| David Cooper | ||
|---|---|---|
| David Graham Cooper | ||
| Algemene informatie | ||
| Geboortedatum | 11 februari 1931 | |
| Geboorteplaats | Kaapstad | |
| Overlijdensdatum | 29 juli 1986 | |
| Overlijdensplaats | 15e arrondissement van Parijs | |
| Werk | ||
| Beroep | psychiater, existential therapist | |
| Werkveld | psychiatrie | |
| Studie | ||
| School/ |
Universiteit van Kaapstad | |
| Kunst | ||
| Beïnvloed door | R. D. Laing | |
| Persoonlijk | ||
| Talen | Engels | |
David Graham Cooper (Kaapstad, 11 februari 1931 – Parijs, 29 juli 1986) was een in Zuid-Afrika geboren psychiater en theoreticus die een prominente rol speelde in de antipsychiatrie-beweging.
Cooper studeerde in 1955 af aan de Universiteit van Kaapstad. Cooper bedacht de term "antipsychiatrie" in 1967 en schreef in 1971 het boek Psychiatry and Anti-psychiatry.
Cooper geloofde dat waanzin en psychose de manifestatie zijn van een ongelijkheid tussen de eigen 'ware' identiteit en onze sociale identiteit (de identiteit die anderen ons geven en die wij internaliseren). Cooper bedacht de term antipsychiatrie om oppositie en tegengestelde methoden tegen de orthodoxe psychiatrie van die tijd te beschrijven.
Geestverwanten waren onder meer Thomas Szasz, Ronald Laing, Paul Goodman, Allen Ginsberg en Herbert Marcuse. De term ‘antipsychiatrie’ werd voor het eerst gebruikt door David Cooper in 1967.
Hij was een van de oprichters van de Philadelphia Association in Londen.
In 1967 gaf David Cooper een inleiding op Foucaults Madness and Civilization, die begon met:
Terwijl hij dezelfde gedachtegang voortzette, verhief hij tegen het einde van het volgende decennium de waanzin tot de status van een bevrijdende kracht in zijn laatste publicatie The Language of Madness (1978):