| Edward Spears | ||
|---|---|---|
Spears in 1925 | ||
| Volledige naam | Edward Louis Spears | |
| Geboren | 7 augustus 1886 Passy (Frankrijk) | |
| Overleden | 27 januari 1974 Ascot (Verenigd Koninkrijk) | |
| Land/zijde | ||
| Onderdeel | British Army | |
| Dienstjaren | 1903-1919 1940-1946 | |
| Rang | Generaal-majoor | |
| Eenheid | 8th Hussars | |
| Oorlogen | Eerste Wereldoorlog Tweede Wereldoorlog | |
| Onderscheidingen | Commandeur in het Legioen van Eer, Military Cross, Ridder in de Orde van het Bad, Ridder-Commandeur in de Orde van het Britse Rijk | |
Edward Louis Spears (Passy, 7 augustus 1886 – Ascot, 27 januari 1974) was een Britse militair en politicus. Hij diende voornamelijk als verbindingsofficier tussen de Franse en Britse legers tijdens de twee wereldoorlogen. Tijdens het Interbellum was hij een lid van het Lagerhuis.
De Britse ouders van Edward Louis Spears woonde ten tijde van zijn geboorte in 1886 in Parijs. Hij bracht zijn jeugd in Frankrijk door, waardoor hij een liefde voor Frankrijk ontwikkelde en vloeiend Frans sprak.
In 1903 maakte Spears deel uit van Kildare Militia en kreeg drie jaar later een aanstelling bij de 8th Royal Irish Hussars. In de jaren voor de uitbraak voor de Eerste Wereldoorlog schreef hij vertalingen van leerboeken in zowel het Frans als het Engels.
Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog was hij verbonden aan het Franse ministerie van Oorlog en na de Duitse inval in België was hij als eerste Britse officier ter plekke bij het Franse hoofdkwartier. Binnen enkele dagen werd hij aangesteld als verbindingsofficier tussen het Franse en Britse leger. In deze hoedanigheid wist hij tijdens de terugtrekking van het Franse leger onder leiding van Charles Lanzerac het Britse expeditieleger te waarschuwen zodat ze niet geïsoleerd kwamen te zitten.
Tijdens de oorlog bleef Spears dienen als verbindingsofficier. Eerst was hij verbonden aan het Franse Tiende en Zesde Leger. Vervolgens kreeg hij een aanstelling als het hoofd van de Britse militaire missie in Parijs. Tijdens de oorlog raakte Spears in totaal vier keer gewond en bereikte aan het einde van de oorlog de rang van brigadier-generaal. Daarnaast verkreeg hij zowel het Legioen van Eer, als diverse Britse onderscheidingen.
Na de oorlog trachtte Winston Churchill hem naar de Baltische staten te sturen als onderdeel van de geallieerde missie aldaar, maar Spears kreeg vervolgens een zenuwinzinking en nam in 1920 ontslag uit het leger om een eigen bedrijf te beginnen. Churchill wist hem vervolgens aan te moedigen om de politiek in te gaan en 1922 werd hij verkozen tot parlementariër namens het kiesdistrict Loughborough. In 1924 verloor Spears weer zijn zetel. Nadat Churchill overstapte naar de Conservative Party volgde hij hem in de overstap en in 1931 keerde Spears terug in het parlement. Hij zou zijn zetel tot 1939 behouden. Vanwege zijn pro-Franse houding in het parlement werd hij vaak door zijn tegenstanders aangeduid als "Member for Paris".
Nadat Adolf Hitler in 1933 in Duitsland aan de macht kwam was Spears een van de eerste die het Lagerhuis waarschuwde. Hij ontpopte zich ook als een tegenstander van de Appeasementpolitiek. Zo richtte hij in 1937 de December Club op, een genootschap van 40 parlementariërs die tegenstander waren van het beleid van premier Neville Chamberlain. Zijn mede anti-appeaser Alfred Duff Cooper zei over Spears: "Hij is de impopulairste man in het Huis. Vertrouw hem niet: hij zal je uiteindelijk teleurstellen." Spears onthield zich een jaar later van stemming dat het Verdrag van München moest ratificeren. Hij stemde wel mee in het debat in mei 1940 dat de val van het kabinet Chamberlain veroorzaakte.
Na de invasie van Nazi-Duitsland in Frankrijk besloot Churchill om Spears als zijn persoonlijke vertegenwoordiger naar de Franse premier, Paul Reynaud, te sturen. Terwijl Frankrijk uiteenviel, volgde Spears de Franse regering toen deze Parijs verliet en naar Bordeaux. Vervolgens was Spears betrokken bij de actie om Charles de Gaulle, indertijd een jonge onderminister, uit Frankrijk te krijgen. Hij kwam naar het vliegveld om van Spears afscheid te nemen, maar deze trok hem op het laatste moment aan boord.

In 1941 vergezelde Spears, in zijn hoedanigheid als verbindingsofficier, De Gaulle naar Caïro. De Gaulle was naar de regio afgereisd omdat hij vreesde dat het Franse leger in de regio de zijde van Vichy-Frankrijk zou kiezen. Spears steunde vervolgens het plan van de Franse generaal Georges Catroux om Syrië en Libanon de onafhankelijkheid te beloven om daarmee te voorkomen dat ze de zijde van Vichy zouden kiezen.
Onder leiding van Catroux kwam het tot een vergelijk met de Vichy-Fransen in de regio, maar De Gaulle was allerminst tevreden met de gesloten wapenstilstand. Spears kwam met de hulp van Oliver Lyttelton de eisen van De Gaulle tegemoet en werd er onderling een nieuw akkoord gesloten. De relatie tussen Spears en De Gaulle was verslechterd geraakt en ontpopte de eerste zich tot een francofoob. Spears zou later over zijn relatie met De Gaulle zeggen: "Ik heb een monster van Frankenstein gecreëerd. Kan ik het wurgen of zal het mij wurgen?"
Churchill benoemde Spears in 1942 tot gevolmachtigd minister in Libanon en Syrië. Ondanks zijn titel zou hij voor de minister in Caïro blijven dienen als een verbindingsofficier met de vrije Franse, maar was hij ook verantwoording schuldig aan Buitenlandse Zaken als de facto de eerste Britse ambassadeur in Syrië en Libanon. Na zijn aankomst maakte hij zich tegenover Catroux sterk voor de volledige onafhankelijkheid van Libanon. Hij bezocht ook Alfred Naccache, minister-president van Libanon, om snel nieuwe verkiezingen uit te schrijven. Hiermee ging Spears zich ver te buiten aan zijn diplomatieke vrijheden.
Daarnaast bemoeide hij zich met de politiek in Syrië. Hij intimideerde de Syrische premier Husni al-Barazi om met hem mee te werken, waarop Spears een belangrijke concessie van Catroux wist los te krijgen om tarwe onder de uitgehongerde Syrische bevolking voor gesubsidieerde bedragen aan te bieden. Nadat verkiezingen in Libanon hadden plaatsgevonden wist Spears ervoor te zorgen dat Riad Al Solh de nieuwe premier werd. De verkiezing van Al Solh leidde op 11 november 1943 tot een staatsgreep van het Franse leger onder Jean Helleu, waarbij zowel Al Solh als president Beshara al-Khoury door de Fransen gevangen werden gezet. Hierop brak een crisis in Libanon aan die elf dagen duurde. Via de media liet Spears de Fransen voluit belasteren. Uiteindelijk zou op 1 januari 1944 het bestuur door de Fransen worden overgedragen aan de Libanese en Syrische bestuurders.
Ondanks wat hij had bereikt zagen Britse ambtenaren in het Midden-Oosten Spears als de "veroorzaker van 75 procent van alle problemen hier". Volgens Harold Macmillan zou Spears met zijn anti-Franse houding doelbewust aansturen op een nieuw Fashoda-incident. Zonder Londen te raadplegen besloot Spears in oktober 1944 om de Syrische gendarmerie van wapens te voorzien. Hiermee gaf hij zijn tegenstander, minister van Buitenlandse Zaken, Anthony Eden een wapen in handen. Eden hield de leverantie van wapens tegen en wist Churchill eindelijk te overtuigen om Spears terug naar Londen te roepen voor een reprimande. Op 24 november 1944 kwam er een einde aan de periode van Spears in het Midden-Oosten.
In 1945 verloor Spears zijn zetel in het Lagerhuis en legde zich vervolgens toe op een leven waarin de zakenwereld en schrijven centraal stonden. Hij schreef een tweedelige memoires over de Val van Frankrijk, Assignment to Catastrophe, dat in 1954 uitkwam en positie recensies kreeg. In 1953 kreeg hij op voorspraak van Churchill de titel van baron.
De Britse acteur Anthony Calf speelde de rol van Edward Spears in de tweedelige Franse film La Bataille de Gaulle.