Echte jasmijn

Jasminum
Echte jasmijn
Taxonomische indeling
Rijk:Plantae (Planten)
Stam:Embryophyta (Landplanten)
Klasse:Spermatopsida (Zaadplanten)
Clade:Bedektzadigen
Clade:'nieuwe' Tweezaadlobbigen
Clade:Lamiiden
Orde:Lamiales
Familie:Oleaceae (Olijffamilie)
Geslacht:Jasminum
Soort
Jasminum officinale
L. (1753)
Synoniemen
  • Jasminum viminale Salisb. (1796)
  • Jasminum vulgatius Lam. (1779)
Afbeeldingen op Wikimedia Commons
Jasminum op Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie

Echte jasmijn (Jasminum officinale) is een bladverliezende klimplant die behoort tot de olijffamilie (Oleaceae). De plant groeit voornamelijk in gematigde klimaten. De bloemen verspreiden een intens zoete, aromatische geur die vooral ’s avonds goed waarneembaar is. De uit de bloemen gewonnen etherische olie wordt gebruikt in parfums en binnen de aromatherapie.

De wetenschappelijke naam van de soort werd in 1753 door Carl Linnaeus beschreven en gepubliceerd in Species plantarum, deel 1, pagina 7.

Beschrijving

Echte jasmijn is een bladverliezende tot semi-bladverliezende, houtige klimplant (liaan) die een hoogte tussen 4 tot 10 meter kan bereiken. De plant heeft groene, hoekige, dunne en houtige stengels zonder ranken of hechtwortels. De jonge scheuten wikkelen zich om een steun. De oneven geveerde, tegenoverstaande bladeren bestaan uit vijf tot negen kortgesteelde, vrijwel kale deelblaadjes. Het eindblad is duidelijk groter dan de andere deelblaadjes. De vorm van de blaadjes varieert van eivormig tot elliptisch, en van puntig tot spits. De blaadjes zijn 1 tot 6,5 centimeter lang en gaafrandig.

De plant bloeit van juni tot september met kleine, stervormige, sterk geurende, witte bloemen. De bloemknoppen hebben vaak een lichtroze kleur. De gesteelde bloemen zijn gerangschikt in een enkelvoudig gevorkt bijscherm met maximaal zeven (tien) bloemen, hetzij op de hoofdas, hetzij op de zijassen. De bloemstelen zijn 0,4 tot 2,5 centimeter lang. De bloemen zijn tweeslachtig en hebben een diameter van ongeveer 2 tot 2,5 centimeter. De komvormige kelk is klein (1 tot 3 millimeter), kaal of licht behaard, en eindigt in vijf smalle, draadvormige kelktanden. De vijf witte kroonblaadjes, elk 8 tot 12 millimeter lang, zijn met elkaar vergroeid tot een slanke kroonbuis die 12 tot 16 millimeter lang is. Volledig ingesloten in de smalle kroonbuis bevinden zich twee korte meeldraden. Het tweehokkige vruchtbeginsel is bovenstandig met een slanke stijl en een gelobde stempel. De bloemen zijn dimorph heterostyl (ongelijkstijlig), wat betekent dat de plant binnen zijn populatie precies twee verschillende bloemvormen heeft om zelfbestuiving te voorkomen.

De vruchten zijn gladde, ronde tot elliptische bessen, 8–10 millimeter lang. Als ze rijp zijn, worden ze donkerrood en later zwart, waarbij de kelk aan de vrucht blijft zitten. Elke vrucht bevat één of twee zaden.

Verspreiding en ecologie

Het natuurlijke verspreidingsgebied van de echte jasmijn strekt zich uit van de Zuidelijke Kaukasus tot Zuid-Centraal-China. Ze groeit daar op hoogtes tussen 1800 en 4000 meter. In veel landen is het een ingeburgerde plant, bijvoorbeeld op de Antillen, in Zuid-Europa en in Algerije. Echte jasmijn groeit in steppen en droge bossen op matig droge tot vochtige, voedselrijke bodems, die licht zuur tot licht basisch, grindachtig of zandig-leemachtig kunnen zijn. Ze is gevoelig voor vorst en geeft de voorkeur aan zonnige, warme standplaatsen.

Afbeeldingen

Zie de categorie Jasminum officinale van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.