| Flavio, re de' Longobardi | ||||
|---|---|---|---|---|
| Oorspronkelijke taal | Italiaans | |||
| Componist | Georg Friedrich Händel | |||
| Libretto | Nicola Francesco Haym | |||
| Eerste opvoering | 14 mei 1723 | |||
| Plaats van eerste opvoering | Londen | |||
| Catalogus | HWV 16 | |||
| ||||
Flavio (voluit: Flavio, re de' Longobardi) is een Italiaanstalige opera van de Duitse componist Georg Friedrich Händel. De première vond plaats op 14 mei 1723 in Londen.
Voor Händel was Flavio de vierde lange opera die hij voor de Royal Academy of Music componeerde. Het was tevens een van Händels kortste opera's en dit gegeven werd vermeld in de advertenties voor de première: "By reason of the shortness of the Opera, to begin exactly at Eight a-Clock".
Het libretto van Flavio was geschreven door Nicola Francesco Haym. De muziek werd door Händel afgerond op 7 mei 1723. De première vond plaats op 14 mei 1723 in het King's Theatre te Londen. Met in totaal acht voorstellingen sloot Flavio het operaseizoen 1722-1723 af, met een laatste voorstelling op 15 juni. Het succes van Flavio was uiteindelijk beperkt.
Het was aanvankelijk de bedoeling dat Händel met zijn gezelschap in juli naar Parijs zou gaan voor een reeks van twaalf voorstellingen. Dit ging echter niet door.
Op 18 april 1732 verzorgde Händel de eerste heropvoering van Flavio, gevolgd door drie voorstellingen.
Het verhaal gaat dat de opvliegende tenor Alexander Gordon zich tijdens de repetities beklaagde over Händels begeleiding op het klavecimbel. Gordon zou uit boosheid hebben gedreigd op het klavecimbel te springen. Hierop had Händel geantwoord dat het hem een goed idee leek, want het publiek zou vast en zeker liever komen kijken naar een springende dan een zingende Gordon.
Bij de première op 14 mei 1723 was de rolverdeling als volgt:
| Rol | Toelichting | Stemtype | Zanger(es) |
|---|---|---|---|
| Flavio | koning van de Longobarden | alt (castraat) | Gaetano Berenstadt |
| Emilia | dochter van Lotario | sopraan | Francesca Cuzzoni |
| Guido | zoon van Ugone | alt (castraat) | Senesino |
| Teodate | dochter van Ugone | contra-alt | Anastasia Robinson |
| Lotario | raadgever van Flavio | bas | Giuseppe Boschi |
| Ugone | raadgever van Flavio | tenor | Alexander Gordon |
| Vitige | minnaar van Teodate | sopraan | Margherita Durastanti |
Het verhaal speelt zich af in Lombardije. De Longobardische koning Flavio is niet alleen koning van Lombardije, maar ook van Brittannië. Lotario en Ugone, raadgevers van Flavio, zijn druk bezig met de voorbereidingen van het huwelijk van hun kinderen Emilia en Guido. De twee raadgevers bezoeken het hof om de koning uit te nodigen voor het huwelijk. Tevens stelt Ugone zijn dochter Teodate voor aan de koning, die zo van haar gecharmeerd is dat hij haar als hofdame voor zijn echtgenote Ernelinda wil aannemen.
Als Flavio de ontslagbrief krijgt van de Britse gouverneur Narsette, wil hij in eerste instantie de nog energieke Lotario benoemen tot de nieuwe gouverneur. Dan bedenkt hij zich dat de oude Ugone een betere kandidaat is: als vader van Teodate kan Ugone immers lastig worden voor Flavio, dus hij kan hem nu mooi wegpromoveren. Lotario is natuurlijk kwaad dat hij is gepasseerd voor de functie en loopt boos weg.
Flavio intussen vraagt aan zijn adjudant Vitige - de geheime minnaar van Teodate - wat hij eigenlijk van Teodate vindt. Noodgedwongen liegt Vitige dat hij niets in haar ziet. Vervolgens meldt Flavio dat hij zelf verliefd is op haar, tot grote schrik van Vitige.
Inmiddels hebben Ugone en Lotario ruzie gehad, waarbij Ugone een klap heeft opgelopen. Ugone eist daarom van zijn zoon Guido dat hij de geschonden eer van zijn oude vader wreekt met een duel. Hiermee komt Guido in een lastige positie: hij moet de eer van zijn vader hoog houden, maar is ook verloofd met Emilia. Overigens weet zij niet wat er speelt en ze zegt Guido haar eeuwige liefde toe, wat er ook moge gebeuren.
Flavio wil aan Teodate zijn liefde verklaren, maar ze worden gestoord door haar vader Ugone, die nog steeds boos is en roept dat zijn eer is gekrenkt. Omdat Teodate denkt dat haar vader hiermee verwijst naar haar geheime affaire met Vitige, biecht ze alles aan hem op. Hij wist echter niets van deze affaire. Het maakt de situatie er niet beter op: ook zijn dochter blijkt dus oneervol.
Lotario blaast de bruiloft af en Emilia moet van hem het contact met Guido verbreken, op straffe dat ze niet langer zijn dochter is.
Vitige krijgt van Flavio de opdracht om Teodate naar hem te brengen. Teodate en Vitige besluiten om het spel voorlopig mee te spelen en zij zal doen alsof ze in gaat op de avances van Flavio.
