Formatie van Fooz

De Formatie van Fooz is een geologische formatie in de ondergrond van de Belgische provincies Henegouwen, Namen en Luik. Deze formatie behoort tot het Onder-Devoon en bestaat merendeels uit siltsteen en zandsteen.

De formatie werd ingevoerd door Jules Gosselet in 1873. Gosselet noemde wat hij beschreef als 'psammites de Fooz' naar het gehucht Fooz bij Wépion in de provincie Namen. Hij bestudeerde de lagen van de formatie in het ravijn achter het Château de Fooz op de linkeroever van de Maas.

Beschrijving

De Formatie van Fooz bestaat hoofdzakelijk uit olijfgroene, soms rossige siltsteen. Deze siltsteen wisselt af met schalie of lichtgekleurde zandsteen die rijk is aan mica's of kaolien. De afwisseling is vaak fijn gelaagd, maar er komen ook lichter gekleurde lagen voor waarin bioturbatie overheerst. In de top van de formatie komen veel roodbruine kleuren voor.

De basis van de formatie, het ongeveer 13 meter dikke Lid van Ombret, is tevens de basis van het Devoon. Onderaan bevindt zich een grof conglomeraat met klasten van kwartsiet, zandsteen en soms toermalijniet. Dit gaat over in een pakket grove arkosische zandsteen, met kenmerkende cross-beddingstructuren.

In het oosten van het verspreidingsgebied, langs de randen van het Massief van Stavelot, komt het Lid van Marteau voor. Dit lid bestaat uit fijne zandsteen en siltsteen met ten dele opgeloste kalkknollen.

De Formatie van Fooz is tussen de 150 en 200 meter dik. Met behulp van palynologie is ze in de top van het Lochkoviaan ingedeeld, de onderste etage in het Devoon. Dit betekent dat de ouderdom tussen de 415 en 410 miljoen jaar is.

Verspreiding en stratigrafische relaties

De Formatie van Fooz komt voor in de noordelijke flank van de Ardennen. Ze is te vinden langs de noordrand van het Synclinorium van Dinant, waar ze dagzoomt als een oost-westliggende continue band ten noorden van het oostelijke traject van de Maas en de Samber langs de Midi-overschuiving. In het oosten komt ze ook voor langs de rand van het Massief van Stavelot en in het Synclinorium van Verviers. Het stratotype bevindt zich langs de Maas bij Dave.

De basis van de Formatie van Fooz ligt, stratigrafisch gezien, met een erosieve hoekdiscordantie op het Siluur en Ordovicium. In de Condrozstrook zijn dat onder andere de Formaties van Génicot, Sart-Bernard en Vitrival-Bruyère. Verder naar het oosten, aan de rand van het Massief van Stavelot, dekt de Formatie van Fooz het Cambrium en Ordovicium van de Groepen van Salm, Revin en Deville af. De discordantie vertegenwoordigt een sedimentair hiaat van tientallen miljoenen jaren en is veroorzaakt door de Ardennische en Brabantse fases van tektonische beweging.

De Formatie van Fooz wordt afgedekt door de massieve zandsteen van de Formatie van Bois d'Ausse, die eveneens deel van het Lochkoviaan is. In het zuiden van de Ardennen komt de Formatie van Fooz niet voor; daar vormt de Formatie van Fépin de basis van het Devoon.