| Epimedium | ||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Epimedium alpinum | ||||||||||||||
| Taxonomische indeling | ||||||||||||||
| ||||||||||||||
| Geslacht | ||||||||||||||
| Epimedium L. (1753) | ||||||||||||||
| Typesoort | ||||||||||||||
| Epimedium alpinum | ||||||||||||||
| ||||||||||||||
Epimedium is een geslacht van ongeveer 70 soorten overblijvende kruiden uit de berberisfamilie (Berberidaceae).
De planten komen van nature voor in Zuid-Europa (2 soorten), Noord-Afrika (1 soort), en de overige in Midden- en Oost-Azië.
Epimedium-soorten zijn taaie overblijvende kruiden. Ze hebben in het voorjaar of de vroege zomer 'spinachtige' bloemen met vier kroonbladen.
Veel soorten zouden geslachtsdriftopwekkende eigenschappen hebben. Volgens overlevering[bron?] zou dit ontdekt zijn door een Chinese geitenherder, die verhoogde seksuele activiteit bij zijn dieren waarnam nadat ze van deze planten gegeten hadden. De Chinese naam voor de elfenbloemblaadjes is yin yang huo, wat letterlijk 'Geil geitenkruid' betekent.
Het wordt als voedingssupplement verkocht, gewoonlijk als onverwerkt kruid of als pil, apart of samen met andere supplementen.
Veel hybriden en cultivars worden vanwege hun decoratieve waarde gekweekt. Ze worden toegepast als bodembedekker in de halfschaduw. Ze doen het vaak ook goed in de droge schaduw, mits de grond humus bevat.
De groenblijvende soorten geven onkruid weinig kans op te komen. De bladverliezende soorten hebben vaak opvallend gekleurde bladeren in het voorjaar.