Educational Pictures

Educational Pictures
Logo
Locatie
Hoofdkantoor New York
Industrie en producten
Industrie(ën) entertainment
Producten/diensten korte films
Status en tijdlijn
Oprichting 1916
Opheffing 1940
Oorzaak einde faillisement
Bedrijfsstructuur
Oprichter(s) E.W. Hammons
Financiën
Sector(en) filmproductie, filmdistributie
Portaal  Portaalicoon   Economie

Educational Pictures, ook bekend als Educational Film Exchanges, Inc. of Educational Films Corporation of America, was een Amerikaans filmproductie- en filmdistributiebedrijf, dat in 1916 werd opgericht in New York. Het bedrijf distribueerde voornamelijk korte films en is vooral bekend om zijn reeks komedies met Buster Keaton en de eerste filmoptredens van Shirley Temple. Het bedrijf ging failliet in 1940 en de filmbibliotheek werd op een veiling verkocht.

Geschiedenis

Oprichting en hoogtijdagen

Toyland, een Terrytoons-tekenfilm uit 1932

Educational Pictures werd opgericht in 1916 door E.W. Hammons om educatieve films voor scholen te maken, maar het produceren van filmkomedies bleek al snel lucratiever. Educational bracht weliswaar educatieve korte films en reisverslagen uit, maar de belangrijkste activiteit werd komedie. Educational beleefde zijn hoogtijdagen in de jaren twintig. De meeste komedies werden geproduceerd door Jack White. In 1924 nam Educational in het geheim twee vooraanstaande figuren uit de komediewereld in dienst die in opspraak waren geraakt door een schandaal: komiek Roscoe "Fatty" Arbuckle (die regisseur werd bij Educational onder het pseudoniem William Goodrich) en regisseur Fred Fishback (onder het pseudoniem Fred Hibbard).

Educational bracht ook stomme tekenfilms uit, waaronder de Felix the Cat-serie. In 1930 tekende cartoonist Paul Terry een contract met Educational voor de distributie van zijn Terrytoons-tekenfilms in Amerika en het Verenigd Koninkrijk.

Geluidsfilms

Educational Pictures advertentie uit 1929 in The Film Daily

Educational maakte probleemloos de overgang naar geluidsfilms door de vroege gesproken komedies van filmpionier Mack Sennett te produceren. Sennett introduceerde ook zanger Bing Crosby bij het filmpubliek. De meeste stomme filmsterren van Educational maakten slechts een paar geluidsfilms voor de studio: Lupino Lane verliet het bedrijf in december 1929, gevolgd door Lloyd Hamilton en Al St. John in 1931. De meeste van de eerste geluidsfilms van Educational bevatten veteranen uit de stomme filmkomedie met toneelervaring: Vernon Dent, Harry Gribbon, Raymond McKee, Edward Everett Horton, Daphne Pollard en Ford Sterling. De meest productieve komiek van Educational in de jaren dertig was Andy Clyde, die 54 komedies maakte.

De overeenkomst tussen Sennett en Educational eindigde in 1932 en Hammons verving de Sennett-films door bekende komieken. Educational nam de Andy Clyde-reeks over, waarna Clyde en Harry Langdon een aantal jaren de programmering van Educational aanvoerden.

Buster Keaton

Buster Keaton in de Educational-film The Timid Young Man (1935)

Ondanks een succesvolle carrière had Buster Keaton persoonlijke problemen en werd hij in 1933 ontslagen bij Metro-Goldwyn-Mayer. Hij maakte vervolgens twee films in Europa. Ondertussen vertrokken de belangrijkste komieken van Educational, Andy Clyde en Harry Langdon, naar Columbia Pictures. Daarop nam Hammons Buster Keaton aan voor korte komedies, maar gezien Keatons reputatie bij MGM als een onbetrouwbare acteur, wilde hij Keaton geen langlopend contract aanbieden. In plaats daarvan tekende Hammons Keaton voor slechts twee korte films, met een optie voor nog vier. Toen de korte films populair bleken, verlengde Hammons elke optie voor een korte periode. Keaton maakte uiteindelijk 16 korte films voor Educational.

De meeste van deze Keaton-films zijn eenvoudige visuele komedies, waarbij veel van de grappen door Keaton zelf zijn bedacht, vaak door ideeën uit zijn variété-act met zijn familie en zijn eerdere films te hergebruiken.

Productie en distributie

Bij sommige korte komedies van Educational is het lage budget duidelijk zichtbaar, met opvallend beperkte decors en faciliteiten. Dit komt doordat Educational geen eigen studio had. Hammons vond het goedkoper en gemakkelijker om zijn filmploegen naar locaties in de buitenwijken te sturen waar scènes buiten konden worden gefilmd, of naar huurstudio's die zowel ruimte als apparatuur boden aan onafhankelijke producenten. Buitenopnames werden voortgezet tot de allerlaatste komedie van Educational, die in 1939 werd uitgebracht.

