
ENCI, ofwel Eerste Nederlandse Cement Industrie, was een Nederlandse producent van cement met de hoofd(productie)vestiging in Maastricht (werkzaam tot 2020) en belangen in soortgelijke bedrijven te Rotterdam en IJmuiden naast die in betonverwerkende industrieën. Verder was ENCI deelnemer in een verkoopkantoor Den Bosch. Vanaf 1993 was ENCI 100% eigendom van de multinational HeidelbergCement.
Op 15 juli 1926 werd te Maastricht de nv Eerste Nederlandsche Cement Industrie opgericht, de oorsprong van het latere bedrijf. De oprichters en aandeelhouders en commissarissen kwamen in overgrote meerderheid uit Belgische en Zwitserse kringen. Het bedrijf verkreeg in 1926 van de Nederlandse overheid een exploitatieconcessie voor de winning van Limburgse mergel op de Sint-Pietersberg, een onderdeel van het Plateau van Caestert, even ten zuiden van Maastricht.
Er bestond al langer mergelwinning ter plaatse, vanaf 1916 door de fa. Marx & Co. waarvan de groeve in 1921 werd overgenomen door CBR, de latere grootaandeelhouder van ENCI. In 1923 maakte H.A.H. (Herman) de Ronde de eerste ontwerpen voor de fabriek aan de Lage Kanaaldijk. Vier jaar later kwam de zogenaamde 'Peutzhal' tot stand, een ontwerp van Frits Peutz, die in deze periode samenwerkte met De Ronde. In 1930 telde het bedrijf 377 werknemers van wie 109 in het buitenland (België) wonend. De oppervlakte van het bedrijfsterrein besloeg 28.600 m². Samen met ENCI IJmuiden richtte ENCI een Verkoopassociatie inclusief een afdeling propaganda op als aparte nv Verkoopassociatie ENCI-CEMIJ, gevestigd te Amsterdam.
Per 1 december 1927 nam de ENCI de Nederlandsche Portland-Cementfabriek in Vijlen over die, na inbedrijfstelling van de eigen fabriek, in 1929 werd gesloten. De aandelen van ENCI waren al vanaf de oprichting grotendeels in handen van het te Brussel gevestigde bedrijf CBR (Cimenteries et Briquetteries Réunies de Bonne Espérance). Dit bedrijf is in 1993 overgenomen door het Duitse HeidelbergCement, een internationaal opererend concern, anno 2026 de op drie na grootste cementproducent ter wereld is. In 2020 sloot de productielocatie in Maastricht, nadat twee jaar eerder de mergelwinning in de ENCI-groeve was stopgezet.
De cementproductie van ENCI vond plaats in fabrieken in Maastricht (in bedrijf: 1928), IJmuiden (1931) en Rotterdam (1964). Verkoop en marketing vonden sinds 1979 plaats vanuit een kantoor in 's-Hertogenbosch, Cementrum geheten. Dit verkoop- en documentatiecentrum sloot in 2013 de deuren, kreeg in 2018 de status gemeentelijk monument; een herbestemming loopt.

In de ENCI-groeve in de St. Pietersberg te Maastricht vond tot 2018 het totale productieproces van cement plaats: de winning van kalksteen in dagbouw, het produceren van het halffabricaat klinker, en ten slotte het malen van deze klinker tot cement. De ENCI-groeve was een grote kalksteengroeve van 150 hectare, die op 1 juli 2018 werd gesloten voor mergelwinning.
De fabriek is gelegen tussen de groeve en de Maas en heeft een eigen kade. In 2007 produceerde de Maastrichtse vestiging circa 900.000 ton klinker en 1.400.000 ton cement. De klinker werd deels naar Rotterdam en IJmuiden vervoerd om aldaar tot cement te worden verwerkt. De cementoven met een capaciteit van 800.000 ton klinker per jaar is op 29 maart 2019 stilgelegd. Alleen de cementmolens bleven nog in bedrijf: een energiezuinige rollenpers en drie kogelmolens om de klinker tot cement te malen met een maximale productie van 1,2 miljoen ton cement per jaar. Op 31 augustus 2020 werd ook deze laatste activiteit gestaakt. De productiekosten liepen te hoog op, onder meer door transport en opslag, waarop het moederbedrijf Heidelberg Cement besloot ook met die laatste activiteit te stoppen.
De andere twee Nederlandse vestigingen waarbij ENCI betrokken was bevinden zich te Rozenburg en IJmuiden. In deze vestigingen wordt de klinker, samen met hoogovenslak, tot cement vermalen. De fabriek in IJmuiden (Cemij) maakt gebruik van hoogovenslak dat vrijkomt bij de productie van ruwijzer bij de nabijgelegen vestiging van Tata Steel Europe. Cemij werd in 1930 opgericht door Hoogovens en ENCI. Vanuit Antoing of Lieze, beide gelegen in België, wordt de klinker per schip aangevoerd. Qua capaciteit is de maalfabriek van IJmuiden twee keer zo groot als de fabriek in Rotterdam die in 1964 werd gebouwd als gezamenlijke onderneming van ENCI-CEMIJ onder de naam Robur (cement).
In totaal vervaardigen beide fabrieken vier soorten hoogovencement. De vestiging in IJmuiden produceert circa 1,2 miljoen ton cement per jaar. Robur produceerde in 2009 ruim 340.000 ton cement.
