| Douwe Dabbert | ||||
|---|---|---|---|---|
| (Stripomslag op en.wikipedia.org) | ||||
| Land van oorsprong | ||||
| Oorspronkelijke taal | Nederlands | |||
| Creatieteam | ||||
| Schrijver(s) | Thom Roep | |||
| Tekenaar(s) | Piet Wijn Dick Matena | |||
| Publicatie | ||||
| Uitgever | Oberon Big Balloon Don Lawrence Collection | |||
| Publicatie | 23 albums | |||
| Publicatiemedia | Tijdschrift Stripalbums | |||
| Huidige status | Inactief | |||
| Eerste publicatie | 1975 | |||
| Laatste publicatie | 2001 | |||
| ||||
Douwe Dabbert is een Nederlandse stripreeks rond een dwerg met een magische knapzak. De strip is gemaakt door tekenaar Piet Wijn (1929-2010) en scenarist Thom Roep (1952).
Douwe Dabbert beleeft allerlei vreemde avonturen, vaak met bovennatuurlijke wezens. Hij heeft een toverknapzak waarmee hij zichzelf uit de meest benarde posities kan redden, omdat er bijna altijd dingen in zitten die hem uit de brand helpen als dat nodig is.
De tekenaar Piet Wijn werd in 1974 benaderd door Thom Roep, die op dat moment scenarist en redactioneel medewerker was van het tijdschrift Bobo, om een sprookjesachtige illustratie te maken. De tekening die Wijn maakte werd niet gebruikt, maar Roep zag wel iets in de door Wijn getekende dwerg op die tekening. Ze besloten een eenmalig avontuur te maken rond deze figuur. Dit resulteerde in het eerste verhaal waarin Douwe Dabbert optrad, De verwende prinses. Vanuit het succes van dit verhaal ontstond de stripreeks waarin Douwe Dabbert de hoofdrol kreeg. De tekenstijl is realistisch, gedetailleerd, kleurrijk, historiserend en met veel natuur.
De meeste verhalen uit de reeks hebben vanaf 1975 tot 2001 in het weekblad Donald Duck gestaan, veelal als vervolgverhalen, enkele korte verhalen zijn daarnaast in een keer in het weekblad gepubliceerd. Naast de verhalen zelf zijn in Donald Duck met grote regelmaat aankondigingen verschenen.
Douwe heeft ook gefigureerd in diverse prijsvragen en hij verscheen soms in reclamecampagnes van bedrijven.
Er zijn in het totaal 23 stripalbums verschenen in de reeks. Het laatste deel, De wonderlijke raamvertelling, werd vanwege Piet Wijns inmiddels slechte gezondheid gedeeltelijk getekend door Dick Matena.
De verhalen spelen zich af in een magische wereld, samengesteld uit elementen van verschillende historische periodes. In de meeste verhalen lijkt het de 17e of 18e eeuw te zijn, maar soms ook de middeleeuwen (zoals in Florijn de flierefluiter), terwijl ook negentiende-eeuwse modes en beroepen voorkomen.
In een aantal verhalen krijgt Douwe Dabbert te maken met sprookjesfiguren zoals heksen en tovenaars. Dan weer bevat een verhaal wat meer realistische elementen, zoals de West-Indische Compagnie (die een rol speelt in De weg naar west en De zee naar zuid) of ruïnes uit de Romeinse tijd (De tanden van Casius Gaius).
De poort naar oost (albumnr. 4), De schacht naar noord (albumnr. 6), De weg naar west (albumnr. 7) en De zee naar zuid (albumnr. 8) vormen min of meer één doorlopende verhaallijn, net als een deel van de latere verhalen rond de tovenaarskinderen Pief, Kijfje en Domoli.
Douwe Dabbert, de hoofdrolspeler, is een klein kabouterachtig mannetje. Hij heeft een toverknapzak geërfd van zijn grootvader, die zoals Douwe het zelf zegt 'een beetje toveren kon.' De knapzak bevat altijd net datgene wat Douwe nodig heeft, maar wanneer een ander de zak doorzoekt is deze doorgaans leeg, of bevat hij zaken als modder en zand. Douwe is een soort landloper, en heeft dus geen vaste woonplaats. Maar omdat hij een goed mens is, is hij een graag geziene gast. Hij beloont die gastvrijheid met geld of zeldzame artikelen die hij uit zijn knapzak haalt.
Deze prinses komt alleen in het eerste verhaal voor. Aanvankelijk speelt zij even de hoofdrol, die vervolgens naar Douwe Dabbert gaat. Later komt ze terug in een van de vertellingen in het laatste album.
