| Francesco Aiello | ||||
|---|---|---|---|---|
Francesco Aiello in 2016 | ||||
| Algemeen | ||||
| Geboortedatum | 1 augustus 1946 | |||
| Geboorteplaats | Vittoria | |||
| Land | Italië | |||
| Partij | PCI (1970–1991) PDS (1991–1998) DS (1998–2007) PD (2007–2008) Movimento di Azione Democratica / onafhankelijk centrumlinks | |||
| Functies | ||||
| 1978–1981 | Burgemeester van Vittoria | |||
| 1981–1995 | Lid van de Siciliaanse Regionale Vergadering | |||
| 1988–1989 | Burgemeester van Vittoria | |||
| 1992–1993 | Lid van de Siciliaanse regionale regering Landbouw en Bosbouw | |||
| 1995–2005 | Burgemeester van Vittoria | |||
| 2012 | Lid van de Siciliaanse regionale regering Landbouw en Bosbouw | |||
| ||||
Francesco Aiello, bijgenaamd Ciccio (Vittoria, 1 augustus 1946), is een Italiaans politicus, docent en auteur. Sinds 2021 is hij opnieuw burgemeester van Vittoria. Hij bekleedde het burgemeestersambt eerder gedurende verschillende perioden en kwam daarmee in totaal tot zeven ambtstermijnen. Van 1981 tot 1995 was hij gedurende drie zittingsperioden lid van de Siciliaanse Regionale Vergadering, het wetgevende orgaan van de autonome regio Sicilië, die krachtens een bijzonder statuut over eigen wetgevende bevoegdheden beschikt. Tussen 1992 en 1993 en opnieuw in 2012 maakte hij deel uit van de Siciliaanse regionale regering met de portefeuille Landbouw en Bosbouw.
Aiello is sinds 1970 actief in de Siciliaanse politiek en bekleedde gedurende meer dan een halve eeuw functies als gemeenteraadslid, burgemeester, regionaal parlementslid en lid van de regionale regering. Zijn politieke loopbaan werd herhaaldelijk behandeld door Italiaanse media als L'Unità, Il manifesto, La Repubblica, Il Foglio en het persbureau Agenzia Giornalistica Italia. Deze media publiceerden naast reguliere politieke berichtgeving ook biografische portretten en interviews over zijn persoon en politieke ontwikkeling.
Tot de gebeurtenissen waardoor hij ook buiten de lokale context bekendheid verwierf, behoren zijn reactie op het bloedbad van San Basilio op 2 januari 1999, waarna hij de Italiaanse regering verzocht het leger in te zetten, en een door hem aangevoerd protest van landbouwers uit de omgeving van Ragusa in Rome in 2002.
Zijn bestuurlijke activiteiten speelden zich af in een gebied dat van groot belang is voor de landbouweconomie van Zuid-Italië, maar eveneens wordt gekenmerkt door georganiseerde misdaad en criminele conflicten rond de controle over de lokale economie. Aiello werd door de jaren heen bedreigd en geïntimideerd en kreeg politiebescherming toegewezen. In januari 2026 berichtte de pers over nieuwe intimidaties tegen Aiello en het gemeentebestuur van Vittoria.
Naast zijn politieke werkzaamheden is Aiello actief als essayist en dichter.
Volgens een autobiografisch relaas van Aiello was zijn grootvader van moederskant landbouwer, terwijl zijn vader een groente- en fruitwinkel had in de wijk San Giovanni in Vittoria, waar Aiello vanaf zijn jeugd meewerkte om zijn gezin te helpen; naar eigen zeggen combineerde hij het werk in de winkel met zijn studie. Hij studeerde letteren aan de Universiteit van Catania en doceerde Italiaans en Latijn aan het klassieke en het wetenschappelijke lyceum in Vittoria.
Als lid van de Italiaanse Communistische Partij werd Aiello in 1970 op 24-jarige leeftijd voor het eerst gekozen in de gemeenteraad van Vittoria. Op 16 februari 1978 werd hij op 31-jarige leeftijd voor de eerste maal burgemeester. Hij bleef tot 9 april 1981 in functie. Een volgende ambtstermijn liep van 15 oktober 1988 tot 23 januari 1989.
Het gemeentebestuur, dat in deze periode werd gedragen door een coalitie van de PCI en de Italiaanse Socialistische Partij, realiseerde onder meer kinderdagverblijven, een gezinsadviescentrum en de vernieuwing van het gemeentelijke waterleidingnet. Een artikel in L'Unità uit 1980 omschreef Aiello als de "professor-burgemeester" en benadrukte zijn regelmatige persoonlijke aanwezigheid in de stadswijken.
