
De levens van de grootste schilders, beeldhouwers en architecten of Le Vite de' più eccellenti pittori, scultori, e architettori da Cimabue insino a' tempi nostri ('Het leven van de uitmuntendste Italiaanse architecten, schilders en beeldhouwers van Cimabue tot onze tijd'), zoals het oorspronkelijk bekend was in het Italiaans, is een serie biografieën van kunstenaars, geschreven door de 16e-eeuwse Italiaanse schilder en architect Giorgio Vasari. Het is een van de bekendste en invloedrijkste werken over de kunstenaars van de Italiaanse renaissance, en ook het eerste belangrijke boek over kunstgeschiedenis. De titel wordt in de literatuur vaak verkort tot 'Vite' of 'Levens'. Het werd eerst gepubliceerd in 1550, en werd later nog aanzienlijk uitgebreid voor een tweede editie in 1568. In die twee editie nam Vasari onder meer een hoofdstukje over de schilderkunst in de Nederlanden op. Ook besteedde hij enkele zinnen aan de schilderessen Plautilla Nelli, Lucrezia Quistelli en Sofonisba Anguissola, en noemde hij nog Barbara Longhi en Vittoria Colonna. In de eerste editie had hij slechts één vrouwelijke kunstenaar vermeld: de beeldhouwster Properzia de' Rossi.
30 levens – 33 kunstenaars worden genoemd in de kopjes
Voorwoord
52 levens – 63 kunstenaars worden genoemd in de kopjes, evenals een groep kunstenaars (zie Vittore Carpaccio)
Voorwoord
49 levens – 65 kunstenaars worden genoemd in de kopjes, evenals verschillende kunstenaarsgroepen
24 levens – 29 kunstenaars worden genoemd in de kopjes
In de eerste uitgave van 1550 was de laatste biografie die van Michelangelo (1475-1564), die toen nog leefde. In de tweede editie van 1568 is de bijgewerkte biografie van Michelangelo het laatste van de 155 hoofdstukken waarvan de titel begon met "Vita di". Daarna volgen verdere hoofdstukken over kunstenaars en hun werken, die ook onder de "levens" worden gerekend: