Enclise of enclisis is het verschijnsel dat een - meestal onbeklemtoond - woord wordt uitgesproken als vormde het een deel van het woord dat ervoor komt. Een woordje dat op deze manier in het voorgaande wordt geïntegreerd wordt enclitisch genoemd. Enclise doet zich vooral voor bij "fonologisch zwakke" woorden, ofwel clitica.
Als stijlfiguur wordt het gebruikt in poëzie met als doel het metrum te beïnvloeden, al komt het wel gekunsteld over.
Wanneer een cliticum op deze manier niet met het woord dat erna komt maar met het woord dat ervoor komt "versmelt", spreken we van proclise. Soms is de grens tussen deze twee verschijnselen vaag. Bijvoorbeeld:
Het Verkavelingsvlaams en de Vlaamse, Brabantse en Limburgse dialecten waarin de gij-persoon wordt gebruikt, worden gekenmerkt door enclise. De ge-vorm versmelt in vraagzinnen immers vaak met het werkwoord:
Soms trekt deze samengetrokken vorm nog samen met het daaropvolgende woord, bijvoorbeeld:
Soms treedt er ook een verdubbeling op van de ge-vorm, waarschijnlijk als gevolg van het feit dat men zich niet langer bewust is van de eigenlijke betekenis van de -de-vorm. Bijvoorbeeld:
Het cliticum -de stamt niet af van du, de oorspronkelijke tweede persoon enkelvoud in het Nederlands die rond 1600 in onbruik is geraakt, hoewel dit soms verkeerdelijk wordt gedacht. In het Middelnederlands is nog vaak de vorm -di te vinden, als clitische vorm van gi: hebt gi > hebdi (ook wel hebbet gi > hebbedi), sijt gi > sidi. In de moderne taal is dit verzwakt tot -de, dus hebde/hedde en zijde.
In het Zeeuws bestaat een enclitische vorm van "wij":
Deze clitische vormen maken geen deel uit van het Standaardnederlands en komen enkel voor in de spreektaal.
In het Frans (en in de meeste andere Romaanse talen) zijn de moderne vormen van de toekomende tijd en de voorwaardelijke wijs ontstaan als samentrekking van enerzijds de infinitief en anderzijds een verbogen vorm van avoir. De "uitgangen" van deze werkwoordstijden kunnen dus beschouwd worden als enclitische vormen van de respectievelijke vormen van avoir.
|
De toekomende tijd: enclise van infinitief + indicatif présent
|
De voorwaardelijke wijs: enclise van infinitief + imparfait
|