| Feitse Boerwinkel | ||
|---|---|---|
| Algemene informatie | ||
| Geboortedatum | 12 mei 1906 | |
| Geboorteplaats | Amersfoort | |
| Overlijdensdatum | 6 mei 1987 | |
| Werk | ||
| Beroep | filosoof, schrijver, onderwijzer | |
Feitse Boerwinkel (Amersfoort, 12 mei 1906 – Driebergen, 6 mei 1987) was een Nederlandse cultuurfilosoof, rector, directeur sociale academie en publicist.
Hij werd vooral bekend door zijn invloedrijke boek Inclusief denken (1966) en zijn rol in de ontwikkeling van het naoorlogse protestants-christelijke vormingswerk. Boerwinkel gold als een inspirerende denker die religie, cultuur en maatschappelijke verantwoordelijkheid met elkaar verbond.
Boerwinkel was de oudste zoon van onderwijzer Feitse Boerwinkel en Catharina Johanna van Ommen. Hij groeide op in een gereformeerd middenstandsgezin waarin muziek en literatuur een belangrijke plaats innamen. Dankzij een erfenis van zijn moeder had het gezin financiële ruimte. Na de christelijke lagere school en het Stedelijk Gymnasium in Amersfoort studeerde hij Nederlandse letteren en geschiedenis aan de Rijksuniversiteit Utrecht. Tijdens de kerkscheuring van 1926 koos hij zelfstandig voor het Gereformeerd Hersteld Verband.
In Utrecht werd Boerwinkel actief binnen de NCSV en ontwikkelde hij brede sociale, culturele en religieuze interesses. Hij werd beïnvloed door denkers als Karl Barth en Rudolf Otto. Onder indruk van literatuur over de Eerste Wereldoorlog werd hij pacifist. In 1927 weigerde hij militaire dienst en vervulde vervangende dienst bij het Centraal Bureau voor de Statistiek, waar hij Jan Tinbergen ontmoette. Hij werd lid van de SDAP en medeoprichter van het comité Socialisme en Kerk.
Na enkele tijdelijke functies werd Boerwinkel in 1934 docent aan het Stichtse Montessori Lyceum in Amersfoort, waar hij twee jaar later rector werd. Boerwinkel trouwde in 1938 met Hens van Es (1911–2005), lerares M.O. Duits en afkomstig uit een gezin van de Apostolische Gemeenschap. Zij kregen vijf kinderen. Het echtpaar stond bekend om zijn gedeelde interesse in cultuur, religie, literatuur, muziek en onderwijs.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog bood het gezin onderdak aan joodse onderduikers, en Boerwinkel zette zich als rector in voor jongeren die waren opgeroepen voor de Arbeitseinsatz. Onder invloed van Miskottes Edda en Thora verdiepte hij zich in het werk van Marcellus Emants, wat leidde tot zijn dissertatie De levensbeschouwing van Marcellus Emants. Daarin onderzocht hij de oorsprong van Emants’ pessimistische levensbeschouwing en diens neiging de Schepper verantwoordelijk te stellen voor zijn levensfalen.
In 1945 werd Boerwinkel door Hendrik Kraemer benoemd in de directie van de stichting Kerk en Wereld in Driebergen. Hij werd rector van het internaat en docent cultuurgeschiedenis, moderne literatuur en geestelijke stromingen. Na de verzelfstandiging van de opleiding in 1953 werd hij directeur van de sociale academie De Horst, een functie die hij tot 1971 vervulde. Hij stimuleerde oecumenische openheid en nodigde vertegenwoordigers van uiteenlopende religieuze bewegingen uit voor lezingen en ontmoetingen.
Boerwinkels belangrijkste publicatie was Inclusief denken: Een andere tijd vraagt een ander denken (1966). Hierin werkte hij de gedachte uit dat werkelijk heil of welzijn nooit ten koste van anderen kan worden bereikt, maar alleen in samenhang met het welzijn van de ander. Het boek werd een bestseller binnen protestants-christelijke vormings- en onderwijsorganisaties en beleefde vele herdrukken. Boerwinkel pleitte voor solidariteit, dialoog en een ethiek die zowel individueel als maatschappelijk toegepast moest worden.
In de jaren zeventig publiceerde Boerwinkel verder over oecumene, bevrijding en christelijke levensfilosofie, onder meer in Einde of nieuw begin? (1974) en Meer dan het gewone (1977). Na 1977 concentreerde hij zich op het Leerhuis in Driebergen. Hij overleed een week voor zijn 81ste verjaardag. Zijn invloed op modern-protestantse cultuurfilosofie en vormingswerk bleef langdurig merkbaar.
Bronnen