| Eraldo Monzeglio | ||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Monzeglio in 1934 | ||||||||
| Persoonlijke informatie | ||||||||
| Volledige naam | Eraldo Camillo Monzeglio | |||||||
| Geboortedatum | 5 juni 1906 | |||||||
| Geboorteplaats | Vignale Monferrato, | |||||||
| Overlijdensdatum | 3 november 1981 | |||||||
| Overlijdensplaats | Turijn, | |||||||
| Lengte | 173 cm | |||||||
| Positie | Rechtsachter | |||||||
| Senioren | ||||||||
| ||||||||
| Interlands | ||||||||
| ||||||||
| Getrainde teams | ||||||||
| ||||||||
| ||||||||
Eraldo Camillo Monzeglio (Vignale Monferrato, 5 juni 1906 – Turijn, 3 november 1981) was een Italiaans voetballer en voetbaltrainer. Samen met Giuseppe Meazza en Giovanni Ferrari is hij een van de slechts drie Italiaanse spelers die twee Wereldbekers hebben gewonnen.
Monzeglio had een succesvolle carrière als voetballer, hoewel hij later ook in opspraak raakte vanwege zijn vriendschap met de Italiaanse dictator Benito Mussolini. Hij stond dicht bij Mussolini, speelde een rol binnen de fascistische huishouding en volgde hem naar Salò, maar was later ook betrokken bij acties om partizanen te beschermen. Als speler kwam hij het grootste deel van zijn loopbaan uit voor Bologna, waarmee hij in 1929 de Scudetto won. Monzeglio won als international van Italië tweemaal het WK, in 1934 en in 1938. Later stapte hij het trainersvak in. Zijn grootste succes als trainer beleefde Monzeglio bij Napoli. In 1950 keerden de Napolitanen onder zijn leiding terug op het hoogste niveau na een kampioenschap in de Serie B. De voetballer werd in 2013 postuum opgenomen in de Hall of Fame van het Italiaans voetbal.
De Italiaan was met zijn 1,73 meter iets langer dan gemiddeld. Hij had een slank, atletisch postuur en ging vaak gekleed in maatpakken. Hij bleef zijn hele leven vrijgezel en had een robuuste uitstraling, met dik, zwart haar en blauwe ogen. Hij werd omschreven als een strenggelovige man die kortaf maar recht door zee was, en streng voor zowel zichzelf als anderen. In 2024 publiceerde de Italiaanse journalist Alessandro Fulloni een boek over Monzeglio's leven genaamd Il terzino e il Duce.
Eraldo Monzeglio werd in de vroege ochtend van 5 juni 1906 geboren in Vignale Monferrato, een gemeente in de Italiaanse provincie Alessandria. Zijn vader Massimo Monzeglio was wijnhandelaar. Zijn moeder was Malvina Bigotti. Een paar weken na de geboorte van Eraldo verhuisde het gezin Monzeglio naar Casale Monferrato, een dorp twintig kilometer verderop. Al van jongs af aan voetbalde zoon Eraldo op straat en ontwikkelde hij een passie voor voetbal. Na de Eerste Wereldoorlog deed Eraldo zijn eerste ervaring op in het clubvoetbal, eerst bij Vigor en daarna bij Aurora. Door toedoen van Umberto Caligaris kwam Monzeglio in de jeugdopleiding terecht van Casale Foot Ball Club. De verdediger, op dat moment actief bij Casale, ontdekte het talent van Monzeglio toen hij hem op straat zag voetballen. Monzeglio maakte naam als aanvoerder in de jeugdelftallen en verwierf in deze periode de bijnaam Monza. Hij fungeerde oorspronkelijk als middenvelder. Toen hij eenmalig de vaste rechtsback moest vervangen, deed hij dit dusdanig goed dat dit vanaf dat moment zijn nieuwe vaste positie werd.
