Farnesebrug

Farnesebrug
Farnesebrug
Algemene gegevens
Locatie Antwerpen
Coördinaten 51° 16′ NB, 4° 17′ OL
Overspant Kallosluis
Lengte totaal 48 m
Aantal sporen 1
Bouw
Opening 1979
Gebruik
Huidig gebruik auto- en treinverkeer
Weg Steenlandlaan
Spoorlijn spoorlijn 211A
Architectuur
Type basculebrug
Materiaal staal
Farnesebrug (België)
Farnesebrug
Portaal  Portaalicoon   Verkeer & Vervoer

De Farnesebrug is een brug in Kallo, een deelgemeente van Oost-Vlaamse gemeente Beveren-Kruibeke-Zwijndrecht. De brug ligt in het Antwerpse havengebied op de linkeroever van de Schelde. De brug ligt over het oostelijk hoofd van de Kallosluis, de toegang naar de Schelde.

De Farnesebrug is een basculebrug met een verzonken tegengewicht. Er loopt ook een enkelsporige spoorlijn over de brug (spoorlijn 211A). Als deze brug openstaat voor het scheepvaartverkeer, kan het spoor- en wegverkeer de sluis nog steeds passeren langs de Melselebrug aan het andere hoofd van de sluis.

Beleg van Antwerpen

Aanslag op Parma's brug. De brug was gebouwd met pleiten die behalve als brugdragers tevens dienstdeden als drijvend fort, elk schip was voorzien van twee kanonnen en dertig soldaten.

De schipbrug werd genoemd naar Alexander Farnese, de hertog van Parma tijdens de Tachtigjarige Oorlog. Deze liet in 1585 tijdens de belegering van Antwerpen de Beneden-Schelde overbruggen met een vlottende brug met de bedoeling de bevoorradingsweg voor het rebelse Antwerpen af te sluiten. Tegelijkertijd beschikte hij zo over een verbindingsweg tussen zijn westelijke troepen gelegen in schans Sint-Marie aan de Vlaamse oever bij Kallo en de oostelijke troepenmacht gelegen in schans Sint-Filips aan de Brabantse oever bij Oordam. De Spaanse soldaten heien daarvoor honderdtallen scherp gepunte boomstammen, drie aan drie, in de bodem van de Schelde om de pontonbrug te verankeren aan de staketsels van beide schansen. Op de aan elkaar geketende pleiten ligt een plankenvloer waarover Parma's troepen zich van het ene landhoofd naar het andere kunnen begeven. De gebruikte boomstammen werden gerooid in het Waasland en aangevoerd via de speciaal doorvoor gegraven Parmavaart. De brug van Farnese werd voltooid op 25 februari 1585 en was 720 meter lang.

In een poging om de blokkade te doorbreken gaf het calvinistische stadsbestuur de Italiaanse militair en burgerlijk ingenieur Frederico Giambelli de opdracht om de Brug van Farnese op te blazen. Giambelli ontwierp hiervoor twee mijnschepen, 'De Fortuin' en 'De Hoop' die voorzien waren van explosieven gekoppeld aan een tijdsklok. Door het gebruik van een vuurijzer met een uurwerk kon men het buskruit op een gewenst uur laten ontploffen. Om Parma's troepen te misleiden lieten ze eerst branders, destijds ook wel hellebranders genoemd, afdrijven naar de brug, daarnaast tweeëndertig platte schuiten die weer voorzien waren van een uurwerk, die van half uur tot half uur zouden branden. Voor de zekerheid zouden enkele met buskruit gevulde schuiten ("duikelaars" genoemd) naar de brug worden afgedreven die zodra ze de brug raakten in de lucht zouden vliegen. De Spanjaarden die vernomen hadden, dat er op 4 april 1585 "iets" zou gaan gebeuren, kwamen in groten getale nieuwsgierig kijken naar het schouwspel. De explosies waren gigantisch. Dertienhonderd mensen, zowel aan Spaanse als aan Staatse zijde, kwamen bij de enorme explosies om het leven. Alhoewel een explosie de nabijgelegen schans had ondersteboven geworpen, had de brug van Farnese daar nauwelijks onder geleden. De Hoop had weliswaar drie brugschepen doen ontploffen maar veroorzaakte enkel een bres in de brug. Parma's werklieden wisten de schade in drie dagen tijd te herstellen.

Na deze mislukte sabotageactie deed het Staatse Leger twee maanden later een nieuwe, eveneens mislukte poging om de blokkade van Antwerpen te doorbreken. Op 28 mei voer het omvangrijke maar nagenoeg onbestuurbare oorlogsschip 'Einde van de Oorlog' (Finis Bellis) tegen de dijk te pletter in plaats van de schipbrug te vernietigen, hoewel andere bronnen melding maken dat het schip vastliep aan de grond.