Servers in een datacenter worden opgehangen in zogenaamde racks. Als eerste worden er rails aan beide zijden van een server bevestigd zodat de server vervolgens in het rack opgehangen kan worden. Het komt echter ook voor dat servers (mits ze hoog genoeg zijn) zonder railkit in een rack bevestigd kunnen worden.
Om er voor te zorgen dat servers in een datacenter via internet bereikbaar zijn moeten er verbindingen naar andere datacenters en/of internet-knooppunten aanwezig zijn (zoals de Amsterdam Internet Exchange). In de meeste datacentra zijn diverse verbindingen naar andere datacenters aanwezig, die meestal niet onder het beheer vallen van het datacenter zelf (provider-onafhankelijk datacenter). Tegenwoordig worden voor het opzetten van deze verbindingen voornamelijk glasvezelverbindingen gebruikt.
Enkele grote hardwareontwikkelaars ontwikkelen complete datacentra die kant-en-klaar op een locatie neergezet kunnen worden en zeer snel operationeel kunnen worden gemaakt. De exacte uitgangspunten en uitvoeringen verschillen, maar deze ontwikkelingen hebben gemeenschappelijk dat ze geheel of gedeeltelijk zijn ingericht om snel operationeel opgeleverd te kunnen worden.
Vooral bij calamiteiten zouden dergelijke systemen voordelen moeten bieden in vergelijking met bestaande centra. Te denken valt aan natuurrampen, oorlogen of andere conflicten of grote schade aan bestaand datacenter (communicatie-knooppunt of computer / datacenter) dan wel verhuizingen daarvan.
Bekende bedrijven als Sun Microsystems, IBM en Cisco hebben hun visie op deze ontwikkeling uitgewerkt en gepresenteerd.
Naar verwachtingen uit 2019 zouden in 2030 de Nederlandse datacenters 5% van het totale aanbod aan elektriciteit verbruiken (3% in 2019) mits deze efficiënter worden gebruikt; zonder "efficiency-verbeteringen" mogelijk 31% wegens de exponentiële groei van de hoeveelheid gegevens.
Op 15 maart 2019 publiceerde de Nederlandse overheid een routekaart naar 2030. In december 2025 bleek die routekaart niet te kloppen. Verwacht wordt dat datacenters in 2030 minimaal 10% van het totale stroomverbruik af zullen nemen. In 2024 was dat toch al opgelopen naar 4,2%.
Voorstanders voeren aan dat datacenters ook de ontwikkeling van duurzame energie kunnen ondersteunen, bijvoorbeeld langlopende contracten afsluiten met producenten van wind- en zonne-energie. Daarnaast kunnen datacenters gebruikmaken van batterijen, eigen energieopwekking en systemen die het stroomverbruik tijdelijk aanpassen. Ook kan de warmte die servers produceren soms worden gebruikt voor het verwarmen van woningen of andere gebouwen.
In België zouden grote datacenters tegen 2034 meer dan dubbel zoveel stroom verbruiken als in 2026, bleek uit cijfers van hoogspanningsnetbeheerder Elia. De 47 grote datacenters (naast de zowat 300 kleinere datacenters die bedrijven zelf beheren) verbruikten in 2026 3,2 terawattuur, ongeveer het elektriciteitsverbruik van 1 miljoen gezinnen, ofwel 4 procent van het totale elektriciteitsverbruik van België.
In augustus 2026 weigerde Waals minister van Ruimtelijk Beleid François Desquesnes aan techgigant Google een vergunning om het water van de Samber te gebruiken om zijn toekomstig datacenter in Farciennes (Henegouwen) te koelen.
| Jaar | Capaciteit | Toename |
|---|---|---|
| 2005 | 21.4 | |
| 2006 | 23.8 | 11.2% |
| 2007 | 24.8 | 4.2% |
| 2008 | 25.9 | 4.4% |
| 2009 | 26.9 | 3.9% |
| 2010 | 28.0 | 4.1% |
| 2011 | 29.0 | 3.6% |
| 2012 | 29.7 | 2.4% |
| 2013 | 30.5 | 2.7% |
| 2014 | 31.3 | 2.6% |
| 2015 | 32.9 | 5.1% |
| 2016 | 35.3 | 7.3% |
| 2017 | 38.1 | 7.9% |
| 2018 | 43.5 | 14.2% |
| 2019 | 51.6 | 18.6% |
| 2020 | 59.7 | 15.7% |
| 2021 | 66.9 | 12.1% |
| 2022 | 74.1 | 10.8% |
| 2023 | 83.2 | 12.3% |
| 2024 | 97.1 | 16.7% |
| 2025 | 114.3 | 17.7% |
De versnelde toename, vooral na 2020, slokt gigantisch veel investeringskapitaal op, wat sommigen doet vrezen voor een nieuwe internetzeepbel.
De bezwaren tegen datacenters, en vooral de negatieve milieubelasting door water- en energieverbruik leidden sedert 2024 over de hele wereld tot een toenemende reeks burgerprotesten:
Aangezien datacenters sedert 2024 in toenemende mate gebruikt werden voor de training van grote taalmodellen, stelden economen zich vragen bij de rentabiliteit van de gigantische investeringen in de sector.