De jeugdige Monzeglio maakte uiteindelijk op 13 april 1924 zijn debuut in het eerste elftal van Casale, dat destijds opereerde op het hoogste niveau. Monzeglio mocht plots opdraven als vervanger van Ernesto Greppi, die problemen had met zijn vervoer en dus niet kon spelen. Op deze laatste speeldag van het seizoen werd er met 1-0 gewonnen van Internazionale. Het was Umberto Caligaris die het enige doelpunt van de wedstrijd maakte. Door de opkomst van het profvoetbal en de hoge salarissen zag de club zich in 1926 genoodzaakt Monzeglio van de hand te doen. Hij stapte over naar Bologna.

Monzeglio kwam bij Bologna te spelen onder Hermann Felsner. De Oostenrijkse oefenmeester was van origine jurist en gymnastiekleraar en had al sinds 1920 de leiding over het elftal. Bij Bologna werd Monzeglio al snel basisspeler en nam hij de plek over van Giovanni Borgato, die omwille zijn leeftijd daalde in de pikorde. In het seizoen 1928/29 boekte Monzeglio zijn eerste succes als voetballer. Het was het laatste seizoen voor de oprichting van de Serie A en daarmee ook het laatste seizoen dat het hoogste niveau niet bestond uit een nationale competitie. Bologna werd in 1929 kampioen in Girone B en mocht daarom met Torino, de kampioen in Girone A, in een tweeluik uitmaken wie zich landskampioen mocht noemen. Beide ploegen wonnen elk een duel, waardoor een derde onderling treffen de beslissing moest brengen. Op 4 juli 1929 wonnen Monzeglio en Bologna deze wedstrijd in Stadio Nazionale PNF met 1-0. Vanwege het kampioenschap ging de selectie op bezoek bij Benito Mussolini in de Villa Torlonia. Het was voor Monzeglio de eerste kennismaking met de Italiaanse dictator, die later een grote invloed op het verloop van zijn leven zou hebben.
Een jaar na het kampioenschap maakte Monzeglio onder bondscoach Vittorio Pozzo zijn debuut in het Italiaans elftal. De vaste verdediger Virginio Rosetta kon niet meedoen wegens een enkelblessure. Dankzij een 5-0 overwinning op Hongarije won Italië de eerste editie van de Centraal-Europese Internationale Beker. In de eerste helft van de jaren 1930 was Monzeglio een belangrijke speler bij zowel Bologna als het Italiaanse elftal. Met Bologna eindigde Monzeglio steevast op de bovenste plekken, maar een landskampioenschap maakte hij niet meer mee. In de jaargang 1931/32 was de ploeg erg dichtbij, maar eindigde het als tweede achter Juventus. Wel werd dat jaar de Mitropacup gewonnen. In 1927 werd deze cup opgericht als bekercompetitie tussen de beste clubs van de landen in Midden-Europa. Vooral vóór de Tweede Wereldoorlog was de Mitropacup, bij gebrek aan andere Europese bekertoernooien, erg belangrijk. Monzeglio's Bologna won het toernooi twee jaar later andermaal. In zijn laatste halfjaar bij Bologna werkte hij samen met de revolutionaire trainer Árpád Weisz. De Hongaar had naam gemaakt bij Internazionale en werd in januari 1935, halverwege het seizoen, aangesteld om de boel te gaan leiden bij Bologna.

Een half jaar daarvoor was Monzeglio een van de tweeëntwintig spelers opgenomen in de selectie van Italië voor het WK, gehouden in eigen land. Monzeglio speelde vier van de vijf wedstrijden mee op het toernooi. Hij miste enkel de wedstrijd tegen de Verenigde Staten, welk met 7-1 werd gewonnen. Na dit openingsduel gaf bondscoach Pozzo de rest van het toernooi Monzeglio de voorkeur boven Virginio Rosetta. De Juventus-verdediger was hier zo ontevreden over, dat hij tijdens het toernooi besloot om terug te keren naar Turijn. De finale van het toernooi werd uiteindelijk bereikt, waarin Tsjecho-Slowakije de tegenstander was. Monzeglio, die samen met Luigi Allemandi in de verdediging stond, won het duel met 2-1 en mocht zich met het elftal kronen tot Wereldkampioen.