De Siciliaanse Regionale Vergadering is het wetgevende orgaan van Sicilië, een autonome regio met een bijzonder statuut dat de rang van constitutionele wet heeft.
In 1981 werd Aiello gekozen in de Siciliaanse Regionale Vergadering. Hij bleef gedurende drie zittingsperioden, de negende, tiende en elfde, lid van het regionale parlement tot 1995.
Tijdens de elfde zittingsperiode werd hij tweemaal benoemd tot lid van de door Giuseppe Campione geleide regionale regeringen, met de portefeuille Landbouw en Bosbouw. Hij bekleedde deze functie van 16 juli 1992 tot 21 december 1993. Van 31 mei tot 25 oktober 2012 kreeg hij dezelfde portefeuille in de regionale regering van Raffaele Lombardo.
Tijdens zijn parlementaire werkzaamheden diende Aiello wetsvoorstellen in over landbouw, toegepast landbouwkundig onderzoek en de bescherming van lokaal erfgoed. Zijn initiatieven betroffen onder meer de vijgcactus en de Siciliaanse Liberty-architectuur.
Hij diende tevens een wetsvoorstel in om Scoglitti tot een zelfstandige gemeente te verheffen. Het voorstel doorliep de regionale wetgevingsprocedure niet volledig. Het streven naar mogelijke gemeentelijke zelfstandigheid werd later opgenomen in artikel 7 van het in augustus 2007 goedgekeurde gemeentestatuut van Vittoria. Deze bepaling werd niet behouden in de versie van het gemeentestatuut die bij gemeenteraadsbesluit nr. 8/2014 werd goedgekeurd; daarin wordt Scoglitti aangeduid als een frazione van Vittoria.
In de tiende en elfde zittingsperiode was Aiello eerste ondertekenaar van acht wetsvoorstellen, 84 parlementaire vragen, 45 interpellaties, twee moties en vijf voorstellen van orde.
In 1994 stelde Aiello zich zonder succes kandidaat voor het Italiaanse parlement. Bij de Europese verkiezingen van 1999 stond hij voor de Democratici di Sinistra op de derde plaats van de kandidatenlijst in het kiesdistrict van de Italiaanse eilanden. Hij werd niet verkozen.
In 1995 legde Aiello zijn zetel in de regionale vergadering neer om zich opnieuw kandidaat te stellen voor het burgemeesterschap van Vittoria. Bij de verkiezing van 14 mei 1995 werd hij in de eerste ronde verkozen met 18.170 stemmen, oftewel 63,26 procent.
Hij werd in 1997 met 19.594 stemmen en 71,21 procent en in 2002 met 16.620 stemmen en 52,93 procent opnieuw in de eerste ronde gekozen. Op 12 oktober 2005 trad hij af na een politieke crisis binnen de meerderheid in de gemeenteraad. Na zijn aftreden werd Salvatore Campo benoemd tot buitengewoon commissaris.
Op 2 januari 1999 werden in een bar in Vittoria vijf mensen gedood tijdens het zogenoemde bloedbad van San Basilio. De moordpartij hield verband met een conflict tussen rivaliserende maffiaclans over de controle van economische activiteiten rond de groente- en fruitmarkt van Vittoria.
Het bloedbad vond plaats tijdens Aiello's ambtstermijn als burgemeester. In de daaropvolgende dagen verzocht hij de Italiaanse regering het leger naar het gebied te sturen. Aiello stond destijds vanwege herhaalde bedreigingen al onder politiebescherming.
In 2002 publiceerde journalist Carlo Ruta het Dossier sul Palio di Vittoria, een onderzoek naar het stedenbouwkundige beleid van de gemeente en de herinvoering van een plaatselijke paardenwedstrijd.
In het dossier werden onder meer vraagtekens geplaatst bij een mogelijk belangenconflict rond een door het gemeentebestuur aangestelde adviseur voor procedures betreffende de regularisering van bouwwerken. Volgens Ruta zou deze adviseur tegelijkertijd als privépersoon verschillende van dergelijke procedures hebben behandeld, waaronder procedures voor personen die volgens het dossier banden hadden met de plaatselijke georganiseerde misdaad.
De herinvoering van de paardenwedstrijd werd tevens bekritiseerd door dieren- en milieuorganisaties, waaronder LAV, Legambiente en het WWF. Zij wezen op mogelijke dierenmishandeling en op het risico van illegale weddenschappen in de context van de zogenoemde zoomafia. De kwestie kreeg ook aandacht in het Italiaanse parlement en bij parlementaire organen die zich bezighielden met maffiabestrijding.
Aiello verwierp de beschuldigingen tegen zijn bestuur en plaatste deze in de bredere politieke strijd over de maffia, het antimaffiabeleid en het lokale bestuur in Vittoria. Volgens de aangehaalde bronnen leidden de in het dossier beschreven feiten niet tot strafrechtelijke procedures tegen Aiello of andere daarin genoemde personen. Evenmin zijn in verband met deze feiten strafrechtelijke veroordelingen gedocumenteerd.

