| Epedanidae | ||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Taxonomische indeling | ||||||||||||||
| ||||||||||||||
| Familie | ||||||||||||||
| Epedanidae (Sørensen, 1886) | ||||||||||||||
| ||||||||||||||
Epedanidae is een familie uit de orde der hooiwagens (Opiliones), uit de infraorde Grassatores. Deze familie heeft ongeveer 200 beschreven soorten. Ze vormen een zustergroep van de Gonyleptoidea.

De familie Epedanidae is endemisch in Azië. De onderfamilie Dibuninae vormt de overheersende hooiwagenfauna van de Filipijnen. De andere drie onderfamilies komen vaker voor in Indonesië, Maleisië en Thailand, en sommige worden gevonden in Myanmar en Nepal. Sommige soorten komen ook buiten deze regio voor; in India, China, Vietnam en Japan. Eén soort is zelfs endemisch op Nieuw-Guinea. De oudste fossielen van de familie zijn bekend Myanmar, in burmiet uit het Cenomanien.
De lichaamsgrootte varieert van twee tot vijf millimeter, met dunne poten van zes tot 26 millimeter. De cheliceren zijn zwaar met sterke tanden in beide vingers. De pedipalpen zijn lang en sterk, met krachtige stekels aan de binnenkant van de klauw. De meeste soorten zijn lichtbruin met een beperkt aantal zwarte vlekken. Sommige soorten hebben witte vlekken op het scutum. De pedipalpen zijn bij mannetjes veel sterker behaard, samen met een gezwollen chelicerenhand.
Het typegeslacht Epedanus is afgeleid van het Oudgriekse epedanos, wat "zwak, futloos" betekent.