Europese Beweging Internationaal EBI / EMI | ||
|---|---|---|
| Locatie | ||
| Land van hoofdzetel | België | |
| Hoofdkantoor | Brussel | |
| Industrie en producten | ||
| Doel | bevordering van Europese samenwerking en integratie | |
| Werkgebied | Europa | |
| Status en tijdlijn | ||
| Opgericht | 25 oktober 1948 | |
| Vervangt | Joint International Committee for European Unity | |
| Organisatiestructuur | ||
| Rechtsvorm | Duitse vereniging | |
| Type | pan-Europees netwerk en belangenorganisatie | |
| Oprichter | Duncan Sandys | |
| Secretaris-generaal | Sjouke Jonker (1984 – onbekend), Diogo Pinto (2009 – 2015), Józef Retinger (1948 – 1950), Petros Fassoulas (2015) | |
| Voorzitter | Duncan Sandys (1948 – 1950) | |
| Financiën | ||
| Sponsor | American Committee on United Europe | |
| Financierder | Open Society Foundations (2022), Open Society Foundations (2021), Open Society Foundations (2020), Open Society Foundations (2019), Open Society Foundations (2018), Open Society Foundations (2018), Open Society Foundations (2017) | |
| Omzet/jaar | 650.000 euro (2019) | |
| Donaties | 250.000 euro (2019) | |
| Prijzen en erkenningen | ||
| Archieflocatie | Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis | |
| Links | ||
| Website | europeanmovement.eu | |
De Europese Beweging Internationaal (EBI; Engels: European Movement International, EMI; Frans: Mouvement Européen International) is een internationaal netwerk van nationale en Europese organisaties dat zich inzet voor Europese samenwerking en integratie. De organisatie ontstond in 1948 uit een samenwerkingsverband van verschillende naoorlogse bewegingen voor Europese eenwording.
De EBI is geen instelling van de Europese Unie of van de Raad van Europa, maar een belangen- en netwerkorganisatie. Volgens haar eigen missie brengt zij onder meer organisaties uit het maatschappelijk middenveld, werkgevers- en werknemersorganisaties, niet-gouvernementele organisaties, politieke partijen, lokale overheden en de academische wereld samen.
De wortels van de Europese Beweging liggen in de periode kort na de Tweede Wereldoorlog, toen in verschillende West-Europese landen organisaties ontstonden die nauwere Europese politieke en economische samenwerking bepleitten. Tot deze organisaties behoorden onder meer de United European Movement, de Ligue Européenne de Coopération Économique (LECE), de Union européenne des fédéralistes (UEF) en de Union parlementaire européenne (UPE).
In 1947 ontstond een internationaal coördinatieverband tussen dergelijke organisaties. In november van dat jaar kreeg dit verband de naam Joint International Committee for European Unity. Het comité bereidde in 1948 het Congres van Europa in Den Haag voor, waar vertegenwoordigers van uiteenlopende politieke en maatschappelijke stromingen bijeenkwamen om voorstellen voor Europese samenwerking te bespreken.
Binnen de naoorlogse Europese beweging bestonden verschillende opvattingen over de gewenste institutionele vorm van Europese samenwerking. Federalisten wilden in het algemeen verdergaande supranationale structuren, terwijl andere deelnemers de samenwerking sterker wilden baseren op de bestaande nationale staten. Deze verschillen speelden ook tijdens en na het Haagse congres een rol.
Na het Haagse congres werd het internationale samenwerkingsverband omgevormd tot een permanentere organisatie. Op 25 oktober 1948 veranderde het Joint International Committee for European Unity zijn naam in European Movement. Duncan Sandys werd de eerste voorzitter. Volgens de geschiedschrijving van de organisatie werden Léon Blum, Winston Churchill, Alcide De Gasperi en Paul-Henri Spaak tot erevoorzitters benoemd.
Politici als Konrad Adenauer, Churchill, Spaak en De Gasperi speelden een rol in de bredere naoorlogse beweging voor Europese samenwerking, maar hadden daarin verschillende formele functies. De Europese Beweging was bovendien vanaf het begin een samenwerkingsverband van meerdere reeds bestaande organisaties en kan daardoor niet uitsluitend aan een kleine groep individuele "oprichters" worden toegeschreven.
Een belangrijk onderwerp na het Haagse congres was de vorming van een Europese parlementaire vergadering. De Europese Beweging behoorde tot de organisaties die bij regeringen en politici voor zo'n structuur pleitten. De ideeën uit het Haagse congres vormden daarmee een deel van de politieke en maatschappelijke achtergrond waartegen in 1949 de Raad van Europa werd opgericht.
De oprichting van de Raad van Europa kan niet uitsluitend aan de Europese Beweging worden toegeschreven: zij kwam voort uit onderhandelingen tussen Europese regeringen en uit een bredere politieke ontwikkeling. De beweging oefende daarbij druk uit ten gunste van een parlementaire component van de nieuwe Europese samenwerking.
In de vroege jaren van de organisatie stonden daarnaast onderwerpen als mensenrechten, culturele samenwerking en de institutionele inrichting van Europa op de agenda. De Europese integratiebeweging bestond daarbij uit uiteenlopende groepen die het niet altijd eens waren over de gewenste mate van supranationaliteit.
In de decennia na 1948 behoorde democratische vertegenwoordiging op Europees niveau tot de terugkerende thema's van pro-Europese organisaties. Een belangrijk onderdeel daarvan was de campagne voor rechtstreekse verkiezingen van het Europees Parlement. Historisch onderzoek van Eric O'Connor beschrijft hoe een bredere Europese beweging voor rechtstreekse verkiezingen vanaf de late jaren 1940 argumenteerde dat verkiezingen burgers rechtstreeks bij de Europese samenwerking konden betrekken.
Ook de Europese Beweging zelf voerde campagne voor rechtstreekse verkiezingen van het Europees Parlement. De eerste rechtstreekse verkiezingen voor het Europees Parlement vonden uiteindelijk in 1979 plaats.
De Europese Beweging bleef zich ook na de totstandkoming van de Europese Gemeenschappen en de Europese Unie als belangenorganisatie mengen in debatten over Europese institutionele hervormingen. In januari 2005 lanceerde zij onder de naam YES! een transnationale campagne ten gunste van de ratificatie van het Verdrag tot vaststelling van een Grondwet voor Europa.
Het grondwettelijk verdrag trad uiteindelijk niet in werking nadat het in 2005 bij referenda in Frankrijk en Nederland was verworpen. Een deel van de voorgestelde institutionele wijzigingen werd later in gewijzigde vorm opgenomen in het Verdrag van Lissabon.
De Europese Beweging Internationaal functioneert als koepelnetwerk van nationale raden en internationale organisaties. De aangesloten organisaties vertegenwoordigen uiteenlopende sectoren, waaronder maatschappelijke organisaties, vakbonden, werkgeversorganisaties, niet-gouvernementele organisaties, politieke partijen en andere organisaties met activiteiten op Europees niveau.
De organisatie omschrijft haar missie als het bevorderen van vrede, democratie, Europese samenwerking en Europese integratie. Zij probeert dit onder meer te bereiken door publieke debatten, beleidsvoorstellen, campagnes en overleg tussen aangesloten organisaties en Europese en nationale beleidsmakers.
Deze doelstellingen zijn de eigen programmatische uitgangspunten van de EBI en moeten worden onderscheiden van een beschrijving van het Europese integratieproces als geheel. De leden van het netwerk vertegenwoordigen verschillende politieke, maatschappelijke en economische stromingen en kunnen over afzonderlijke Europese beleidsvraagstukken verschillende standpunten innemen.
De EBI kent nationale raden en internationale aangesloten organisaties. Tot de nationale raden behoort onder meer de Europese Beweging-België. Het aantal aangesloten organisaties en de indeling in lidmaatschapscategorieën zijn in de loop der tijd veranderd; actuele ledentallen worden daarom doorgaans door de organisatie zelf gepubliceerd.
De historische betekenis van de Europese Beweging ligt vooral in haar functie als ontmoetings- en mobilisatieplatform voor verschillende organisaties en politieke stromingen die na de Tweede Wereldoorlog Europese samenwerking wilden bevorderen. Reeds in 1949 werd de organisatie en haar programma uitvoerig behandeld in het wetenschappelijke tijdschrift International Organization.
Latere historiografie over het Haagse congres en de oprichting van de Raad van Europa behandelt de Europese Beweging als een van de actoren binnen het bredere proces van naoorlogse Europese institutionele samenwerking. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen de invloed van maatschappelijke en parlementaire bewegingen enerzijds en de formele besluitvorming door nationale regeringen anderzijds.