Automatic Screw Works, meestal afgekort tot ASW, was een Nederlands metaalbewerkingsbedrijf dat oorspronkelijk in Nijmegen was gevestigd. Het heeft bestaan van 1897 tot 1980 en was van 1899 tot 1972 beursgenoteerd
Op een zakenreis in 1896 naar Engeland waar de rijwielindustrie al verder ontwikkeld was dan in Nederland zag Martin Gerritzen, rijwielfabrikant uit Nijmegen, dat er veel vraag was naar kleine verbindingsnippels waarmee de wielspaken aan de velg werden bevestigd. Samen met de Nijmeegse broers Blok, die al zaken deden met een Zwitserse horlogefabrikant en ook wel brood zagen in het product om deze te gaan produceren, namen zij een Engelse voorbeeldnippel mee naar Zwitserland om te bekijken of men apparatuur had om deze nippels te maken. Dat bleek mogelijk en met behulp van Zwitserse apparatuur die naar Nederland werd gehaald, startte men met het produceren van de eerste spaaknippels. Doordat de zaken heel voortvarend gingen en vooral de Engelse markt voor veel klandizie zorgde werd op 1 april 1897 de commanditaire vennootschap Blok & Gerritzen opgericht.
Men vestigde zich aan de Van Diemerbroeckstraat in Nijmegen. Deze straat grensde direct aan het pas geopende spoorwegstation en bovendien was het transportbedrijf Van Gend en Loos ook daar gevestigd hetgeen logistieke voordelen bood. Het bedrijf kreeg vanwege de vervaardiging van de spaaknippels in de volksmond de bijnaam "de Nippelkeet". In het eerste jaar bedroeg de productie al 10 miljoen stuks nippels en stonden er 28 mensen op de loonlijst. Nadat ook andere bedrijven startten met het produceren van deze nippels en de verkoopresultaten daardoor terugliepen, besloot het bedrijf om over te schakelen naar andere producten zoals moeren, bouten en onderdelen voor de elektrotechniek. Ook fabriceerde het bedrijf fittingen voor gas- en waterleiding.
In 1899 werd de structuur van het bedrijf omgezet in de NV The Automatic Screw Works, afgekort ASW.
De kleine werkplaats werd in 1905 verruild voor een nieuw modern pand aan de Jan Berendsstraat in de Zeeheldenbuurt (later werd dit de wijk Bottendaal in Nijmegen). Vervolgens ging men over tot de productie van gas- en waterkranen. Omstreeks 1916 kwam het bedrijf, via een grote aandelentransactie, in de invloedssfeer van het bedrijf R.S. Stokvis terecht. Deze handelsmaatschappij verschafte kapitaal, waardoor betere machines konden worden aangeschaft waarmee complexere producten gefabriceerd konden worden. Het bedrijf beschikte al over een eigen kleine kopergieterij, maar om de uitbreiding van het productieprogramma mogelijk te maken besloot men in 1928 om een grote, zelfstandige metaalgieterij en kopergieterij (waardoor men in eigen beheer eenvoudig gas/waterkranen en gasarmaturen kon vervaardigen) te realiseren in een fabriekspand aan de Groenestraat. (Later zou Smit Transformatoren zich vestigen in dat pand).
Directeur was Ir L. Davidson

In 1930 werd werd koper de belangrijkste grondstof voor het bedrijf en werden appendages, kranen, tandradjes voor gasmeters, fittingen gefabriceerd. Hiertoe werden zowel mannen als vrouwen geschoold, via de eigen bedrijfsschool, tot technisch productiepersoneel.
Het bedrijf beschikte over een eigen gieterij, een machinehal met warmtepersmachines en een galvaniseerinrichting, naast de productiehallen. Men startte in 1932 met de productie van geisers. Daartoe werd het merk Fasto in het leven geroepen en onder die naam werden de geisers verkocht door het bedrijf van grootaandeelhouder, de firma Stokvis. De merknaam Fasto komt van F(rederik)A(ndré) Stokvis. Het hele bedrijf werd in de jaren daarna gereorganiseerd tot fitting- en apparatenfabriek (naast geisers maakte men inmiddels ook comforen en ovens). De bedrijfsnaam werd dan ook, in 1943, consequent veranderd in A.S.W. Apparatenfabriek (Automatic Screw Works). Tijdens de bezetting moest het bedrijf personeel ontslaan want de vraag naar geisers, kranen en fittingen stagneerde. Na de bevrijding lukte het om een deel van het personeel weer terug te krijgen en werd de productie van geisers hervat.