Tussen Guido en Lotario komt het tot een zwaardgevecht, waarbij Lotario dodelijk verwond raakt. De stervende Lotario wordt door zijn dochter Emilia gevonden. Ze hoort van hem dat Guido de dader is en ze zweert wraak te nemen.
Zowel Ugone als Emilia willen gerechtigheid, maar koning Flavio kan geen beslissing nemen over het lot van Guido. Hij vraagt om bedenktijd.
Intussen arriveren Vitige en Teodate. Vitige heeft een opdracht gekregen van Flavio: hij moet Teodate zien te overtuigen om op Flavio's avances in te gaan. Dat doet hij zo halfslachtig, dat de koning besluit om het dan maar zelf te doen. Hij vraagt haar om zijn koningin te worden en zij reageert vervolgens zo geloofwaardig dat Vitige wanhopig wordt.
De rouwende Emilia maakt Guido inmiddels duidelijk dat ze weet wat hij heeft gedaan. Hij smeekt haar om hem met zijn zwaard te doorsteken, maar ze doet het niet.
Teodate en Vitige beschuldigen elkaar dat de ander veel te ver is gegaan in het bespelen van de koning. Ze ontdekken echter te laat dat Flavio hun geruzie heeft kunnen horen. Hen rest niets anders dan Flavio op te biechten van hun liefdesrelatie. Dit is voor Flavio een zware klap.
Guido verzoekt vervolgens de koning om hem terecht te stellen. Emilia haat hem immers vanwege zijn daden. Ugone vertelt nu dat hij het was die Guido aanspoorde tot het duel. Flavio besluit dan om de liefde van Emilia te testen: hij maakt haar wijs dat Guido, conform haar eisen, is terechtgesteld en dat ze nu zijn afgehakte hoofd mag bekijken. Emilia stort volledig in: haar leven is niets meer waard zonder haar geliefde Guido en ze wil nu ook sterven. Dan duikt Guido op en het stel wordt met elkaar herenigd.
Flavio legt vervolgens nog een paar ironische 'straffen' op. Vitige moet verplicht met Teodate trouwen, de vrouw in wie hij geen interesse zou hebben, zoals hij eerder tegen de koning had gelogen. Ugone krijgt een zogenaamde verbanning naar Brittannië, waar hij de aantrekkelijke functie van gouverneur krijgt. Uiteindelijk is alles dus goed gekomen.
Händel en Haym hebben bewust afgeweken van de traditionele opera seria en van Flavio een tragikomedie gemaakt. Het Londense publiek wist dan ook niet goed raad met deze opera, die immers anders was dan men gewend was.
Voor het libretto baseerde Nicola Francesco Haym zich op het libretto Il Flavio Cuniberto van Matteo Noris dat in 1696 door Luigi Mancia op muziek was gezet. Op zijn beurt was dit libretto weer gebaseerd op een oudere tekst van Noris uit 1682 die door Gian Domenico Partenio van muziek was voorzien.
In het libretto heeft Noris gebruik gemaakt van historische personages. Zo heeft er een Lombardische heerser Flavio Cuniberto bestaan die door de 8e-eeuwse schrijver Paulus Diaconus is beschreven. Deze Flavio had diverse liefdesaffaires en hij zou geprobeerd hebben zich te vergrijpen aan de Romeinse patriciërsdochter Theodata. De verhaallijn van Ugone en Lotario is overigens ontleend uit Le Cid, een toneelstuk van Pierre Corneille uit 1637.
Voor Haym was het belangrijk om de Venetiaanse stijl van Noris zo aan te passen dat deze paste in de vorm van de opera seria. Het verhaal is door Haym gecomprimeerd, waarbij diverse rollen zijn geschrapt. Tegelijk accentueerde hij de komische onderdelen.
In Flavio combineerden Händel en Haym een donkere tragedie met een satirische komedie. Dit was uniek voor zowel de stijl van de opera seria als voor Händels periode bij de Royal Academy. Ook het sterven van een van de hoofdpersonages was hoogst ongebruikelijk.
In plaats van de gebruikelijke verhalen over tragische helden - historisch of mythologisch - is Flavio eerder een anti-heroïsche tragikomedie. De personages zijn geen helden en er is in feite ook geen helder onderscheid tussen goede en slechte karakters. Elk personage wekt medelijden op, maar door hun egocentrische gedrag en hun onhandige manier van opereren zijn ze tegelijk komisch.
In zijn vorige opera Floridante had Händel gekozen voor de lichtere componeerstijl van zijn succesvolle concurrent Bononcini. Wel behield Händel toen zijn rijkere en harmonische stijl waar dat voor het verhaal nodig was. Deze manier van componeren zette hij door in Flavio.
De eerste akte kent geen diepgaande emoties, maar in de tweede en derde akte neemt de emotie juist toe met aria's als Parto, sì (door Emilia) en Amor, nel mio penar (door Guido). Ook opmerkelijk is dat de vier stembereiken elk een volwaardige plek kregen in de opera.
Händel had voor de rol van Ugone in eerste instantie een basstem bedacht en voor Lotario een tenor. Uiteindelijk koos hij er toch voor om dit om te draaien. Bij de heropvoering van 1732 echter voerde Händel alsnog zijn oorspronkelijke plan uit, met Antonio Montagnana als Ugone en Giovanni Pinacci als Lotario.
Aanvankelijk wilde Händel de opera de naam Emilia geven. Zijn grote concurrent Bononcini had echter in maart 1723 de opera Erminia opgevoerd: om een eventuele naamsverwarring te voorkomen besloot Händel om zijn opera Flavio te noemen.