De Virieu

François de Virieu (ca. 1533–1596), hofmaarschalk van Willem van Oranje; collectie Mauritshuis.

De Virieu (historisch ook De Viry en De Viri) is een Nederlands patriciërsgeslacht van Franse hugenootse oorsprong. De gedocumenteerde Nederlandse stamreeks begint met François de Virieu, heer van Saint-Raphain (ca. 1533–1596), die afkomstig was uit het prinsdom Orange en in dienst trad van Willem van Oranje. Zijn nakomelingen bleven in de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden en vervulden daar functies in het leger, bij de marine en in het bestuur. Een tak vestigde zich aan het einde van de zeventiende eeuw in Zaltbommel. Het geslacht werd opgenomen in het genealogische naslagwerk Nederland's Patriciaat.
De overeenkomst met de naam van de Franse adellijke familie De Virieu vormt geen bewijs van verwantschap. De gepubliceerde genealogie van C.Ph.L. van Kinschot toont geen aansluiting aan bij die familie of bij het Château de Virieu.

Geschiedenis

Oorsprong in Orange

De vroegste betrouwbaar gedocumenteerde leden behoorden tot de omgeving van het huis Oranje-Nassau in het Zuid-Franse Orange. François de Virieu was volgens zijn biograaf P.J. Blok waarschijnlijk een zoon van Johan (Jean) de Virieu. Deze was rentmeester van René van Chalon voor diens bezittingen in Orange en de Dauphiné en trad later in dienst van Willem van Oranje. In latere genealogische overzichten wordt Catherine Bellujon (ca. 1504–1581), afkomstig uit Caromb en echtgenote van Jean de Virieu, als mogelijke moeder van François genoemd.
In Nederlandse stukken wisselde de schrijfwijze aanvankelijk tussen De Viry en De Viri; later werd De Virieu gebruikelijk. Van Kinschot onderscheidde de in Frankrijk voorkomende families De Viry en De Virieu mede op grond van hun verschillende wapens. Na onderzoek van een mogelijke aansluiting concludeerde hij dat een verbinding met de Franse De Viry niet was aangetoond. Ook een genealogische verbinding met de adellijke familie van het Château de Virieu is in deze genealogie niet vastgesteld. De verwijzingen naar Orange en de Dauphiné betreffen daarmee de aantoonbare geografische en bestuurlijke achtergrond van Jean en François, niet een bewezen afstamming van de kasteelheren van Virieu.

François de Virieu

François de Virieu was hugenoot en stond in dienst van Willem van Oranje. In juni 1571 ontving hij honderd goudguldens om namens de prins naar diens broer Lodewijk van Nassau in La Rochelle te reizen. In 1572 volgde hij Willem van Oranje tijdens diens veldtocht in de Nederlandse Opstand. In augustus van dat jaar voerde hij onder bevel van paltsgraaf Christoffel van de Palts de artillerie aan bij het beleg van Weert. Vervolgens diende hij Oranje als stalmeester. Op 14 mei 1573 werd hij, hoewel hij nog buitenlander was, benoemd tot luitenant-houtvester van Holland.
In 1574 trouwde hij met Françoise de Witte, dochter van Gerrit de Witte, baljuw van Noordwijk, en Cornelia Stalpaert van der Wiele. Omstreeks 1576 werd hij hofmeester of hofmaarschalk (maître d'hôtel) van de prinselijke huishouding, eerst in Antwerpen en vervolgens in Delft. De prins belastte hem daarnaast met vertrouwelijke opdrachten. Op 26 mei 1581 werd hij op aanbeveling van Willem van Oranje beleend met het schoutambt van Lisse, dat zijn schoonvader eerder voor driehonderd pond in pandschap had verkregen. Zijn naturalisatie volgde op 14 maart 1585.
Na 1587 liet hij het vervallen Huis Teylingen gedeeltelijk herstellen en vestigde hij zich daar; als houtvester werd hij geacht op Teylingen te wonen. Nadat de Staten van Holland op 9 mei 1592 toestemming hadden verleend, droeg hij het leengoed over aan jonkheer Johan van Matenesse Nicolaaszoon, die op 13 mei met de ambachtsheerlijkheid Lisse werd beleend. Hij overleed in de vroege zomer van 1596 en liet zijn weduwe en drie kinderen in financieel moeilijke omstandigheden achter.

Nakomelingen in de Republiek

De nakomelingen van François bleven in de Republiek. In de eerste generaties lag het zwaartepunt bij de krijgsmacht. Zijn zoon Willem of Guillaume de Virieu (1576–1646) was officier in Staatse dienst. Via Willems zoon Jacob stamde de marineofficier Dominique de Virieu (1638–1674) af. Dominique voerde tijdens de Slag in de Sont in 1658 het bevel over zestig mariniers aan boord van het schip van Johan Evertsen en ontving daarvoor van de Admiraliteit van Zeeland een erezwaard. Als kapitein-ter-zee sneuvelde hij op 10 juli 1674 in een gevecht bij Martinique.
François Willem de Virieu (1659–1695), een latere nazaat van François, vestigde zich in Zaltbommel. In de doopinschrijving van zijn dochter Anna Maria te Hurwenen op 6 december 1691 staat hij vermeld als „Jonker Vierie”. Met hem begon de langdurige band van de familie met die stad en de omliggende Bommelerwaard. Zijn zoon Adriaan François de Virieu (1686–1753) combineerde juridische, bestuurlijke en financiële ambten: hij was onder meer advocaat-fiscaal, rentmeester van de ambten Bommel, Tiel en Bommelerwaard, secretaris van het hoge gerecht van Zaltbommel en Driel en landschrijver van de Tieler- en Bommelerwaard. In de volgende generaties kwamen daar functies als ontvanger, burgemeester, schepen, dijkgraaf en lid van landelijke bestuurs- en rechterlijke colleges bij.