Dit is een "deftige" schurk met zwarte golvende haren en een sikje. In twee verhalen bewoont hij een kasteel, maar het is onduidelijk of hij van adel is. Zijn doel is vooral om met behulp van gemene streken zo snel mogelijk rijk te worden.
Samen met zijn nogal onhandige knecht Knudde komt hij voor in drie verhalen: De verwende prinses, Het verborgen dierenrijk en Het monster van het Mistmeer.
Een kwaadaardige heks die voorkomt in De poort naar oost (1978) en De schacht naar noord (1979). Onder de vloer van haar hutje diep in het bos leidt een onderaardse grot naar de vier windstreken.
In tegenstelling tot wat "gewoon" is bij heksen heeft Wredulia geen zwarte kat als gezelschap, maar een zwart mini-draakje dat praat en kan vliegen. Dit draakje komt vooral in De poort naar oost voor, in het tweede verhaal leeft het niet meer (het is dan opgezet).
Dodo heeft een belangrijke bijrol in De schacht naar noord en De weg naar west.
Terwijl Douwe in het eerste verhaal op de Noordpool is, ontmoet hij daar opmerkelijk genoeg een dodo. Hij ontdekt dat dit dier naar hetzelfde object op zoek is als hijzelf: een van de laatste overgebleven dodo-eieren. Nadat dit ei door toedoen van Wredulia verloren gaat, besluit Douwe om in de Caraïben op zoek te gaan naar een vrouwtje voor Dodo.
Deze twee boeven komen alleen voor in De zee naar zuid. Aan het begin van het verhaal zijn ze aangemonsterd op een Hollands vrachtschip, later muiten ze en reizen Douwe Dabbert heimelijk achterna door het Afrikaanse oerwoud.
Douwe Dabbert ontmoet Pief voor het eerst in Het flodderwerk van Pief. Pief woont in een voor gewone mensen onzichtbare wereld waar het heel gewoon is te "fliffen"; een manier van toveren waarbij door het bewegen van de vingers dingen en situaties zomaar veranderd kunnen worden. Pief heeft het fliffen nog niet erg goed onder de knie, dit tot grote ergernis van zijn vader, de tovenaar Socratof. Douwe Dabbert komt Pief in een aantal latere verhalen weer tegen.
Pief heeft ook nog een neefje en een nichtje, genaamd Domoli en Kijfje, de kinderen van zijn oom Balthasof en eveneens tovenaarskinderen. Ze zijn voor het eerst te zien in De laatste plager. Kijfje, de oudste, is een mager, sprietig, enigszins kattig maar ook redelijk slim meisje. Domoli, de jongste, is een dik jongetje dat aan weinig anders dan eten kan denken.
Net als alle andere tovenaars hebben Pief, Kijfje en Domoli uitzonderlijk lange levens. Alle kinderen zijn reeds meerdere eeuwen oud (Pief is in zijn debuutverhaal bijvoorbeeld bijna 700), maar ze ogen en gedragen zich niet ouder dan normale kinderen van 10 à 12 jaar.
In de albums 18 t/m 21 (vanaf De kast met duizend deuren) gaan ze tien jaar uit logeren bij bevriende tovenaars zodat ze wat volwassener kunnen worden, en moet Douwe hen ophalen. Domoli vertrekt tien jaar naar Rusland, Pief naar Japan, en Kijfje naar Amerika. Pief is na afloop inderdaad een stuk volwassener en heeft zelfs een vriendinnetje.
In totaal zijn er 33 verhalen van Douwe Dabbert in de Donald Duck gepubliceerd.
Daarnaast zijn verschillende verhalen verschenen in bloemlezingen.