ENCI nam met Hoogovens voor de helft deel in de combinatie ENCI-CEMIJ. Deze combinatie nam op zijn beurt weer deel in verwante bedrijven. Zo verwierf de combinatie in 1951 een belang in KVM te Gronsveld (kalihoudende meststoffen) en een meerderheidsbelang in Mebin, de Maatschappij tot exploitatie van betonmortelbedrijven in Nederland, gevestigd te Amsterdam. Mebin nam vervolgens deel in verwante bedrijfsaciviteiten zoals in de Limburgse Betonmortelindustrie te Urmond, betonwarenfabriek Urmond en Maasgrind- en zandexploitatatie Juliana te Sittard. Verder verwierf ENCI een meerderheidsbelang in Spanbeton. De dan derde cementfabriek in Nederland, de nv Robur (cement) te Rotterdam, was ook een gelijkwaardige dochteronderneming van ENCI-CEMIJ. In 1968 verwierf ENCI-CEMIJ een belang in Mees Bouwmaterialen te Groningen (stad) via een gezamenlijk dochterbedrijf, Idema. In 1981 verwierf ENCI via Spanbeton een meerderheidsbelang in Schokbeton. In 1982 nam Hoogovens het 50% belang van ENCI in CEMIJ over maar in 1989 nam ENCI CEMIJ weer over van Hoogovens.


Tot circa 1970 was de ENCI een van de grootste werkgevers van Maastricht. Sinds de jaren 1970 nam de kritiek op het bedrijf toe omdat steeds meer mensen de activiteiten van de groeve en de fabriek belastend vonden voor natuur en milieu, met name vanwege:
De kalksteen in de Sint-Pietersberg werd in dagbouw gewonnen, waarbij een steeds groter deel van de berg werd afgegraven. In 1948 verkreeg de ENCI een nieuwe vergunning voor 60 jaar. De afgraving betekende een aanzienlijke aantasting van het landschap en van de daar levende flora en fauna. Daarnaast werd in 2006 een stuk ENCI-bos op de Sint-Pietersberg gekapt zonder dat ENCI over de vereiste ontheffing beschikte en in strijd met de richtlijnen die het ministerie van LNV aan de ENCI had verstrekt.
Naast de invloed van het Albertkanaal leveren de activiteiten van ENCI een bijdrage aan de verdroging van het Jekerdal door het oppompen van grote hoeveelheden grondwater uit de groeve, ten behoeve van de mergelwinning.
Om te besparen op het gebruik van fossiele brandstoffen en de effectieve uitstoot van CO2 te beperken, werden in de klinkeroven als afval gekwalificeerde brandstoffen bijgestookt. Het betrof slib afkomstig van rioolwaterzuiveringsinstallaties naast gesorteerd materiaal afkomstig uit huisvuilverwerking e.d. Restmateriaal dat na verbranding achterblijft werd met de klinker verwerkt. Over de vraag of er sprake is van "een verantwoorde verwijdering van afval" bestond meningsverschil. Omwonenden klaagden over de overlast van stank, stof en geluid als gevolg van de verbranding van reststoffen. De verbranding van dit afval leverde daarnaast een extra uitstoot op van onder meer kwik. ENCI in Maastricht stootte jaarlijks onder meer zo'n 70 kg kwik en 30.000 kg fijnstof uit.[bron?]
Nadat de ontgrondingsvergunning van ENCI B.V. op 31 december 2009 afliep, werd deze in 2010 nog eenmaal verlengd tot 2018. In dat jaar volgde de definitieve stopzetting van de mergelwinning op de Sint-Pietersberg; de klinkerproductie werd tot 2019 met gebruikmaking van de opgebouwde voorraden mergel voortgezet. Vanaf 2018 werd de klinker uit België (Antoing) aangevoerd om de cementmolens te laten draaien.
Met de stopzetting van de mergelwinning en klinkerfabricage in Maastricht is een voorlopig eind gekomen aan de jarenlang voortslepende strijd van buurtbewoners en milieuactievoerders tegen het cementbedrijf. Al tientallen jaren waren er protesten tegen de verdere aantasting van de Sint-Pietersberg, om meer schade aan natuur en milieu te voorkomen. De actiegroep 'Sint-Pietersberg Adembenemend' zamelde als burgerinitiatief eind 2007 bijna 5000 handtekeningen van tegenstanders van verdere afgraving. ENCI-medewerkers zamelden vervolgens ruim 12.000 handtekeningen in. De gemeente Maastricht en Provinciale Staten van Limburg namen aanvankelijk een dubbele houding aan, waarbij het werkgelegenheidsaspect vele jaren de doorslag gaf. In 2019 viel het besluit van de ENCI tot sluiting van de cementfabriek in Maastricht die ook daadwerkelijk per 2020 plaatsvond.[1]
De groeve zal grotendeels worden afgewerkt en aan de natuur worden teruggegeven. Het terrein van de klinkerfabriek (25 ha) wordt herontwikkeld tot bedrijventerrein. Een deel van de gebouwen van ENCI is in gebruik als cultureel verzamelgebouw AINSI met onder andere een theaterzaal en kunstenaarsateliers.