Na zijn aftreden werd Aiello in 2006 namens de Democratici di Sinistra opnieuw gekozen in de gemeenteraad. In 2008 verliet hij na een conflict met de plaatselijke partijleiding de Partito Democratico. Hij richtte vervolgens het Movimento di Azione Democratica op, waarmee hij in de gemeenteraad oppositie voerde.
Bij de gemeenteraadsverkiezingen van 2011 stelde Aiello zich opnieuw kandidaat voor het burgemeesterschap, met steun van de door Raffaele Lombardo geleide Movimento per le Autonomie. Het verbond veroorzaakte spanningen binnen centrumlinks, omdat de Partito Democratico met Giuseppe Nicosia, een voormalige locoburgemeester onder Aiello, een eigen kandidaat naar voren schoof.
Tijdens de campagne beschuldigde Aiello de georganiseerde misdaad van mogelijke betrokkenheid bij de gemeentelijke afvalinzameling. Nicosia bekritiseerde op zijn beurt de samenstelling en leiding van Aiello's kandidatenlijst. Aiello eindigde in de eerste ronde als derde met 20,99 procent van de stemmen.
Bij de gemeenteraadsverkiezingen van 2016 bereikte Aiello de tweede ronde, maar verloor hij met 44,84 procent van de stemmen van Giovanni Moscato, die werd gesteund door centrumrechtse burgerlijsten.
Het gemeentebestuur van Moscato werd in 2018 ontbonden wegens vermoedelijke beïnvloeding door de georganiseerde misdaad. Tot de verkiezingen van 2021 werd de gemeente bestuurd door buitengewoon commissaris Filippo Dispenza. In 2024 werden Moscato en de andere vervolgde voormalige bestuurders volledig vrijgesproken.
Bij de gemeenteraadsverkiezingen van 2021 stelde Aiello zich kandidaat met de burgerlijst Aiello Sindaco. Hij werd gesteund door de Partito Democratico, de socialistische partij en de lijst Cento Passi per la Sicilia. De stedelijke watervoorziening was een van de onderwerpen van zijn campagne.
In de tweede ronde versloeg hij de centrumrechtse kandidaat Salvo Sallemi met 14.261 stemmen, oftewel 56,02 procent. Sallemi behaalde 43,98 procent. In april 2026 kondigde Aiello aan dat hij zich waarschijnlijk opnieuw kandidaat zou stellen voor het burgemeesterschap.
| Ambtstermijn | Begin | Einde | Politieke partij | Verkiezingsresultaat |
|---|---|---|---|---|
| 1 | 16 februari 1978 | 9 juli 1980 | PCI | Gekozen door de gemeenteraad |
| 2 | 9 juli 1980 | 9 april 1981 | PCI | Door de gemeenteraad in functie bevestigd |
| 3 | 15 oktober 1988 | 23 januari 1989 | PCI | Gekozen door de gemeenteraad |
| 4 | 17 mei 1995 | 1 oktober 1997 | PDS | In de eerste ronde gekozen met 18.170 stemmen (63,26%) |
| 5 | 1 oktober 1997 | 27 mei 2002 | PDS | In de eerste ronde gekozen met 19.594 stemmen (71,21%) |
| 6 | 27 mei 2002 | 12 oktober 2005 afgetreden |
DS | In de eerste ronde gekozen met 16.620 stemmen (52,93%) |
| 7 | 27 oktober 2021 | heden | Burgerlijst en centrumlinkse coalitie | In de tweede ronde gekozen met 14.261 stemmen (56,02%) |
Aiello's politieke ontwikkeling werd in de Italiaanse pers beschreven als een overgang van een vertegenwoordiger van traditioneel communistisch links naar een grotendeels onafhankelijke figuur binnen de lokale burgerpolitiek. L'Unità omschreef hem in de jaren tachtig vanwege zijn pragmatische bestuursstijl en aanwezigheid in de stadswijken als de "professor-burgemeester". Latere portretten in La Repubblica en Il Foglio noemden hem onder meer een capopopolo, een charismatische lokale volksleider, en de "laatste communist".
Aiello begon zijn politieke loopbaan bij de Italiaanse Communistische Partij. In een interview met Il Foglio uit 2025 verbond hij zijn politieke vorming aan een ontmoeting met partijleider Enrico Berlinguer in Vittoria in 1979. Volgens Aiello informeerde Berlinguer tijdens deze ontmoeting uitsluitend naar de sociale voorzieningen van de stad en niet naar interne partijstromingen. De ontmoeting zou later tot zijn eerste kandidatuur voor de Siciliaanse Regionale Vergadering hebben geleid.