Educational filmde een tijdlang zijn komedies zowel aan de oostkust als aan de westkust van de Verenigde Staten. De Hollywood-producties werden opgenomen in de General Service Studios, met komediesterren als Andy Clyde, Harry Langdon, Buster Keaton, Edgar Kennedy, Billy Gilbert en Vince Barnett, en Ernest Truex. De producties van Educational aan de oostkust werden gefilmd in de Eastern Service Studios en hadden New Yorkse talenten uit Broadway, vaudeville en hoorspelen in de hoofdrollen.

Tot 1933 bracht Educational zijn eigen producties uit, waarna Fox Film de distributie overnam. Fox' opvolger Twentieth Century-Fox zette deze regeling voort. Hierdoor werd Educational de "kweekvijver" voor Fox, waar nieuw talent werd geïntroduceerd dat Fox vervolgens zou overnemen voor speelfilms. Shirley Temple, de Ritz Brothers, Joan Davis en Leah Ray kregen allemaal een contract bij Fox nadat ze voor Educational hadden gewerkt. Veel sterren debuteerden in korte films van Educational: Bob Hope, Milton Berle, June Allyson, Imogene Coca, Danny Kaye, Barry Sullivan en Robert Shayne in New York; en Roy Rogers en The Sons of the Pioneers in Hollywood.

Productie in New York

E.W. Hammons en Lupino Lane in 1925

Vanaf 1936 concentreerde Educational om economische redenen zijn productie in New York. Nadat komiek Joe Cook de studio verliet, probeerde Earle Hammons eerst Lupino Lane naar de Verenigde Staten terug te halen. Zijn terugkeer werd door Hammons al publiekelijk aangekondigd, met een opsomming van de contractacteurs van het nieuwe seizoen "en mogelijk Lupino Lane", maar Lane besloot uiteindelijk in Engeland te blijven. Vervolgens haalde Hammons Buster Keaton naar New York voor drie komedies. Keaton keerde daarna terug naar Californië om zijn reeks voor Educational af te ronden. Omdat Keaton de duurste komiek van de studio was, kon Hammons hem uiteindelijk niet meer betalen. Na het voltooien van Keatons laatste film in 1937 werden de activiteiten van Educational aan de westkust opgedoekt.

In het laatste productiejaar werden alle films in New York opgenomen. Hammons verving Keaton door de Broadwaykomiek Willie Howard en contracteerde ook Bert Lahr. Daarnaast zette hij de muzikale komedies met Buster West en Tom Patricola voort. De latere producties richtten zich steeds meer op jonge acteurs, die goedkoper waren en volgens Educational meer energie in hun optredens brachten. Onder hen bevonden zich onder anderen June Allyson, Imogene Coca en de jonge Danny Kaye, die begon als bijrolspeler en al snel hoofdrollen kreeg.

Ondergang

De ondergang van Educational verliep anders dan vaak wordt aangenomen. Het was Earle Hammons zelf die in 1938 de productie van korte films beëindigde en zijn distributieovereenkomst met Twentieth Century-Fox niet verlengde. Hij wilde, naar het voorbeeld van andere producenten, overstappen op speelfilms. Daarom ging hij samenwerken met het noodlijdende Grand National Pictures en kocht hij uiteindelijk de activa van dat bedrijf voor 550.000 dollar.

Hammons had nog voldoende films op voorraad om Educational tot juni 1938 draaiende te houden. De laatste twee Educational-komedies verschenen in januari 1939. Hammons probeerde ondertussen financiering te vinden en kondigde nieuwe producties aan, maar de financiële problemen leidden uiteindelijk tot het faillissement van zowel Educational als Grand National.

Nasleep

In 1940 werd de filmcatalogus van Educational op een veiling verkocht. Het grootste deel van de geluidskomedies kwam in handen van Astor Pictures, dat de films opnieuw uitbracht en daarbij inspeelde op de populariteit van bepaalde acteurs. Astor stelde onder meer compilatiefilms samen rond Shirley Temple, Danny Kaye, Bing Crosby, Bob Hope en Milton Berle.

Hammons behield de bedrijfsnaam van Educational en richtte zich vanaf 1950 op de opkomende markt voor commerciële televisie. In 1952 richtte hij samen met Robert M. Savini van Astor Pictures de Lion Television Corporation op. Hammons stond aan het hoofd van dit bedrijf tot aan zijn dood in 1962.

Nalatenschap

Een groot deel van Educational's collectie stomme films ging verloren bij een brand in 1937 in de filmopslagfaciliteit van 20th Century-Fox, maar de geluidskomedies zijn bewaard gebleven. Op 21 oktober 2017 verwierf CineMuseum LLC, een consortium van filmarchivarissen, de exclusieve rechten op de geluidskomedies van Educational, met het plan om ze te restaureren en opnieuw uit te brengen.

Filmografie (selectie)

Schoolday Love (1922) van William S. Campbell, een korte komische kinderfilm over een jongetje en een meisje die allerhande avonturen beleven met een hond, een paard, een aapje en andere dieren.
Zie de categorie Educational Pictures van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.