Mussolini voetbalde niet. Wij deden dat – we zweetten ons kapot en versloegen de beste teams ter wereld. De politiek had er helemaal niets mee te maken. - Monzeglio over de kritiek op het WK van 1934.
Er zou later veel kritiek zijn op deze tweede editie van het WK, omdat dictator Benito Mussolini het gebruikte als een promotiestunt voor het fascisme. Zo deed in de finale van het toernooi de Zweedse scheidsrechter Ivan Eklind en de rest van het arbitrale trio een Romeinse groet naar Mussolini en zijn kinderen op de tribune. De spelers van de Verenigde Staten brachten de groet zelfs in de achtste finale tegen de Azzurri en een Argentijnse delegatie legde tijdens het toernooi een krans bloemen neer op het graf van de voorouders van de Duce, die steeds meer werd vereerd. Mussolini zelf spaarde kosten noch moeite: hij renoveerde stadions, lokte buitenlandse fans met zeventig procent korting op treinkaartjes en verwende FIFA-afgevaardigden met luxe hotels en diners. Een andere controverse waren een aantal beslissingen van scheidsrechters ten gunste van Italië. Voor hun partijdigheid jegens Italië werden zowel Eklind als de Belg Louis Baert door hun respectievelijke bonden geschorst. Monzeglio zelf stelde later echter aan zich niet te herkennen in de kritiek en van mening te zijn dat politiek er niks mee te maken had.
Een jaar na het behalen van de wereldtitel nam Monzeglio afscheid van Bologna om te gaan voetballen bij Roma. Voorzitter Renato Sacerdoti had in de afgelopen jaren al meermaals getracht de speler naar Rome te halen. Toen Sacerdoti in de zomer van 1935 een aanbod deed van 375.000 lire, een groot bedrag voor die tijd, ging Bologna akkoord met een overgang van haar speler. Met daarnaast de komst van Internazionele-speler Luigi Allemandi haalde voorzitter Sacerdoti in een keer twee verdedigers van het nationale team naar de Romeinse ploeg. Roma verloor twee dagen voor de start van het seizoen echter wel de Italo-Argentijnse spelers Enrique Guaita, Alejandro Scopelli en Andrés Stagnaro. Het trio beëindigde hun carrière in Italië abrupt om zo te vermijden opgeroepen te worden als militair in de dreigende Italiaans-Ethiopische Oorlog. Met het ontbrekende trio kwam Roma uiteindelijk een punt te kort voor de titel. Uitgerekend Monzeglio's oude werkgever Bologna bleek net iets te sterk.

Nadien speelde de ploeg met wisselende resultaten op het hoogste niveau. In 1937 vond er nog een klein hoogtepunt plaats en haalde Monzeglio met Roma de finale van de Coppa Italia. In de finale was Genova 1893 de tegenstander. Monzeglio kwam hiermee een bekende tegen. Bij de tegenstander zwaaide Hermann Felsner, zijn oude coach bij Bologna, op dat moment de scepter. Felsners elftal zegevierde de wedstrijd door een overwinning met het kleinste verschil. Hierdoor ontbrak voor Monzeglio een bekertitel op zijn palmares. Na vier seizoenen in dienst van de Romeinen hing de verdediger in 1939 zijn voetbalschoenen aan de wilgen.
Een jaar daarvoor was Monzeglio voor de tweede maal Wereldkampioen geworden met Italië. De inmiddels 32-jarige speler fungeerde ditmaal echter als reserve bij het toernooi in Frankrijk, waar de selectie was vernieuwd met jong talent. Critici claimden zelfs dat hij enkel nogmaals was opgeroepen wegens zijn band met Mussolini. De dictator zou druk hebben uitgeoefend op bondscoach Vittorio Pozzo. Monzeglio kreeg in de eerste wedstrijd van het toernooi dan ook de voorkeur boven Juventus-speler Alfredo Foni. Hij speelde mee tegen Noorwegen, een duel dat Italië na verlenging met 2–1 won. Nadien kwam hij echter niet meer op het toernooi in actie. Het bleek zijn vijfendertigste en laatste interland voor het nationale elftal te zijn.
