| Falklandwolf Status: Uitgestorven (1876) (2015) | ||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Taxonomische indeling | ||||||||||||
| ||||||||||||
| Soort | ||||||||||||
| Dusicyon australis (Kerr, 1792) | ||||||||||||
| ||||||||||||
De falklandwolf (Dusicyon australis), ook wel warrah genoemd, is een uitgestorven zoogdier dat behoort tot de hondachtigen en voor het laatst werd waargenomen in 1876. Het dier kwam alleen voor op de Falklandeilanden. Het dier was al bekend bij de eerste Europese zeevaarders die de destijds nog onbewoonde eilanden bezochten. Deze beschreven het dier als een mengel tussen een vos en wolf met een roestbruine vacht en een staart met een witte punt. Het dier werd in 1792 door Robert Kerr in zijn vertaling en bewerking van Systema naturae van Carl Linnaeus opgenomen.
Genetisch onderzoek naar mitochondriaal DNA in falklandwolf-resten suggereert dat het dier ongeveer 16.000 jaar geleden geïsoleerd raakte van zijn naaste verwanten; mogelijk nadat de falklandwolf op eigen kracht de Falklandeilanden bereikte of met hulp van de mens.

De falklandwolf is kleiner dan een wolf. De kop-romplengte was negentig centimeter en een staartlengte van dertig centimeter, dit is binnen de range van lengten van een groot formaat gewone vos. Het haarkleed was roestbruin van kleur op een wit staartpuntje na. De falklandwolf leek geblaft te hebben als een hond en niet als een wolf gehuild te hebben.
Isotopenanalyse wijst erop dat het dieet van de falklandwolf voornamelijk uit grote zeezoogdieren bestond. Waarschijnlijk voedde de falklandwolf zich daarnaast met kleine dieren die ook op de Falklandeilanden voorkwamen, zoals pinguïns. Volgens de Europese kolonisten jaagde het dier ook op de door de hen meegebrachte schapen.
Rond 1689/90 werd de eerste beschrijving van de falklandwolf genoteerd door Engelsman Richard Simson, een matroos aan boord van de Britse sloep Welfare. Hij schreef: “We zagen vossen die twee keer zo groot waren als in Engeland; we vingen een jong dier levend en hielden het enkele maanden aan boord.” Later in de reis raakte het schip in vuurgevecht met de Fransen, waarbij de jonge falklandwolf van schrik overboord sprong.
De onbewoonde Falklandeilanden werden vanaf 1764 gekoloniseerd door Europeanen. In maart 1833 en opnieuw in maart 1834 bezocht Charles Darwin de eilanden en schreef dat het dier daar het enige oorspronkelijke landzoogdier was. De falklandwolf nam toen al sterk in aantal af in het westen van de Falklandeilanden. Aangezien het dier voor de aankomst van de moderne kolonisten geen ervaring met mensen had, was de falklandwolf niet schuw. Omdat men dacht dat de falklandwolf schapen doodde, is men op het dier gaan jagen. Men probeerde hem bijvoorbeeld te vergiftigen en vallen te zetten. Vermoedelijk is het dier uitgestorven ten gevolge van die bejaging. De laatste falklandwolf werd in 1876 bij Shallow Bay in het noorden van West-Falkland gedood.
De nauwste nog niet uitgestorven verwant is de Zuid-Amerikaanse manenwolf en hun meest recente gemeenschappelijke voorouder leefde zes tot zeven miljoen jaar geleden. De falklandwolf is echter het meest verwant aan de eveneens uitgestorven Dusicyon avus die leefde op het vasteland in Patagonië en met wie hij ongeveer zestienduizend jaar geleden de meest recente gemeenschappelijke voorouder deelt.
Deze datering komt ook overeen met een geologische ontdekking dat in dezelfde periode zich een reeks van vier onderzeese terrassen had gevormd op het Argentijnse continentaal plat als gevolg van de lage zeespiegel. Dit suggereert dat de vroegste voorouders Dusicyon naar de eilanden kwamen via een smalle, ondiepe zeestraat - het meest waarschijnlijk, terwijl deze was bevroren.
Deze hypothese kent echter problemen, omdat er weinig geologisch bewijs bestaat voor een vroegere land- of ijsbrug en andere zoogdieren op de eilanden ontbreken. Recent onderzoek naar houtskoolresten in veenlagen en botophopingen op de eilanden wijst er bovendien op dat mensen de eilanden mogelijk al vóór de Europese ontdekking bezochten. Radiokoolstofdatering van falklandwolf-resten toont ook aan dat de dieren aanwezig waren in dezelfde periode waarin het houtskool werd afgezet. Isotopenonderzoek toont aan dat het dieet van de falklandwolf voornamelijk uit grote zeezoogdieren bestond. De onderzoekers achten het onwaarschijnlijk dat de falklandwolf van nature op zulke dieren jaagde en suggereren dat het aannemelijker is dat het dier door mensen werden gevoerd. Onderzoekers achten het daarom mogelijk dat vroege zeevarende volkeren afkomstig van (nabij) het vasteland, zoals de Yahgan uit Vuurland, de falklandwolf naar de eilanden hebben gebracht of ermee samenleefden, al blijft dit onderwerp van wetenschappelijke discussie.