Fikh (Arabisch: فقه, fiqh) of plichtenleer wordt binnen de islam gezien als de jurisprudentie van de sharia. Letterlijk betekent dit het goede inzicht in iets hebben, het weten en het begrijpen van wat iets betekent. Fikh gaat zowel over islamitische rituelen als over het islamitisch recht. Binnen de verschillende rechtsscholen, madhhabs, kunnen verschillende ideeën over hetzelfde punt bestaan. Een islamitisch rechtsgeleerde of jurist is een fakih (mv. fukaha).
De vier soennitische rechtsscholen (madhahib, enk. madhhab) maken gebruik van vier rechtsbronnen (اصول الفقه, oesoel al-fikh).
Daarnaast gebruiken sommige rechtsscholen nog een aantal aanvullende principes op de bovengenoemde vier bronnen. Het maakt het islamitisch recht daardoor doorgaans vrij flexibel.
Enkele daarvan zijn:
In klassieke traktaten wordt de fikh gesplitst in vijf categorieën:
Omdat de sharia en de fikh niet, zoals de Koran, tijdens Mohammeds leven geopenbaard zijn, kunnen deze in principe niet dwingend en onveranderbaar zijn. Het is geen goddelijke wet, maar gevormd op basis van latere inzichten.
De deuren van de interpretatie werden aan het einde van de 10e eeuw reeds gesloten door de rechtsgeleerden. Alle belangrijke juridische zaken zouden geregeld zijn en in de toekomst zouden rechters op basis van eerdere beslissingen recht moeten spreken. Eigen inzicht mocht niet meer worden gebruikt. Ibn Taymiyya en verschillende hanbalitische geleerden weigerden daarentegen de deuren te sluiten.
De traditionele visie van de rechtsgeleerdheid gaat uit van een dar al Islam en een dar al Harb. Fikhgeleerden gingen ervan uit dat de sharia geen rechtskracht had in een gebied dat niet onder moslimbestuur stond en waar een minderheid moslim was, iets wat slechts sporadisch voorkwam. Tegenwoordig komt dit steeds vaker voor. De fikh kent alleen een uitzonderingspositie voor moslims die tijdelijk in niet-moslimlanden verblijven.
Doordat het in de jaren '90 steeds duidelijker werd dat het verblijf van grote aantallen moslims in niet-islamitische (met name westerse) landen blijvend zou worden, zijn steeds meer geleerden van mening dat voor deze situatie een nieuw soort fikh, fikh al-aqalliyat, zou moeten worden ontwikkeld. In moslimlanden vindt deze ontwikkeling niet altijd een goed gehoor.