Onderstaand een overzicht van de wedstrijden die Eraldo Monzeglio heeft gespeeld als international van het Italiaanse nationale elftal. In de vijfendertig duels die hij uitkwam voor zijn vaderland werd er slechts vier keer verloren.
| Interlands van Eraldo Monzeglio voor | |||||
|---|---|---|---|---|---|
| № | Datum | Wedstrijd | Uitslag | Competitie | Doelpunten |
| Als speler van | |||||
| 1 | 11 mei 1930 | 0 – 5 | Centraal-Europese Internationale Beker | ||
| 2 | 22 juni 1930 | 2 – 3 | Vriendschappelijk | ||
| 3 | 22 februari 1931 | 2 – 1 | Centraal-Europese Internationale Beker | ||
| 4 | 29 maart 1931 | 1 – 1 | Centraal-Europese Internationale Beker | ||
| 5 | 12 april 1931 | 0 – 2 | Vriendschappelijk | ||
| 6 | 20 mei 1931 | 3 – 0 | Vriendschappelijk | ||
| 7 | 15 november 1931 | 2 – 2 | Centraal-Europese Internationale Beker | ||
| 8 | 13 december 1931 | 3 – 2 | Centraal-Europese Internationale Beker | ||
| 9 | 14 februari 1932 | 3 – 0 | Centraal-Europese Internationale Beker | ||
| 10 | 28 oktober 1932 | 2 – 1 | Centraal-Europese Internationale Beker | ||
| 11 | 27 november 1932 | 4 – 2 | Vriendschappelijk | ||
| 12 | 1 januari 1933 | 3 – 1 | Vriendschappelijk | ||
| 13 | 25 maart 1934 | 4 – 0 | Kwalificatie WK 1934 | ||
| 14 | 31 mei 1934 | 1 – 1 | WK 1934 | ||
| 15 | 1 juni 1934 | 1 – 0 | WK 1934 | ||
| 16 | 3 juni 1934 | 1 – 0 | WK 1934 | ||
| 17 | 10 juni 1934 | 2 – 1 | WK 1934 | ||
| 18 | 14 november 1934 | 3 – 2 | Vriendschappelijk | ||
| 19 | 9 december 1934 | 4 – 2 | Vriendschappelijk | ||
| 20 | 17 februari 1935 | 2 – 1 | Vriendschappelijk | ||
| 21 | 24 maart 1935 | 0 – 2 | Centraal-Europese Internationale Beker | ||
| Als speler van | |||||
| 22 | 27 oktober 1935 | 2 – 1 | Centraal-Europese Internationale Beker | ||
| 23 | 24 november 1935 | 2 – 2 | Centraal-Europese Internationale Beker | ||
| 24 | 5 april 1936 | 1 – 2 | Vriendschappelijk | ||
| 25 | 17 mei 1936 | 2 – 2 | Vriendschappelijk | ||
| 26 | 31 mei 1936 | 1 – 2 | Vriendschappelijk | ||
| 27 | 25 oktober 1936 | 4 – 2 | Centraal-Europese Internationale Beker | ||
| 28 | 15 november 1936 | 2 – 2 | Vriendschappelijk | ||
| 29 | 13 december 1936 | 2 – 0 | Vriendschappelijk | ||
| 30 | 25 april 1937 | 2 – 0 | Centraal-Europese Internationale Beker | ||
| 31 | 23 mei 1937 | 0 – 1 | Centraal-Europese Internationale Beker | ||
| 32 | 31 oktober 1937 | 2 – 2 | Centraal-Europese Internationale Beker | ||
| 33 | 5 december 1937 | 0 – 0 | Vriendschappelijk | ||
| 34 | 15 mei 1938 | 6 – 1 | Vriendschappelijk | ||
| 35 | 5 juni 1938 | 1 – 2 | WK 1938 | ||

In het jaar 1941/42 werd Monzeglio aangesteld als technisch directeur van Roma (dat dat jaar zijn eerste Scudetto zou winnen), waarna hij ging vechten voor het Italiaanse leger aan het Oostfront. Monzeglio voelde zich zo sterk verbonden met de idealen van het fascisme dat hij besloot zich vrijwillig aan te melden voor de Tweede Wereldoorlog. De ex-verdediger diende als officier in de noodlottige Italiaanse campagne in Rusland, die eindigde met een grote nederlaag. Van de ongeveer 300.000 uitgezonden soldaten stierven er 75.000 en raakten er 40.000 ernstig gewond. De nederlaag aan het Oostfront bracht koning Victor Emanuel III ertoe met Mussolini te breken en hem af te zetten, zodat een wapenstilstand met de geallieerden kon worden gesloten.