Na de oorlog groeide ASW uit tot een grote toeleverancier voor de Nederlandse industrie. In 1946 werd naast de vestiging aan de Jan Berendsstraat ook een bestaand bedrijfscomplex (dat ooit door Brya Kunstzijde Arnhem gebouwd was maar nooit in gebruik was genomen) aan de Muntweg overgenomen. In 1950 werd besloten om op dit terrein nog een nieuw bedrijfspand te bouwen waar ook een researchlaboratorium werd gevestigd. In 1952 werd de mijlpaal van 100.000 geproduceerde gasgeisers bereikt. In 1958 overleed directeur van Broekhoven. Hij was 18 jaar toen hij in dienst kwam bij het bedrijf (1920) en werd mededirecteur toen hij 35 jaar was. Onder zijn leiding groeide het bedrijf uit tot de belangrijkste geiserbouwer van Nederland. Hij bekleedde diverse bestuursfuncties bij landelijke sectororganisaties en was officier in de Orde van Oranje Nassau


Het bedrijf omvatte in de hoogtijjaren vier bedrijven, waarvan twee in Nijmegen, naast een vestiging in 1964 in Buinen, die in verband stond met de vondst van de gasbel in Slochteren, en in Deurne. In de fabriek aan de Muntweg was een leerschool gevestigd, in de gereedschapmakerij. Leerlingen van de ambachtsschool (later LTS) konden via ASW een dienstverband krijgen waarbij men de speciale vakopleiding Bemetel kon gaan volgen. Dit was een 2-jarige opleiding waarbij overdag in het bedrijf de praktijklessen konden worden gevolgd en men 2 avonden per week op de nabijgelegen ambachtsschool, de Dr. Poelsschool, theorieles kreeg.
Een belangrijk bij-effect van de aardgasvondst was dat alle geisers die het bedrijf ooit gemaakt en geleverd had ongeschikt bleken voor het nieuw gevonden aardgas. De geisers moesten worden omgebouwd en voorzien van nieuwe branders. Men heeft toen alle activiteiten als toeleverancier voor andere bedrijven gestaakt en zich volledig op de productie van deze nieuwe branders gestort, met daarnaast nog wel de productie van geisers.
Eind jaren 1960, het bedrijf telde ca 1200 werknemers, bleek de jas die het bedrijf aanhad veel te groot. Het bedrijf werd ineens kwetsbaar toen duidelijk werd dat de vervangingsmarkt voor de branders van de geiser sneller verzadigd was dan gedacht, de verkoop van nieuwe geisers tegenviel door de opkomst van cv ketels en men had geen alternatief, behoudens de onderdelenvoorziening voor de miljoenen huurgeisers. Besloten werd om een fors aantal activiteiten te stoppen of uit te faseren (zo werd onder andere de zandgieterij opgeheven) waardoor het personeelsbestand verder kon worden ingekrompen.
In 1972 telde het bedrijf nog ca 760 werknemers toen de activiteiten in Nijmegen in 1 vestiging werden geconcentreerd, de productielocatie in Deurne werd eveneens gesloten. De productie van onder andere sanitaire producten (kranen) werd afgestoten, de verspanende afdelingen en het kantoor bleven in Nijmegen en de assemblageafdeling in Buinen werd eveneens gehandhaafd. In 1974 werkten er nog 650 mensen.