Familiewapen

Familiewapen van De Virieu (reconstructie)

Van Kinschot beschreef in 1905 voor de Nederlandse tak van het geslacht een wapen met in een blauw veld een zilveren pelikaan met haar eveneens zilveren jongen. Het centrale motief is de zogeheten pelikaan in haar vroomheid: de vogel verwondt met haar snavel haar eigen borst en voedt de jongen met het bloed dat uit de wond vloeit. In het wapen zijn de bloeddruppels rood weergegeven. Van Kinschot beschreef de pelikaan als ongekroond, maar vermeldde dat zij in sommige voorstellingen gekroond voorkomt. Hij verwees tevens naar oudere wapenbeschrijvingen van „Viery uit Gelderland”. Bij Smallegange staan de pelikaan en haar jongen op een nest, geheel in zilver op blauw; Rietstap beschreef dezelfde voorstelling, maar gaf de jongen in rood weer.
De voorstelling gaat terug op een oude dierenlegende die via de Physiologus en middeleeuwse bestiaria werd overgeleverd. In de Physiologus verwonden de jongen hun ouders, waarna de ouders hen doden. Op de derde dag doorboort de moeder haar borst en brengt haar bloed de jongen weer tot leven. Binnen de christelijke beeldtraditie werd de pelikaan daardoor zowel een zinnebeeld van opofferende moederliefde als van de offerdood en opstanding van Christus. Van Kinschot wees daarnaast op het gebruik van het motief op zegels van hervormde kerken en in gevelstenen en beeldhouwwerk bij liefdadige hofjes. Een verklaring waarom het geslacht De Virieu juist dit motief voerde, gaf hij echter niet. Evenmin kon hij vaststellen sinds wanneer het wapen in gebruik was of dat de familie voordien een ander wapen voerde.

Portretten

Françoise de Witte (ca. 1550–1605/1606), echtgenote van François de Virieu; pendant van diens portret; collectie Mauritshuis.

Het Mauritshuis bezit twee bij elkaar horende portretten in olieverf op paneel van François de Virieu en Françoise de Witte. De anonieme, Noord-Nederlandse schilder vervaardigde ze omstreeks 1580–1590. Op het portret van De Virieu hangt aan zijn middel een gouden draagpenning met een profielportret. De daarop weergegeven profielbuste komt overeen met Willem van Oranje op de gouden draagpenning die medailleur Coenraad Bloc in 1577 vervaardigde, met op de ene zijde de prins en op de andere diens echtgenote Charlotte van Bourbon. Volgens de Koninklijke Verzamelingen werden dergelijke penningen als geschenk voor edellieden in Oranjes naaste omgeving vervaardigd en ontvingen de belangrijkste medestanders van de prins een exemplaar. De opvallende plaats van de penning op het portret vormt daarmee een zichtbaar teken van De Virieu's nauwe persoonlijke en politieke verbondenheid met Willem van Oranje.
De portretten bleven door vererving in de familie. Conrad Leemans, schoonzoon van François Willem de Virieu (1789–1876) en directeur van het Rijksmuseum van Oudheden, schonk beide werken in 1879 namens de erfgenamen van zijn schoonvader aan het Mauritshuis. Zij waren tot 2013 langdurig uitgeleend aan Paleis Het Loo; de collectiepagina's van het Mauritshuis vermelden ze als niet tentoongesteld.

In de collectie van Musea Brugge bevindt zich daarnaast een anoniem, vermoedelijk Noord-Nederlands familieportret met het jaartal 1583 op de lijst en de collectietitel De protestantse familie De Virieu (?) aan tafel. Musea Brugge vermeldt de identificatie met een vraagteken. In een kunsthistorische studie uit 2015 concludeerde Valerie Gersen echter dat de onderzochte aanwijzingen gezamenlijk naar de familie De Virieu wijzen. Zij wees onder meer op de vier afgebeelde kinderen, wier aantal en geschatte leeftijden passen bij de vier kinderen van François de Virieu en Françoise de Witte die omstreeks 1588 in leven waren. Daarnaast achtte zij de gelijkenis van de afgebeelde vader met het bekende portret van François de Virieu treffend en duidde zij de prominent weergegeven oranjeappels als een verwijzing naar Orange en naar De Virieu's nauwe verbondenheid met Willem van Oranje. Volgens Gersen kan het schilderij daarom omstreeks 1588 worden gedateerd en hoeft het jaartal 1583 op de lijst niet de vervaardigingsdatum te zijn.

Enkele telgen

François Willem de Virieu (1789–1876), stads- en landschapsarchitect.
Maria Clasina Johanna van Gijsen Koning (1799–1831), echtgenote van François Willem de Virieu (1789–1876).

De onderstaande genealogische selectie beperkt zich tot telgen die in genealogische naslagwerken of zelfstandige biografische bronnen zijn gedocumenteerd. Zij volgt voornamelijk de Zaltbommelse lijn en omvat daarnaast een oudere militaire zijtak; verschillende voornamen keren in opeenvolgende generaties terug.

Literatuur