Na afloop van de Tweede Wereldoorlog trainde Monzeglio diverse teams, voornamelijk in eigen land. Naast Italië was Monzeglio ook in Zwitserland werkzaam. Als trainer werd hij ook wel Don Eraldo of Don Monza genoemd. Het voorvoegsel 'Don' stamt af van het Latijnse dominus (heer) en drukt in de Italiaanse voetbalcultuur vaak respect en discipline uit.
Monzeglio zette zijn eerste stappen in het trainerschap bij Como in de Serie B. Op 5 mei 1946 maakte hij zijn debuut als coach. Zijn ploeg trad op die dag aan voor de eerste wedstrijd in de groepsfase van de Coppa Alta Italia. Er werd met 2-2 gelijkgespeeld tegen Genoa. In het seizoen 1946/47 werd het Serie B-kampioenschap gespeeld in drie groepen met 60 teams. Como speelde in Groep A, een groep van 22 teams, waarvan er slechts een promoveerde. Pro Patria promoveerde naar de Serie A met 60 punten. Como eindigde als achtste met 42 punten.
Monzeglio stapte vervolgens over naar tweedeklasser Pro Sesto. De trainer stond een zware opgave te wachten vanwege een herstructurering van het Italiaanse voetbalsysteem. Na de Serie A ging ook de Serie B na afloop van het seizoen verder als een landelijke competitie. Het betekende dat 11 van de 18 clubs in elke groep een degradatie naar de Serie C boven het hoofd hing. Monzeglio en zijn mannen sloten het seizoen af op een gedeelde zevende plek, precies genoeg voor handhaving in de Serie B. Door een gelijk aantal punten volgde er een beslissingswedstrijd tegen Crema. Dit duel werd op 4 juli 1948 met 2-1 gewonnen, waarmee Monzeglio terug kon kijken op een succesvol eerste seizoen. Het volgende seizoen werd opnieuw afgesloten met een zevende plaats. Monzeglio haalde voorafgaand spitsspeler Árpád Fekete naar Pro Sesto. De twee hadden eerder met elkaar gewerkt bij Como. De Hongaarse spits bleek een goede troef en werd topscorer met veertien treffers. Een jaar na het vertrek van Monzeglio degradeerde Pro Sesto onder zijn opvolger Osvaldo Ferrini alsnog naar de Serie C en zou het nooit meer terugkeren op het tweede niveau.

In 1949 trok Monzeglio naar Napels, om Napoli te gaan coachen. Napoli was een jaar eerder roemloos uit de hoogste klasse gedegradeerd. Onder leiding van de ex-international wisten de Napolitanen doch na twee jaar afwezigheid terug te keren in de Serie A door het kampioenschap in de Serie B. Terug op het hoogste niveau werd het elftal van Monzeglio versterkt met Amedeo Amadei, die overkwam van Roma. In de zes seizoenen dat hij voor Napoli zou spelen maakte hij in totaal zevenenveertig doelpunten. Ook de komst van de Zweedse speler Hasse Jeppson twee jaar later zou een grote versterking betekenen voor de selectie van Monzeglio. De Zweed had indruk gemaakt in het nationale elftal op het WK van 1950. Napoli betaalde 105 miljoen lire, een recordbedrag voor een transfer in die tijd en Jeppson kreeg de bijnaam O'Banco e' Napule (Bank van Napels). De twee aanwinsten hadden een grote bijdrage in de groei van Napoli van promovendus tot stabiele ploeg in de Serie A.
Tot januari 1956 nam Eraldo Monzeglio als eindverantwoordelijke plaats op de bank. Zijn laatste seizoen was minder succesvol en vlak voor de winterstop werd hij dan ook ontslagen. De laatste wedstrijd onder zijn leiding werd er met 0-2 verloren van Internazionale. Van de laatste tien wedstrijden werd er slechts een met een overwinning afgesloten. Monzeglio werd bij Napoli vervangen door Amadei, die zijn spelersloopbaan daarmee tot een einde riep. Met zijn ruim zes jaar aan het roer is Monzeglio de langst zittende trainer in de clubgeschiedenis van Napoli.
Monzeglio keerde als trainer terug naar de Serie B. Hij kreeg het vertrouwen van het bestuur van Simmenthal-Monza, dat overtuigd was van zijn kwaliteiten na de succesvolle seizoenen in Napels. Onder leiding van Monzeglio kende de ploeg, ondanks het vertrek van vice-topscorer Severino Lojodice, een goede start. Op de zesde speeldag werd er met 3-1 gewonnen van Venezia en klom Simmenthal-Monza naar de derde plaats op de ranglijst, achter Hellas Verona en Alessandria. Daarna volgde echter een onverwachte reeks van vier opeenvolgende nederlagen: uit tegen Bari en Taranto, thuis tegen Pro Patria en – doorslaggevend voor het lot van de trainer – een nederlaag tegen Alessandria op 2 december 1956. Clubvoorzitter Gino Alfonso Sada maakte gebruik van de speelvrije zondag die daarop volgde om Monzeglio te ontslaan en de leiding over het team over te dragen aan Bruno Arcari.
Sampdoria bood de Italiaanse coach na twee jaar afwezigheid in 1958 een nieuwe kans aan in de Serie A. De ploeg had zich het voorgaande seizoen pas op de laatste speeldag te weten verzekeren van handhaving en hoopte met de aanstelling van de ervaren Monzeglio de selectie een impuls te geven. Sampdoria had zojuist met de verkoop van aanvaller Eddie Firmani aan Inter een van haar beste spelers zien vertrekken. Het vrijgekomen geld maakte echter ruimte voor nieuwe aanwinsten en zorgde voor de komst van verdediger Guido Vincenzi (Inter) en aanvallers Ernesto Cucchiaroni (AC Milan) en Aurelio Milani (Triestina). Vicenzi zou uitgroeien tot clubicoon en meer dan tien jaar het blauw-wit van Sampdoria dragen. De twee nieuwe aanvallers Cucchiaroni en Milani hadden met tien en elf treffers een belangrijke bijdrage aan de uiteindelijke vijfde plaats in de competitie. Het betekende een succesvol debuutseizoen voor Monzeglio als coach. Het volgende seizoen kende Monzeglio vooral als trainer persoonlijk succes en werd hij door de Italiaanse voetbalbond (FIGC) verkozen tot beste trainer van het seizoen. Met een achtste plaats op de ranglijst was het resultaat op het veld echter minder.
Monzeglio zwaaide uiteindelijk vier seizoenen lang de scepter bij de ploeg uit Genua. In de jaargang 1960/61 wist hij zijn prestatie uit het debuutseizoen te overtreffen en eindigde Sampdoria het seizoen op een vierde plaats. Sampdoria moest met Juventus, AC Milan en Internazionale alleen de grote drie voor zich dulden. De nieuwe spits Sergio Brighenti, overgekomen van Padova, werd topscorer van de Serie A met 27 doelpunten.