Vanaf februari 1975 volgden de ontwikkelingen zich snel op. Het bedrijf vroeg staatssteun en ook een ontslagvergunning voor het ontslaan van 100 werknemers. . Het Duitse bedrijf Vaillant meldde zich als potentiële koper en naam de aandelen over. Het bleek geen gelukkig huwelijk. De afdelingen gastechniek en ontwikkeling werden verkocht aan Nefit. Besloten werd om de onderdelenproductie in Nijmegen uit te besteden en de montage en assemblage in Buinen te concentreren. In Nijmegen produceerde ASW alleen nog voor een steeds kleiner wordende vervangingsmarkt voor geisers en dat zou een doodlopende weg betekenen. De naam van het bedrijf werd veranderd in Fasto BV. In april 1979 werd bekendgemaakt dat de Nederlandse overheid de aandelen van ASW wilde overnemen van moederbedrijf Vaillant . Een half jaar later meldde zich de gemeente Nijmegen die op haar beurt het bedrijf wilde overkopen van het ministerie van Economische zaken. Reden die men aangaf was enerzijds behoud van werkgelegenheid maar ook vanwege het financieel voordeel omdat de grond waarop de fabrieken stonden veel waard zou kunnen zijn als daar woningbouw op zou kunnen plaatsvinden.
Vanaf 1964 had ASW een assemblagefabriek in Buinen (gemeente Borger). In 1980 werd door de overheid besloten om de bedrijfsactiviteiten van ASW in Nijmegen te stoppen en in zijn geheel over te hevelen naar Buinen in een nieuwe onderneming, genaamd Fasto BV, waar Nefit, de Noordelijke Ontwikkelingsmaatschappij en de VEGIN (Vereniging van exploitanten van gasbedrijven) in zouden deelnemen. De gastechnische zaken en ontwikkeling werden ondergebracht bij ketelfabrikant Nefit. De onderdelenvoorziening voor de circa 1,5 miljoen huurgeisers en fabricage van nieuwe gastoestellen kwamen in een nieuwe fabriek in Buinen. De werkgelegenheid in Buinen werd hiermee vergroot naar ruim 200 werknemers.
In 1991 - er werkten toen 180 mensen in Buinen - werd een subsidie op hoogrendementsketels ingesteld en men ging daarop dergelijke ketels ontwikkelen en bouwen. Hiertoe ging men in 1992 samen met Nefit, aangezien in dit bedrijf veel kennis op het gebied van hr-ketels aanwezig was. Beide bedrijven werden geïntegreerd; de ontwikkel- en laboratoriumafdeling ging naar Nefit in Deventer.
Het bedrijfsterrein besloeg het gebied tussen de Dr. Jan Berendsstraat, de Jan van Galenstraat, de St. Stephanusstraat en de Schoolstraat. Na sluiting van de fabriek bleek dat de bodem vervuild was met diverse stoffen waaronder koper en TRI. De hoogste concentraties in de bodem zijn toen weggegraven en vervolgens is begin jaren 1980 een woonwijk op de op de oude fabriekslocatie aan de Dr. Jan Brendstraat gerealiseerd. In 2014 werd naar aanleiding van meldingen onderzoek gedaan bij 28 woningen naar de kwaliteit van het grondwater, de bodemlucht en de binnenluchtkwaliteit. Uit het onderzoek kwam naar voren dat sprake was verontreiniging met VOCl en zware metalen. Het bleek ook dat er verhoogde concentraties aan PER (ontvettingsmiddel) in de binnenlucht van enkele woonhuizen voorkwam, en na diverse meetronden werden bij een van de woningen in de woonruimte concentraties gemeten boven de TCL-waarde (Toelaatbare Concentratie in Lucht). De gemeente Nijmegen is toen gestart met een actieve ventilatie, waardoor de binnenluchtconcentraties op een veilig niveau werden gebracht. Er werd een plan van aanpak gemaakt waarbij o.a. voortzetting, controle en borging van de reeds gestarte ventilatie van de binnenlucht noodzakelijk werd geacht. De bodem werd op een aantal plaatsen onderzocht (o.a. 7 speeltuintjes) .
In 2019 ontstond onrust in de wijk nadat de gemeente kenbaar had gemaakt dat bewoners binnen een zg rode zone hun eventueel afgegraven grond (bij verbouwingen of plaatsen van schuttingen, etc.) niet zonder meer mochten afvoeren naar het gemeentelijk afvaldepot. Vervolgens werd in 2020 alsnog een aanvraag voor actualisering van een reeds gemaakt plan van aanpak met betrekking tot bodemsanering. In 2012 volgde een definitief besluit inzake een deelsanering.