Deutsche Arbeitsfront

Deutsche Arbeitsfront
Deutsche Arbeitsfront
Locatie
Land van hoofdzetel Vlag van nazi-Duitsland nazi-Duitsland
Hoofdkantoor Berlijn, nazi-Duitsland
Industrie en producten
Industrie(ën) consumer products distribution, cooperative beweging, bedrijfs- en beroepsverenigingen, vakbondenBewerken op Wikidata
Status en tijdlijn
Opgericht 10 mei 1933Bewerken op Wikidata
Opgeheven 10 oktober 1945Bewerken op Wikidata
Organisatiestructuur
Type vakbond, werkgeversorganisatieBewerken op Wikidata
Moeder­onderneming Bewerken op Wikidata
Aantal leden 22000000 (mei 1945)Bewerken op Wikidata
Verwante organisaties
Dochter­onderneming(en) Detege - Deutsche Transportgesellschaft, Deutsche Bau-Aktiengesellschaft, Großeinkaufs-Gesellschaft Deutscher Consumvereine, Gemeinschaftswerk Versorgungsring, Gemeinschaftswerk-Industriebetriebe, Allgemeine TreuhandgesellschaftBewerken op Wikidata
Prijzen en erkenningen
Archieflocatie BundesarchivBewerken op Wikidata

Het Deutsche Arbeitsfront (Nederlands: Duitse arbeidsfront), of DAF, was de vakbondsorganisatie die door de nazi's werd opgericht als enige alternatief voor de diverse vakbonden in de voormalige Weimarrepubliek. De leider van de organisatie was Robert Ley, die zichzelf tot doel gesteld had een "waarachtig sociale en productieve samenleving te creëren."

Het DAF werd opgericht op 10 mei 1933 en was een van de Gleichschaltungsmaatregelen van Adolf Hitler. Op papier was het DAF een organisatie waar werknemers en werkgevers hun wederzijdse belangen konden uitwisselen. De relatief hoge lonen werden bepaald door de twaalf trustees van het DAF. Er werd grote werkzekerheid gecreëerd en ontslag werd steeds moeilijker gemaakt. Sociale plannen en recreatieprojecten werden ontwikkeld en er was aandacht voor de verbetering van kantines, werktijden en pauzes. De arbeiders waren zeer tevreden over wat het DAF voor hen deed, maar in ruil hiervoor werd door het DAF onvoorwaardelijke loyaliteit geëist.

De organisatie bestreed naar eigen zeggen kapitalisme, liberalisme, maar ook protesten van andere groeperingen tegen fabriekseigenaren en de nationaalsocialistische staat als geheel. Het DAF gaf openlijk de voorkeur aan grote genationaliseerde bedrijven boven particuliere ondernemingen. Lidmaatschap was in principe vrijwillig, maar leden van het DAF kwamen veel eenvoudiger aan werk dan niet-leden. Het lidmaatschap kostte tussen de 15 pfennig en 3 reichsmark, afhankelijk van de categorie waarin de arbeider viel. Een groot deel van de inkomsten van het DAF kwam uit bijdragen van leden. In 1934 was de opbrengst 300 miljoen Reichsmark.

Organisatie

Het DAF bestond uit twee afdelingen:

  1. Nationalsozialistische Betriebszellenorganisation - NSBO (Nationaalsocialistische fabrieksorganisatie)
  2. Nationalsozialistische Handels- und Gewerbeorganisation - NSHAGO (Nationaalsocialistische handels- en industrie-organisatie)

Daarnaast werden er diverse andere sub-organisaties opgericht:

Rangen

Reich (rijksniveau):

  • Reichsleiter der DAF
  • Stabsleiter der DAF
  • Reichshauptamtsleiter
  • Reichsamtsleiter
  • Reichsfachgruppenleiter
  • Reichsbetriebsgemeinschaftsleiter

Gau (gouwniveau):

  • Gaubetriebsgemeinschaftsleiter
  • Gaufachgruppenleiter
  • Gauabteilungsleiter
  • Gauobmann

Kreis (districtsniveau):

  • Kreisbetriebsgemeinschaftsleiter
  • Kreisfachgruppenleiter
  • Kreisabteilungsleiter
  • Kreisobmann

Ort (lokaal niveau):

  • Betriebsobmann
  • Straßenblockwalter
  • Zellenblockwalter
  • Ortsbetriebsgemeinschaftsleiter
  • Ortsfachgruppenleiter
  • Ortsabteilungsleiter
  • Ortsobmann

Afbeeldingen

Zie de categorie German Labour Front van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.