| Titel | Aantal pagina's |
Publicatie in | Albumpublicatie | Jaar van eerste druk | |
|---|---|---|---|---|---|
| Donald Duck weekblad |
Sjosji Extra (herdruk) | ||||
| De verwende prinses | 44 | 1975-1 t/m 1975-15 | De verwende prinses | 1977 | |
| Het verborgen dierenrijk | 46 | 1975-44 t/m 1976-7 | Het verborgen dierenrijk | 1977 | |
| De valse heelmeester | 45 | 1976-41 t/m 1977-2 | De valse heelmeester | 1978 | |
| De poort naar oost | 55 | 1977-43 t/m 1978-9 | De poort naar oost | 1978 | |
| Het monster van het Mistmeer | 43 | 1978-39 t/m 1979-1 | Het monster van het Mistmeer | 1979 | |
| De schacht naar noord | 49 | 1979-26 t/m 1979-41 | De schacht naar noord | 1979 | |
| De weg naar west | 49 | 1980-13 t/m 1980-29 | De weg naar west | 1980 | |
| De zee naar zuid | 51 | 1981-13 t/m 1981-29 | De zee naar zuid | 1981 | |
| Florijn de flierefluiter | 48 | 1981-53 t/m 1982-15 | Florijn de flierefluiter | 1982 | |
| Douwe Dabberts kerstavontuur | 10 | 1982-50 t/m 1982-52 | 1996-26 | De laatste plager | 1985 |
| De tanden van Casius Gaius | 44 | 1983-9 t/m 1983-23 | De tanden van Casius Gaius | 1983 | |
| Woeste Willem | 6 | 1983-47 t/m 1983-48 | 1997-7 | Op het spoor van kwade zaken | 1988 |
| Twee gauwdieven en een picknickmand | 6 | 1983-52 t/m 1984-1 | 1997-11 | ||
| Een scheve schaats | 4 | 1984-5 | 1997-5 | ||
| Het flodderwerk van Pief | 41 | 1984-24 t/m 1984-37 | Het flodderwerk van Pief | 1984 | |
| Vis-à-vis | 3 | 1984-45 | Op het spoor van kwade zaken | 1988 | |
| De laatste plager | 33 | 1985-19 t/m 1985-29 | De laatste plager | 1985 | |
| De heksen van eergisteren | 52 | 1986-9 t/m 1986-25 | De heksen van eergisteren | 1986 | |
| Kleren maken de man | 4 | 1987-43 | 1997-6 | Op het spoor van kwade zaken | 1988 |
| De struikrovers van Koeterwaal | 18 | 1988-26 t/m 1988-31 | 1996-20 | ||
| Het bedrog van Balthasar | 48 | 1989-48 t/m 1990-11 | Het bedrog van Balthasar | 1990 | |
| De dame in de lijst | 45 | 1990-52 t/m 1991-14 | De dame in de lijst | 1991 | |
| Wolven in het wilde woud | 3 | 1991-43 | Bombasto met het boze oog | 1992 | |
| De poppen aan 't dansen | 16 | 1991-52 t/m 1992-4 | 1997-26 | ||
| In de aap gelogeerd | 9 | 1992-9 t/m 1992-11 | 1997-13 | De kast met duizend deuren | 1993 |
| Bombasto met het boze oog | 27 | 1992-33 t/m 1992-41 | Bombasto met het boze oog | 1992 | |
| De kast met duizend deuren | 36 | 1993-17 t/m 1993-27 | De kast met duizend deuren | 1993 | |
| Het schip van ijs | 45 | 1994-14 t/m 1994-22 1994-24 t/m 1994-27 | Het schip van ijs | 1994 | |
| De zwarte kimono | 48 | 1995-13 t/m 1995-27 | De zwarte kimono | 1995 | |
| Het gemaskerde opperhoofd | 43 | 1996-17 t/m 1996-29 | Het gemaskerde opperhoofd | 1996 | |
| Tweeëntwintig jaar later | 51 | 1997-16 t/m 1997-31 | Terug naar het verborgen dierenrijk | 1997 | |
| Een strenge vorst | 25 | 1998-1 t/m 1998-8 | De wonderlijke raamvertelling | 2001 | |
| Stuivertje-wisselen | 20 | 2001-9 t/m 2001-14 | |||
Alle verhalen die in Donald Duck zijn verschenen, zijn in de reguliere albumreeks opgenomen. Niet in Donald Duck (en ook niet in de albumreeks) verschenen de volgende miniverhalen en stroken:
Er zijn verder diverse tekstloze afbeeldingen, aankondigingen, prijsvragen etc. in Donald Duck (en elders) verschenen die eveneens de albumreeks niet allemaal gehaald hebben.
In 2023 is het stripblad Eppo gestart met een reeks van twaalf hommageverhalen van elk vier pagina’s, vooruitlopend op Douwes vijftigste verjaardag in januari 2025. Deze verhalen zijn zoveel mogelijk in de stijl en sfeer van de originele reeks. Het gaat om de volgende verhalen:
In alle gevallen staat Douwe ook prominent op de voorpagina van het betreffende nummer.
Niet alle voorgestelde verhalen hebben het uiteindelijk tot een publicatie gebracht. Zo is er o.a. (?) een synopsis geschreven met de titel Reis naar Ierland, naar een idee van René Riva (tekst) en Ralph Dikmans (tekening). Zie Uitgebreid overzicht van Douwe Dabbert.
In 1977 verscheen Douwe Dabbert voor het eerst in albumvorm - niet in Nederland, maar in Denemarken. Douwe Dabbert kreeg daar de naam "Gammelpot". De reeks is uiteindelijk in vele talen vertaald: