| Europese moeflon | ||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Taxonomische indeling | ||||||||||||||
| ||||||||||||||
| Ondersoort | ||||||||||||||
| Ovis aries musimon Schreber, 1782 | ||||||||||||||
| Synoniemen | ||||||||||||||
|
Ovis musimon | ||||||||||||||
| ||||||||||||||
De Europese moeflon (Ovis aries musimon) is een verwilderd schaap.
Beide geslachten hebben hoorns. Hoe ouder het dier, hoe groter de hoorns. Ze krullen om achter de oren en kunnen 85 centimeter lang worden. Ooien op Sardinië hebben geen hoorns, ooien op Corsica en het Europese vasteland hebben korte stompjes. Bovendien hebben de rammen in de wintertijd een opvallend lichtgekleurd zadel, witte sokken en snuit en een donkere nek, schouders en bovenbenen. 's Zomers zijn deze tekeningen minder duidelijk zichtbaar. Bij oudere mannetjes zijn het zadel en de snuit lichter van kleur. Vrouwtjes en jonge mannetjes hebben een roodbruine tot chocoladebruine vacht met een wittige buikzijde. De vacht is vrij kort.
Het wilde schaap (Ovis orientalis) komt uit het Oude Nabije Oosten. Het werd circa 10.000 jaar geleden gedomesticeerd tot het tamme schaap of huisschaap (Ovis aries). In het zevende millennium voor onze jaartelling (tussen 7000 en 6000 v.Chr.) verspreidde dit tamme schaap naar Europa en dook zo'n 3000 jaar later ook op in de Lage Landen. Uit archeologisch onderzoek blijkt dat een deel van de populatie tamme schapen op eilanden in de Middellandse Zee inmiddels alweer was verwilderd tijdens het Midden-Neolithicum (5000 tot 3500 v.Chr.). Van deze verwilderde schapen stamt de moeflon (Ovis gmelini) af.
De iets verminderde hersenomvang ten opzichte van de wilde oerial is een aanwijzing dat de Europese moeflon in het neolithicum van een nog niet zo lang gedomesticeerd schaap is verwilderd. De Cypriotische moeflon (Ovis gmelini ophion) heeft veel kleinere hersens – vergelijkbaar met Soay – en zou mogelijk afstammen van een verder gedomesticeerd schaap. De Europese moeflon komt thans nog van nature voor op de eilanden Sardinië, Corsica en Cyprus (waar de verwante Cypriotische moeflon leeft) en voorts op het vasteland van Turkije.
In de zeventiende eeuw kwam de moeflon slechts voor op Corsica en Sardinië en slechts in zeer kleine aantallen. In de eeuw daarop is een klein aantal als jachtwild uitgezet in diverse delen van Europa. Tussen 1850 en 1950 zijn er vanuit Corsica en Sardinië over vrijwel geheel Europa moeflons uitgeplaatst. Deels ging dit vanuit hun oorspronkelijk leefgebied op de twee Mediterrane eilanden, deels via fokkerijen en dierentuinen elders. De uitplaatsing geschiedde meestal ten behoeve van de jacht; in de meeste Europese landen valt de moeflon dan ook onder jachtwetgeving.
De moeflon komt in de 21e eeuw in grote delen van Europa voor. De Europese populatie werd anno 2025 op enkele tienduizenden moeflons geschat. De moeflon komt voornamelijk voor in hellingbossen en op bergweiden, waaronder de Belgische Ardennen en het Nationaal Park De Hoge Veluwe in Nederland.
Sinds 1921 leven er op de Veluwe in omheinde gebieden van het Nationaal Park De Hoge Veluwe en het Wekeromse Zand ongeveer 300 dieren. Tot een aantal jaar terug kwamen er ook een aantal voor in de Amsterdamse Waterleidingduinen. Ook in de Belgische Ardennen en het Sauerland leven moeflons.
Anno 2023 is hun aantal in Nationaal Park De Hoge Veluwe zeer sterk verminderd door evacuatie in verband met de terugkeer van de wolf.
De laatste natuurlijke populaties op Corsica en Sardinië zijn bedreigd en bestaan uit nog enkele honderden dieren. Alleen in Corsica en Sardinië zelf geniet de moeflon de status van beschermde, in het wild levende diersoort.