| Filips Willem | ||
|---|---|---|
| 1554–1618 | ||
Portret van Filips Willem (1554-1618), prins van Oranje, Michiel Jansz. van Mierevelt, ca. 1608 | ||
| Prins van Oranje | ||
| Periode | 1584–1618 | |
| Voorganger | Willem I | |
| Opvolger | Maurits | |
| Familie | ||
| Geboren | 19 december 1554 (juliaans) | |
| Overleden | 20 februari 1618 | |
| Vader | Willem van Oranje | |
| Moeder | Anna van Egmond | |
| Dynastie | Huis van Oranje-Nassau | |
wapen van Filips Willem van Oranje | ||
Filips Willem (Buren, 19 december 1554 – Brussel, 20 februari 1618), prins van Oranje, graaf van Nassau, graaf van Buren, was de oudste zoon van Willem van Oranje en zijn eerste echtgenote Anna van Egmond.
Filips Willem werd op 19 december 1554 op het kasteel van Buren geboren. Zijn vader Willem van Oranje was een invloedrijke edelman aan het hof van keizer Karel V. Filips Willem werd katholiek gedoopt en werd genoemd naar zijn peetvader, de latere koning Filips II van Spanje en landsheer van de Nederlanden. Zijn tweede doopnaam Willem komt van Willem I van Nassau-Dillenburg, zijn grootvader van vaders kant. Bij zijn geboorte kreeg hij de titel graaf van Buren. Zijn moeder Anna van Egmond, ook bekend als Anna van Buren, overleed drie jaar na zijn geboorte.
In 1566 brak in de Nederlanden de Opstand uit. Willem van Oranje trad bijna niet op tegen de opstandelingen en raakte hiermee uit de gratie bij Filips II. Hij werd veroordeeld voor hoogverraad en vluchtte naar zijn stamslot Dillenburg in Duitsland. Zijn bezittingen in de Nederlanden werden verbeurd verklaard.
Filips Willem, die toen student was aan de Universiteit van Leuven, was door zijn vader achtergelaten en werd gevangengenomen in zijn studieverblijf, het refugiehuis van de Abdij van Sint-Truiden. Vanuit Leuven werd hij in februari 1568 naar Spanje gevoerd. Dit gebeurde op aanraden van Granvelle, die zich zo kon revancheren op zijn rivaal. Toen de soldaten bij de universiteit kwamen om de student gevangen te nemen, stonden bij de ingang het hoofd van de universiteit, het bestuur en de hoogleraren om de ontvoering te voorkomen. Het zou de rechten van de universiteit schenden. Alleen de rector mocht volgens de privileges een student aanhouden. Het mocht niet baten en Filips Willem werd meegenomen. Hij kreeg twee dagen de tijd om zijn bagage en entourage voor te bereiden op de reis, die hem eerst naar Antwerpen en van daar naar Spanje bracht. Filips Willem diende als gijzelaar in Spaanse handen te blijven en zou zijn vader nooit meer terug zien.
Gedurende zijn lange verblijf in Spanje kreeg hij een katholieke opvoeding. Tijdens zijn gedwongen verblijf in Spanje nam zijn zus Maria zijn taken in de Noordelijke Nederlanden waar.

Na de dood van Willem van Oranje in 1584 kreeg Filips Willem ruzie met zijn twee halfbroers Maurits en Frederik Hendrik over de erfenis. Filips Willem stelde dat hij als oudste zoon het vorstendom Oranje en het graafschap Buren geërfd had. In 1595 reisde hij met aartshertog Albrecht, die was aangesteld als landvoogd, naar Brussel om zijn claim erkend te krijgen. De Staten-Generaal van de Noordelijke Nederlanden weigerden hem echter een inreisvergunning, zodat hij geen toegang had tot de bezittingen. Hij bleef afhankelijk van zijn relatie met de aartshertog, die hem een protocollaire plaats in de Raad van State gaf, waarna hij ook in de Orde van het Gulden Vlies opgenomen werd. Toen hij in 1598 met Albrecht naar Spanje terugkeerde voor diens huwelijk, werd hij gehuldigd als Prins van Oranje.
