Fokker-orgel

Fokker-orgel na een bespeling, 2026

Het Fokker-orgel is een orgel waarop 31-toonsmuziek gespeeld kan worden. Het orgel is ontworpen door Adriaan Fokker. Er bestaat slechts één exemplaar van het orgel.

Geschiedenis

Fokker had al in de jaren 1940 het idee opgevat om een 31-toonsorgel te laten bouwen. Zijn inspiratiebron was de Lettre touchant le cycle harmonique van Christiaan Huygens uit 1691, waarin deze het 31-toonssysteem beschrijft.

Speeltafel
Fokker bespeelt het orgel, 1:29 na het begin van de film.

Het instrument werd in 1950 gebouwd door orgelbouwer B. (Bernard) Pels & Zoon in het Teylers Museum in Haarlem. Die keuze werd gemaakt, omdat Fokker van 1928 tot 1955 curator was van het Teylers Fysisch Kabinet. Bij het ontwerp was ook de amanuensis van Teylers laboratorium, J.M. Verbeek, betrokken.

De eerste uitvoering vond plaats op 10 september 1951, door Paul Christiaan van Westering. Hij speelde naast werk van zichzelf ook composities van Jan Pieterszoon Sweelinck, en Jan van Dijk. Vanaf 1952 werd Anton de Beer vaste organist. Onder anderen Henk Badings schreef muziek voor het orgel.

In 1960 richtte Fokker de Stichting Nauwluisterendheid op om het orgel te beheren en om de 31-toonsmuziek te stimuleren. De Stichting Nauwluisterendheid werd later hernoemd naar de Stichting Huygens-Fokker, die het orgel in 2025 nog steeds beheert en er muziekuitvoeringen op organiseert.

Het orgel is in 2000 ontmanteld en opgeslagen bij de bouwer Pels & Van Leeuwen in 's-Hertogenbosch, waar het werd gerestaureerd. Het is in 2009 geplaatst in de BAM-zaal in het Muziekgebouw aan 't IJ te Amsterdam, boven het glasraam dat uitkijkt op het IJ. Op zondag 17 mei 2009 werd het ingespeeld door onder anderen Danny de Graan en door Fokker-organist Joop van Goozen, die het instrument sinds tien jaar niet meer had bespeeld.

Ontwerp

Klaviatuur

De stemming van het is gebaseerd op middentoonstemming, maar heeft 19 extra tonen. Het orgel heeft 648 orgelpijpen, verdeeld over zes registers.

Klaviatuur

Ontwerp van het toetsenbord met de tonen aangegeven

Behalve de stemming van de pijpen was vooral het ontwerp van de klaviatuur (de toetsen) geen sinecure. Een toetsenbord met 31 toetsen per octaaf wordt al gauw te breed voor een mensenhand, en als men de toetsen verkleint, worden ze te smal voor een vinger. De klavieren – twee manualen en een pedaal – kregen daarom een nieuwe inrichting met steeds vier toetsen boven elkaar die elk een diëze (het kleinste interval in het 31-toonssysteem) van elkaar verschillen. De bovenste toets van de ene rij komt overeen met de onderste van de volgende; als het eerste rijtje bijvoorbeeld met een cis eindigt, kan men dezelfde cis ook op het tweede rijtje spelen. De zeven tonen zonder voortekens worden met witte toetsen gespeeld, net zoals op een piano. De tonen die met één mol of kruis worden aangegeven, hebben zwarte toetsen. Die lijken op die van een piano, maar zijn dubbel, een voor de verlaagde, de andere voor de verhoogde noot.

De overige tonen (die met kwarttoontekens dan wel dubbelkruisen of -mollen worden aangegeven) speelt men met blauwe toetsen.

Doordat er verdubbelingen van de toetsen op het klavier zijn aangebracht, kunnen complexe akkoorden op verschillende manieren gespeeld worden. Een ultrachromatische toonladder van vijfdetonen kan gespeeld worden door de toetsen die recht boven elkaar staan verticaal omhoog of naar beneden te bespelen.

Dispositie

De dispositie is als volgt:

Manuaal I C-g```

Quintadena 8`

Prestant 4`

Manuaal II C-g```

Salicionaal 8`

Roerfluit 4`

Pedaal C-f

Subbas 16`

Gedekt 8`

Koppelingen: I-II, P-I, P-II

Stemming: a' = 440 Hz (oorspronkelijk), a' = 443 Hz (na de plaatsing in het Muziekgebouw door de hogere temperatuur aldaar)

Pedalen

Er is bewust geen tweevoetsregister aan het orgel toegevoegd, omdat zulke registers snel ontstemmen. Dit zou bij een orgel met zulke subtiele toonafstanden nog veel storender zijn dan bij een conventioneler instrument.

Extra conventionele klaviatuur

Behalve de hierboven beschreven klavieren was er oorspronkelijk ook een conventionele klaviatuur met 12 toetsen per octaaf. De witte toetsen kwamen overeen met die op het grote klavier; de zwarte toetsen slaan de tonen cis, es, fis, gis en bes aan. Zo kon men oude muziek in een soort middentoonstemming spelen. Omdat er geen plaats was voor een tweede speeltafel in de zaal van het muziekgebouw, is dit klavier 2009 niet gerenoveerd. Het is vervangen door twee masterkeyboards, die via de MIDI aansluiting het orgel kunnen spelen.

Luidsprekers

Na de restauratie zijn er ook vier identieke speakers aan het orgel toegevoegd, die naast de pijpen staan. Deze kunnen vanuit het Fokker-orgel digitaal aangestuurd worden.