Medio 1962 keerde Monzeglio terug bij Napoli, ditmaal als technisch directeur. Napoli was net weer teruggekeerd in de Serie A en had daarnaast in het voorgaande seizoen als tweedeklasser verrassend beslag weten te leggen op de Coppa Italia. Het werd echter een teleurstellend jaar met een degradatie uit de Serie A als gevolg. Ook in de beker deed de ploeg haar status als titelhouder geen eer aan. In de eerste ronde werd het al uitgeschakeld door ACR Messina uit de Serie B. Toch zou de jaargang 1962/63 de boeken in gaan als een historisch seizoen. De ploeg mocht als bekerwinnaar namelijk deelnemen aan de Europacup II. Het betekende voor het Napolitaanse team haar debuut in een Europese competitie. Ze schakelden eerst Bangor City uit, vervolgens het Hongaarse Újpest, om in de kwartfinales te worden uitgeschakeld door OFK Beograd.
In oktober 1963 trad Monzeglio op verzoek van Gianni Agnelli in dienst bij Juventus. Hij volgde de Braziliaan Paulo Amaral op, die na vier speelronden zijn congé kreeg. Bij de club heerste op dat moment onrust door een conflict tussen Giampiero Boniperti en Omar Sívori. Het liep niet goed en hij bleef er slechts een seizoen. In maart 1964 werd Monzeglio vervangen door jeugdtrainer Ercole Rabitti en ging hij zelf verder als technisch directeur. De gedeelde vierde plaats die Juventus na afloop van het seizoen bezette, was niet voldoende voor een verlenging van zijn contract.
Monzeglio's trainersloopbaan zou eindigen in de anonimiteit. Begin 1966 trok hij voor het eerst de grens over voor zijn werkzaamheden in het trainersvak. Hij trok naar het naburige Zwitserland en ging aan de slag bij FC Chiasso, een voetbalclub in het Italiaanstalige kanton Ticino, gelegen aan de zuidelijke kant van het land. De ploeg speelde op het tweede niveau van Zwitserland. Op 11 december 1966 moest hij vertrekken, na een 5-1 nederlaag in de beker tegen competitiegenoot FC Luzern. In het volgende seizoen had Monzeglio samen met Angelo Piccioli de leiding bij Lecco uit de Serie B. Monzeglio fungeerde tevens als technisch directeur. Rond de jaarwisseling verliet het duo de ploeg echter alweer wegens tegenvallende resultaten. In 1973 keerde Monzeglio kortstondig terug bij FC Chiasso, dat inmiddels wel uitkwam op het hoogste niveau. Het was op 67-jarige leeftijd zijn laatste klus als trainer. De positie die hij het meest ambieerde, die van bondscoach van het Italiaanse elftal, kreeg hij nooit. Een paar keer leek hij er dicht bij te zijn, maar telkens ging er in de laatste fase een streep doorheen. Binnen de Italiaanse voetbalbond werd doorgeschemerd dat zijn vroegere nauwe banden met de Duce en zijn zonen de voornaamste reden hiervoor waren.
Eraldo Monzeglio groeide op in Italië ten tijde van het fascisme. Als tiener maakte hij de opkomst mee van Benito Mussolini. De Italiaanse politicus stichtte in 1919 de Fasci di Combattimento. Dit gebeuren staat bekend als het startpunt van het fascisme in Italië. De beweging (en het fascisme) groeide in de volgende jaren hard en rond 1921 werd het omgezet in een politieke partij: de Partito Nazionale Fascista (PNF). Mussolini werd de absolute leider en het gezicht van de partij. Na de mars op Rome in oktober 1922 kwam Mussolini aan de macht en maakte hij van Italië een fascistische staat. Monzeglio was toen zestien jaar oud en sloot zich in die periode aan bij de lokale Avanguardisti. De Avanguardisti waren Italiaanse jongens tussen 14 en 18 jaar oud die lid waren van een jeugdbeweging onder het fascistische regime van Benito Mussolini. Monzeglio zou in de komende decennia, naast zijn sportieve prestaties, ook het nieuws halen door de hechte band die hij met de familie Mussolini opbouwde.
