| Floridante | ||||
|---|---|---|---|---|
| Oorspronkelijke taal | Italiaans | |||
| Componist | Georg Friedrich Händel | |||
| Libretto | Paolo Antonio Rolli | |||
| Eerste opvoering | 9 december 1721 | |||
| Plaats van eerste opvoering | Londen | |||
| Catalogus | HWV 14 | |||
| ||||
Floridante is een opera in drie aktes van de Duitse componist Georg Friedrich Händel. De opera markeerde het begin van het derde operaseizoen van de Royal Academy of Music in Londen.
Het libretto van Floridante is geschreven door Paolo Antonio Rolli. Hij had zich hierbij gebaseerd op La costanze in trionfo (1696) van Francesco Silvani.
Händel had op 28 november 1721 de muziek gereed. De première van Floridante vond plaats op 9 december 1721 in het King's Theatre te Londen en was de openingsact van het nieuwe operaseizoen 1721-1722. Er werden in totaal vijftien voorstellingen gegeven.
Händel verzorgde vanaf 4 december 1722 een reeks van zeven heropvoeringen, waarbij hij de opera op een aantal punten had aangepast. In 1727 volgde opnieuw een heropvoering met slechts twee voorstellingen, waarbij de ziekte van zangeres Cuzzoni voor problemen zorgde. Tot slot produceerde Händel in 1733 nog eens een reeks van zeven voorstellingen.
In Hamburg werd Floridante in 1723 opgevoerd.
De eerste reeks voorstellingen in 1721-1722 kende de volgende rolverdeling:
| Rol | Toelichting | Stemtype | Zanger(es) |
|---|---|---|---|
| Floridante | held van het verhaal | alt (castraat) | Senesino |
| Timante | prins van Tyrus | sopraan (castraat) | Benedetto Baldassari |
| Elmira | dochter van Nino, adoptiefdochter van Oronte | contra-alt | Anastasia Robinson |
| Rossane | dochter van Oronte | sopraan | Maddalena Salvi |
| Oronte | koning van Perzië | bas | Giuseppe Boschi |
| Coralbo | satraap | bas | John Lagarde (?) |
Oronte heeft jaren geleden de Perzische koning Nino vermoord en zo de troon in handen gekregen. Hij adopteerde daarbij Nino's dochtertje Elisa en gaf haar de naam Elmira. Het meisje weet hier echter niets van en denkt dat Oronte haar vader is en dat Orontes dochter Rossane haar zus is.
Floridante heeft een zeeslag tegen Tyrus gewonnen. Hierbij heeft hij prins Timante gevangen genomen, maar de prins heeft zich vermomd als Glicone: hierdoor weet Floridante niet wie zijn gevangene daadwerkelijk is. Aan Timante was ooit de hand van Rossane beloofd, terwijl Oronte had beloofd dat Floridante mocht trouwen met Elmira als hij de zeeslag zou winnen.
Onverwacht moet Floridante zijn commando overdragen aan de satraap Coralbo en hij moet zelfs het land verlaten. Van Oronte krijgt hij geen tekst en uitleg over deze beslissing.
Timante maakt duidelijk aan Rossane wie hij echt is. Samen met Floridante - verkleed als een Moorse slaaf - en Elmira besluiten de vier om te ontsnappen. Koning Oronte vertelt intussen aan Elmira dat hij met haar wil trouwen en dat zij in werkelijkheid de dochter is van Nino. Ze reageert woedend op de onthullingen en wijst hem af.
De nog steeds vermomde Floridante wordt gevangen genomen en het ontsnappingsplan mislukt. Oronte geeft Elmira de keuze om te sterven of zijn koningin te worden.
Ondanks dat nu duidelijk is dat ze geen echte zussen van elkaar zijn, blijven Elmira en Rossane trouw aan elkaar. De satraap Coralbo verneemt eveneens dat Elmira de dochter is van koning Nino en kiest haar zijde.
Oronte eist intussen van Floridante dat hij Elmira overtuigt om met hem te trouwen; als ze niet overstag gaat, dan zullen Elmira en Floridante beiden sterven. Het lukt Floridante niet om Elmira om te praten, waarna zij door Orante wordt gedwongen een gifbeker naar Floridante te brengen. Ze probeert het gif echter zelf te drinken, maar Oronte weet dat te voorkomen. Dan duiken Coralbo en Timante op: ze arresteren Oronte en roepen Elmira uit tot koningin van Perzië, waarbij ze haar geboortenaam Elisa weer terugkrijgt. Floridante wordt haar echtgenoot, Timante en Rossane trouwen en zullen samen heersen over Tyrus, terwijl Oronte een koninklijk pardon krijgt.
Het libretto van Paolo Rolli is gebaseerd op de in 1706 herziene versie van La costanze in trionfo (1696) van Francesco Silvani. Waar Silvani het verhaal in Noorwegen plaatste, koos Rolli voor het Midden-Oosten. Het verhaal lijkt geheel fictief.
Het voorgaande operaseizoen 1720-1721 was succesvol verlopen voor componist Giovanni Bononcini, wiens elegante en melodieuze muziekstijl duidelijk in de smaak viel bij het publiek. Hij was daarmee een grote concurrent voor Händel, die juist dramatisch en intens componeerde. Natuurlijk had Händel in april 1721 wel de 'competitie' gewonnen via hun gezamenlijke opera Muzio Scevola, maar hij deed duidelijk zijn best om met Floridante zo goed mogelijk de concurrentie aan te gaan. De muziek in Floridante bevat dan ook vele gedeeltes die korter en melodieuzer zijn dan in bijvoorbeeld Radamisto. Händel liet de grootsheid van Radamisto achterwege en koos voor een eenvoudiger stijl. Toch ontbreekt het niet aan Händels typische harmonische rijkdom, zoals blijkt uit de intense duetten Ah mia cara (eerste akte) en Furo di periglio (tweede akte).
Uiteindelijk was Floridante niet een echt succesvolle opera. Bononcini kwam in januari en februari 1722, direct na de voorstellingen van Floridante, met twee nieuwe opera's op de proppen, te weten Crispo en Griselda, die enthousiast werden ontvangen door het publiek.
Het karakter van Elmira is verheven en droevig, terwijl Rossane opgewekt en vriendelijk is. Aanvankelijk had Händel de rol van Elmira specifiek voor de sopraan Margherita Durastanti geschreven. Tijdens het schrijven van de tweede akte moest hij echter noodgedwongen de rollen van Elmira en Rossane aanpassen: Durastanti was tijdens haar verblijf in Italië namelijk ziek geworden en kon nooit meer op tijd terug zijn voor de première in Engeland. De rol ging nu naar contra-alt Anastasia Robinson: zij had een lagere stem en een kleiner bereik, dus Händel moest de sopraanrol transponeren. Ook paste hij het personage aan, zodat deze beter paste bij Robinsons persoonlijkheid. Toch lijkt Händel niet alles te hebben aangepast: hij liet de drie reeds geschreven aria's nagenoeg intact. De rol die Robinson aanvankelijk zou zingen, ging overigens naar de sopraan Maddalene Salvi, waarvoor Händel dus ook aanpassingen moest doen.
Bij de heropvoering van 4 december 1722 gaf Händel de rol van Rossane aan Durastanti. De castraatzanger Gaetano Berenstadt werd ingezet als Timante. Händel paste de opera stevig aan en voegde de drie aria's uit de cantate Crudele tiranno amor (HWV 97) toe aan de rol van Rossane.