De Dollardhaven (Duits: Dollarthafen) was het afgeblazen project uit de vroege jaren 70 om een zeehaven aan te leggen in de Eemsmonding tegenover de stad Emden. Het plan voor een haventerrein van 700 ha werd ontwikkeld door de Kreisfreie Stadt Emden, in samenspraak met de deelstaat Nedersaksen.
Het Emder vaarwater zou aan twee kanten worden afgesloten met zeesluizen, waardoor een besloten havenbekken voor schepen tot 100.000 ton draagvermogen zou ontstaan. De geplande haven werd aan de zuidkant begrensd door de Geisedam (ook wel Geise-Trennwerk of -Leitwerk genoemd), een zandbank (de Geise) die sinds 1870 aanmerkelijk was opgehoogd door het aanleggen van strekdammen en kribben. Dit was gebeurd om de vaargeul op zijn plaats te houden. De hoofdstroom van de Beneden Eems zou via een kanaal door de Geisedam naar de Dollard worden omgeleid. De grote zeesluis uit 1913 zou verdwijnen.
Vanwege de hoge kosten werd de werkzaamheden aanvankelijk uitgesteld. De Waddenvereniging, Natuurmonumenten en andere milieuorganisaties maakten bezwaar, en ook de havensteden Bremen en Hamburg ware tegen het plan. De Bondsdag weigerde mee te betalen; voorstudies suggereerden dat het project niet levensvatbaar was. Hoewel de Duitse regering hiervoor via het Samenwerkingsverdrag Ems-Dollard in 1984 overeenstemming met Nederland bereikte, aarzelde de Eerste Kamer het verdrag te ratificeren. Het megaproject werd daarna in 1989 afgeblazen; financiële redenen gaven vermoedelijk de doorslag.
Ook het grootschalige Vorhafen-Projekt, dat voorzag in nieuwe havenfaciliteiten bij de Rysumer Nacken werd in 1994 vanwege de hoge kosten opgegeven. Nieuwe plannen uit de jaren 2010 tot 2014 bleven in de beginfase steken.
Toen de havenplannen eenmaal waren opgeschort, werd de grote zeesluis van Emden tussen 1992 en 1997 vernieuwd.