In het interbellum raakte hij bevriend met Benito's zonen, Vittorio en Bruno. Eraldo ontmoette Vittorio en Bruno voor het eerst in de zomer van 1928 in Riccione, een vaste vakantiebestemming van de familie Mussolini. Monzeglio werd als voetballer van Bologna geïdoliseerd door de kinderen van Il Duce. Hij was naast het voetbal ook een fervent tennisser en gaf al snel deze passie door aan de kinderen van Benito Mussolini tijdens hun vakantie. Na de overstap van Bologna naar Roma halverwege de jaren dertig trad Monzeglio op als tennisleraar voor de dictator zelf in Villa Torlonia. Deze relatie bleef bestaan naarmate de oorlog vorderde. Na de wapenstilstand van Cassibile in september 1943 verhuisde Monzeglio met de familie Mussolini mee naar Villa Feltrinelli in Gargnano, een dorp in de provincie Brescia. Monzeglio fungeerde als manusje-van-alles voor Donna Rachele, de vrouw van Benito.

Deze band met de familie Mussolini is door de jaren heen onderwerp van historisch debat gebleven. Daar komt bij dat Monzeglio in de geruchtenmolen wordt beschouwd als een homoseksueel die zijn geaardheid verborgen hield, gezien de heersende machocultuur van het fascistische tijdperk. Hij meldde zich vrijwillig aan voor de veldtocht in Rusland, maar de nederlaag van de fascisten aan het Oostfront wakkerde bij hem een kritische houding jegens het regime aan. Hoewel hij loyaal bleef aan de familie Mussolini – en nooit afstand deed van zijn fascistische overtuiging – werkte hij tijdens de laatste oorlogsjaren tegelijkertijd samen met het verzet. Hij hielp Joden te vluchten naar Zwitserland of redde, door gebruik te maken van zijn connecties met de Duce, het leven van partizanen en andere politieke tegenstanders. Zo hielp hij de executie te voorkomen van zijn collega-voetballer Giuseppe Peruchetti, die zich bij de partizanen had aangesloten, al mislukte een poging om Galeazzo Ciano – die na de stemming van 25 juli 1943 was gearresteerd – te bevrijden.
Wegens deze acties bleef Monzeglio in de periode na de oorlog gespaard van represailles. Dankzij de tussenkomst van het Nationaal Bevrijdingscomité kon hij terugkeren naar de voetbalwereld en een carrière als trainer beginnen. Nadat was vastgesteld dat hij tijdens de laatste fase van het fascisme geen actieve rol had gespeeld, kon hij zelfs aan de slag als trainer in Sesto San Giovanni. Vanwege het traditionele linkse stemgedrag stond de stad in Italië bekend als het "Stalingrad van Italië". Na de Tweede Wereldoorlog kwamen migranten uit heel Italië er wonen, wat leidde tot een toename van de bevolking. Vlak na de oorlog leefde Monzeglio in eerste instantie alsnog in een staat van waakzaamheid en angst in zijn woonplaats Como. Er waren veel burgers die het heft in eigen handen namen en uit wraak mensen om het leven brachten die onderdeel waren geweest van het fascisme in Italië. In de regio van Como liep het aantal moorden sinds de Bevrijding zelfs op tot in de honderden.
In juli 1981 werd Monzeglio opgenomen in het ziekenhuis van Casale omwille van zijn gezondheid. Eraldo Monzeglio overleed enkele maanden later op 75-jarige leeftijd aan de gevolgen van diabetes. Hij werd begraven op de begraafplaats van Casale Monferrato, naast het graf van zijn collega Umberto Caligaris.