Volgens het Brabantse devolutierecht had hij als oudste zoon uit het eerste huwelijk van Willem van Oranje de grootste aanspraken op de verdeling van de erfenis van zijn vader, wat ertoe leidde dat hij als enige het erfrecht had op Diest, Zichem, Steenbergen en Grimbergen. Tevens had hij het alleenrecht op de goederen van zijn moeder. Om al zijn geërfde bezittingen daadwerkelijk te vergaren probeerde hij goede betrekkingen te onderhouden met zowel de aartshertogen, de Franse koning Hendrik IV als met zijn familieleden rondom Maurits. In 1600 kreeg hij na langdurig overleg met de aartshertogen enkele van zijn geërfde Brabantse gebieden in handen, onder meer waren dat Diest, Zichem, Steenbergen en Grimbergen. In 1602 deed de prins zijn blijde Intrede in Diest. Tijdens deze plechtigheid beloofde hij om de privileges van de stad te respecteren en de belangen van de inwoners te beschermen. Anderzijds zwoeren het stadsbestuur en de geestelijkheid een eed van trouw aan de nieuwe heer.
Filips Willem had steun nodig om zijn gezag in het Prinsdom Orange effectief te vestigen en richtte zich hiervoor tot de Franse koning, al was hun relatie moeizaam. Hendrik IV zag een waardevolle bondgenoot in de Nederlandse prins en wilde hem steunen, op voorwaarde dat Filips Willem zou trouwen met zijn nicht Eleonora van Bourbon-Condé (1587-1619), een dochter van Hendrik I van Bourbon-Condé. Op 23 november 1606 sloot hij in Fontainebleau het verstandshuwelijk met Eleonora. Het leeftijdsverschil was meer dan dertig jaar: hij was 51 jaar oud, zij slechts 19. Het huwelijk bleef kinderloos.
De aartshertog reageerde negatief op dit huwelijk waarvoor hem als beschermheer geen toestemming gevraagd was, wat voor Filips Willems familie aanleiding was om weer toenadering te zoeken. Na een loyaliteitsverklaring aan de Staten-Generaal in 1607 liet Filips Willem zich in 1608 inhuldigen als graaf van Buren, waarna Maurits zijn halfbroer voor de eerste keer opzocht. De tweede keer was bij de inhuldiging van Filips Willem als heer van Breda in 1608, waar ook hun jongere halfbroer Frederik Hendrik aanwezig was. Dit was de eerste keer dat de drie halfbroers samenkwamen.
Door zijn loyaliteitsverklaring aan de Staten-Generaal in 1607 kreeg Filips Willem uiteindelijk toegang tot zijn bezittingen in de Noordelijke Nederlanden. In 1609 werd tussen de halfbroers een tractaet van partage (verdeling) gesloten. De bezittingen van de familie werden verdeeld tussen Filips Willem, Maurits en Frederik Hendrik. De familietwisten over de erfenis van Willem van Oranje kwamen hiermee tot een einde.


Filips Willem overleed op 20 februari 1618 op 63-jarige leeftijd in Brussel na een verkeerde klysmabehandeling. Hij ligt begraven in de Sint-Sulpitiuskerk te Diest. In zijn testament had Filips Willem laten optekenen dat hij begraven zou willen worden in Orange, Lons-le-Saunier, Breda of Diest, en wel in de stad die het dichtst bij zijn plaats van overlijden lag. In dat testament maakte hij zijn bezittingen niet over aan zijn vrouw, maar aan zijn halfbroer Maurits. Ook vermaakte hij een grote som geld aan de parochie van de Sint-Sulpitiuskerk, opdat daar voor hem jaarlijks een plechtig requiem zou worden opgedragen. Toen dit testament 'herontdekt' werd, is de mis voor de hooggeboren overledene in ere hersteld. De stad Diest eert Filips Willem als teken van de verbondenheid van de stad met het Huis van Oranje-Nassau. In 2018 hield de stad een feestjaar ter ere van Filips Willem. Zijn leven en zijn band met de Oranjestad werden herdacht met een historische tentoonstelling, een feestweekend en allerhande activiteiten.
Jan V van Nassau-Dillenburg (1455-1516) | Elisabeth van Hessen-Marburg (1466–1523) | Botho III van Stolberg-Wernigerode (1467-1538) | Anna van Eppstein-Königstein (1481-1538) | Floris van Egmont, graaf van Buren (1470-1539) | Margaretha van Glymes (1481–1551) | Hugo de Lannoy (ca. 1486-1527) | Maria van Bouchout (ca. 1490-1563) | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Willem I van Nassau-Dillenburg (1487–1559) | Juliana van Stolberg-Wernigerode (1506-1580) | Maximiliaan van Egmont (1509-1548) | Françoise de Lannoy (1513-1562) | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Willem van Oranje (1533–1584) | Anna van Egmond (1533-1558) | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Maria van Nassau (1553–1554) | Filips Willem van Oranje (1554–1618) | Maria van Nassau (1556–1616) | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||