David De Noter

Keukeninterieur, 1845, Rademakers Collectie
Pronkstilleven, 1847, Rademakers Collectie
Nature morte aux fleurs
Stilleven met een lapis lazuli kleurige bloemenvaas op tafel

David De Noter (Gent, 24 juni 1818 – Saint Eugène Bologhine (Algiers), 21 januari 1892) was een Belgisch kunstschilder.

Familie

Hij was een zoon en leerling van Jan-Baptist De Noter, tekenaar en architect. Zijn moeder was Carola Maya met wie Jan-Baptist slechts kort voor Davids geboorte in 1818 huwde. Hij had een broer Michaël die slechts kort leefde (1821-1823) en twee zussen, Anne-Marie en Edalie.

De Noter ging in 1840 in Brussel wonen.

Hij huwde op 25 november 1845 te Mechelen met Clemence Wauters. Ze kregen zeven kinderen : Léon-David (1848), Henri-Louis (1848), Marie-Henriette (1850), Paul-Alexandre (1851), Raphaël-Ferdinand (1856), Albert-Clement (1858) en Georges-Philippe (1859). Raphaël werd eveneens kunstschilder.

In de jaren 60 woonde De Noter in Parijs. Hij zou er een tijdlang een atelier gedeeld hebben met J. Goupil (ca. 1864). De Noter week mettertijd met zijn familie uit naar Algiers in Noord-Afrika. Hij begiftigde het museum van Algiers in 1870 van een bloemenstilleven. Ca. 1879 was zijn adres : Le Nador, nabij Marengo.

Oeuvre

Hij schilderde stillevens met bloemen, groenten, zeevruchten, dood wild en gevogelte en fruit maar ook keuken- en saloninterieurs en genretaferelen met bijna telkens met een sterke focus op een stillevenelement binnen het tafereel. De Noter schilderde in een nauwgezet-realistische stijl maar met een uitgesproken romantische sfeerschepping. Tijdens zijn latere jaren, toen hij in Algiers woonde, schilderde hij ook gezichten van aldaar, zoals bijvoorbeeld de Kasba van Algiers.

In enkele schilderijen werkte hij samen met Henri Leys, Guillaume Koller, Louis Tuerlinckx en met Alfred Stevens. Zijn werken scoren nog steeds hoog op de kunstmarkt.

Tentoonstellingen

Musea

Literatuur