| Radamisto | ||||
|---|---|---|---|---|
| Oorspronkelijke taal | Italiaans | |||
| Componist | Georg Friedrich Händel | |||
| Libretto | Nicola Francesco Haym (?) | |||
| Eerste opvoering | 27 april 1720 | |||
| Plaats van eerste opvoering | Londen | |||
| Catalogus | HWV 12a/12b | |||
| ||||
Radamisto, ook wel Radamistus, is een Italiaanstalige opera in drie aktes van de Duitse componist Georg Friedrich Händel. De première vond plaats in Londen op 27 april 1720.
Händel richtte in 1719 in Londen het operagezelschap Royal Academy of Music op. Voor de opening van het eerste seizoen begon hij alvast te schrijven aan zijn nieuwe opera Radamisto. Uiteindelijk koos hij voor de openingsavond van de Academy op 2 april 1720 alsnog voor een andere opera, namelijk Numitore van Giovanni Porta. Mogelijk speelde hierin mee dat hij Radamisto liever bewaarde voor een speciale gebeurtenis, zoals de aanstaande verzoening van koning George I met diens zoon. Het is eveneens mogelijk dat hij het gewoon te druk had met de Academy en dus onvoldoende tijd had om Radamisto te voltooien.
Op 27 april ging Radamisto (HWV 12a) alsnog in première in het King's Theatre. Händel had de opera opgedragen aan de koning, die zich vier dagen eerder inderdaad officieel had verzoend met zijn zoon. Beiden waren dan ook aanwezig bij de première van Radamisto. De première was succesvol en er volgden in mei en juni nog tien uitvoeringen.
In het tweede seizoen van de Academy stond Radamisto opnieuw op het programma. Op 28 december 1720 werd de herziene versie van Radamisto (HWV 12b) uitgevoerd, ook weer in het King's Theatre. Händel had de rolverdeling aangepast vanwege de komst van een aantal Italiaanse zangers en zangeressen; ook had hij nieuwe aria's toegevoegd. Op 31 december vond de tweede uitvoering van de herziene Radamisto plaats, gevolgd door nog eens vijf uitvoeringen in de periode tot 25 maart 1721.
Ook voor de heruitvoeringen in november 1721 en januari 1728 deed Händel weer diverse aanpassingen.
Johann Mattheson liet op 28 november 1722 in de Hamburgse Oper am Gänsemarkt een opera opvoeren onder de naam Zenobia oder Das Muster rechtschaffener ehelicher Liebe. Het betrof een aangepaste versie van Radamisto. De opvoering was succesvol en er zouden tot in 1726 nog dertig voorstellingen volgen.
Een door Joseph Wenz geschreven variant van Radamisto werd op 27 juni 1927 in Göttingen uitgevoerd.
Hieronder staat de rolverdeling van de twee uitvoeringen in 1720/1721. Bij de tweede uitvoering werden de rollen bijna alle door een andere zanger(es) gezongen.
| Rol | Toelichting | Stem
april-juni 1720 |
Zanger(es)
april-juni 1720 |
Stem
december 1720 - maart 1721 |
Zanger(es)
december 1720 - maart 1721 |
|---|---|---|---|---|---|
| Radamisto | zoon van Farasmane | sopraan | Margherita Durastanti | alt (castraat) | Senesino |
| Zenobia | vrouw van Radamisto | contra-alt | Anastasia Robinson | sopraan | Margherita Durastanti |
| Farasmane | koning van Thracië | bas | Lagarde | bas | Lagarde |
| Tiridate | koning van Armenië | tenor | Alexander Gordon | bas | Giuseppe Boschi |
| Polissena | vrouw van Tiridate | sopraan | Ann Turner Robinson | sopraan | Maddalena Salvai |
| Tigrane | prins van Pontus | sopraan | Caterina Galerati | sopraan (castraat) | Matteo Berselli |
| Fraarte | broer van Tiridate | sopraan (castraat) | Benedetto Baldassari | sopraan | Caterina Galerati |
Het verhaal is gebaseerd op een tekst uit de Annales van de Romeinse auteur Tacitus, waarin een incident wordt beschreven dat zich rond 51 n.Chr. heeft afgespeeld in Asia Minor.
Het verhaal draait om de liefde van de Armeense koning Tiridate voor Zenobia, de echtgenote van de Thracische prins Radamisto. Na een belegering door Tiridate weten Radamisto en Zenobia te ontkomen. Beiden geraken toch in gevangenschap van Tiridate, maar deze verliest de steun van zijn leger en van zijn vertrouwelingen Tigrane en Fraarte. Uiteindelijk vergeeft Radamisto zijn tegenstander Tiridate en laat hem weer koning zijn van Armenië, terwijl hij zelf weer met Zenobia wordt herenigd.

De opera Radamisto markeert een breuk in het componeerwerk van Händel. Hij had tot dan toe vooral eenvoudiger opera's gecomponeerd, maar koos met Radamisto voor een ernstiger toon en krachtige gebeurtenissen. De twee vrouwelijke hoofdrollen hebben een sterk karakter: Polissena is zeer loyaal aan haar echtgenoot Tiridate en toont zich een sterke vrouw, Zenobia blijft standvastig en dapper in haar liefde voor Radamisto. Händel had de hoofdrol van Radamisto speciaal geschreven voor de stem van sopraan Margherita Durastanti.
Vrijwel de gehele muziek was nieuw gecomponeerd. Händel had alleen een van zijn Italiaanse cantates en een deel van de Brockes Passion hergebruikt.
Opvallend is dat er geen prominente castraatzangers in de cast van april-juni 1720 zaten. Wel had Händel enkele Engelse uitvoerenden aangenomen, alhoewel hun niveau het niet haalde bij de Italiaanse zangers en zangeressen; alleen Anastasia Robinson kon enigszins meekomen.
Bij de uitvoering van december 1720 bracht Händel diverse wijzigingen aan in de rolverdeling: Durastanti werd nu ingezet als Zenobia, terwijl de sopraanrol van Radamisto werd getransponeerd naar een alt en zo geschikt werd voor de castraatzanger Senesino. Het was dan ook de komst van Senesino naar Londen die Händel had aangezet om de opera te herwerken. Hij verwijderde verder nog de aria Stragi, Morti en voegde tien nieuwe aria's, een duet en een kwartet toe. Verder werd de rol van Tiridate geschikt gemaakt voor de bas Giuseppe Boschi.
In 1721 schrapte Händel de rol van Fraarte. Bij de heropvoering in 1728 had hij de rollen van Zenobia en Polissena aangepast vanwege de sopranen Faustina Bordoni en Francesca Cuzzoni; tevens werd de rol van Tigrane aangepast voor de altcastraat Baldi.
Het is niet geheel duidelijk wie het libretto heeft geschreven. Charles Burney noemde Nicola Haym als de librettist, maar daar is geen echt bewijs voor. In ieder geval is het verhaal gebaseerd op het libretto L’amor tirannico, o Zenobia van Domenico Lalli. Het betreft Lalli's Florentijnse versie van 1712, die weer was gebaseerd op Lalli's eerdere Venetiaanse versie uit 1710. Lalli had zich overigens ook weer laten inspireren door een ander, namelijk L’amour tyrannique (Parijs, 1639) van Georges de Scudéry.