In de loop van zijn loopbaan ontwikkelde Aiello een steeds onafhankelijker positie tegenover nationale partijorganisaties. In 2008 verliet hij na een open conflict met de plaatselijke partijleiding de Partito Democratico. Hij verweet de partij de traditionele vertegenwoordiging van arbeiders en landbouwers te hebben ingeruild voor speculatieve belangen. Vervolgens richtte hij het Movimento di Azione Democratica op.
Zijn territoriale pragmatisme kwam naar voren bij de gemeenteraadsverkiezingen van 2011, toen hij een verbond sloot met Raffaele Lombardo's Movimento per l'Autonomia en het opnam tegen de officiële kandidaat van de Partito Democratico. De pers vergeleek de plaatselijke politieke verhoudingen daarbij met de verhalen rond Don Camillo en Peppone.
Aiello beschreef het verbond met Lombardo als een vorm van institutionele "perestrojka", waarmee bestaande Siciliaanse machtsstructuren van binnenuit moesten worden veranderd. In 2012 nam hij vervolgens plaats in de door Lombardo geleide regionale regering.
In januari 2002 leidde Aiello een protest van landbouwers uit de omgeving van Ragusa in Rome. Met landbouwproducten geladen vrachtwagens reden naar de hoofdstad om te demonstreren tegen het beleid van het toen door Gianni Alemanno geleide ministerie van Landbouw.
Aiello bekritiseerde daarbij ook televisieprogramma's van Bruno Vespa en Maurizio Costanzo. Hij verweet deze programma's bij te dragen aan een nadelige voorstelling van verse landbouwproducten tegenover industrieel geconserveerde voedingsmiddelen.
Tijdens Aiello's ambtstermijnen tussen 1995 en 2005 ondersteunde het gemeentebestuur initiatieven ter bevordering van de plaatselijke wijnbouw. Hiertoe behoorden een gemeentelijk wijnbouwplan van oenoloog Mario Fregoni en steun voor de oprichting van een beschermingsconsortium. In 2005 kreeg de Cerasuolo di Vittoria als eerste Siciliaanse wijn de status van DOCG.
In latere ambtstermijnen ondersteunde het gemeentebestuur verdere projecten rond wijnbouw, gastronomie en regionale cultuur. Daaronder vielen de toekenning van het ereburgerschap aan Fregoni en de medefinanciering van het project Parco del Cerasuolo di Vittoria.
De gebrekkige infrastructuur van de watervoorziening van Vittoria was een belangrijk politiek onderwerp tijdens de in 2021 begonnen ambtstermijn. Vertegenwoordigers van de plaatselijke oppositie verwezen in 2025 naar Aiello's eerdere verkiezingsbeloften en verweten zijn bestuur de aangekondigde snelle verbetering van de watervoorziening niet te hebben gerealiseerd.
In de zomer van 2025 bekritiseerden centrumrechtse partijen het beheer van de watercrisis. Zij hielden Aiello verantwoordelijk voor onderbrekingen van de watervoorziening en bekritiseerden het uitblijven van eerder voorgestelde ontziltingsinstallaties.
Het gemeentebestuur schreef een deel van de problemen toe aan de regionale waterleverancier Siciliacque S.p.A. In juli 2025 bereikten Aiello en het bedrijf een overeenkomst over onmiddellijke maatregelen tegen de watercrisis.
Tussen de gemeente en Siciliacque bestond daarnaast een juridisch geschil over rekeningen uit 2014 en 2015. In januari 2026 veroordeelde het hof van beroep van Catania de gemeente Vittoria tot betaling van meer dan 650.000 euro aan het bedrijf. Het hof wijzigde daarmee het eerdere oordeel over het tarief dat voor de noodwatervoorziening moest worden toegepast.
In juni 2026 veroordeelde de rechtbank van Ragusa Aiello tot een geldboete wegens lasterlijke uitlatingen over Giuseppe Zarba, de voormalige voorzitter van de vereniging van commissionairs van de groente- en fruitmarkt van Vittoria. De procedure had betrekking op uitspraken van Aiello uit mei 2024.
Het Openbaar Ministerie had om vrijspraak gevraagd, omdat het de uitspraken als toegestane politieke kritiek beschouwde. De rechtbank oordeelde anders. Aiello's advocaat Giuseppe Russotto kondigde aan een hoger beroep te overwegen.
Naast zijn politieke werk publiceerde Aiello verschillende dichtbundels en het autobiografisch getinte essay La città difficile uit 2016. Daarin behandelt hij de politieke en criminele structuren waarmee lokale bestuurders op Sicilië volgens hem worden geconfronteerd.