Francesco Cupani

Francesco Cupani
Francesco Cupani
Geboren Mirto, 21 januari 1657
Overleden Palermo, 19 januari 1710
Geboorteland Koninkrijk Sicilië
Beroep Botanicus, franciscaan
Bekend van Hortus Catholicus, een catalogus van de botanische tuin van de prins van Cattolica in Misilmeri
Toelichting
De bovenaangeduide standaardaanduiding, conform de database bij IPNI, kan gebruikt worden om Francesco Cupani aan te duiden bij het citeren van een botanische naam. In de Index Kewensis is een lijst te vinden van door deze persoon (mede) gepubliceerde namen.
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Fruit van een Cupania

Francesco Cupani (Mirto, 21 januari 1657 – Palermo, 19 januari 1710) was een franciscaan, medicus en het meest bekend als botanicus in het Spaanse koninkrijk Sicilië.

Na de oprichting van een botanische tuin door Pietro Castelli in Messina, was het Cupani die de tweede botanische tuin met internationale planten oprichtte in Sicilië. Cupani bouwde zijn botanische tuin uit in Misilmeri, een dorp nabij Palermo. Palermo volgde hem met een derde botanische tuin in de stad zelf.

Levensloop

Cupani groeide op in het dorp Mirto bij Messina op Sicilië. Aan de universiteit van Messina studeerde hij af tot medicus. Vervolgens koos hij voor het kloosterleven (1681). Hij trad in bij de franciscanen in Palermo. Aan de franciscaner hogeschool aldaar promoveerde hij tot doctor in de filosofie en tot magister in de theologie. De Orde der franciscanen stuurde hem naar kloosters om novicen te onderwijzen. Zo gaf hij filosofie in Verona en theologie in Palermo.

Hij legde zich toe op de plantkunde, waar hij zich al tijdens zijn geneeskundestudies graag in verdiepte. De cisterciënzer monnik Paolo Boccone was zijn leermeester in de plantkunde. Boccone had een internationale reputatie in botanica opgebouwd als hofbotanicus van groothertog Ferdinando II de' Medici. Cupani startte met het uitschrijven van een classificatie van vruchtdragende planten. Tussen de beschrijvingen van fruitbomen was zijn beschrijving van de amandelboom het meest uitgebreid. Zijn wetenschappelijk onderzoek mondde uit in twee naslagwerken: Catalogus plantarum Sicularum noviter adinventarum (1692) en Syllabus plantarum Siciliae nuper detectarum (1694).

Zijn werk trok de aandacht van Giuseppe del Bosco, prins van Cattolica (1692). De prins financierde de aanleg van een botanische tuin in een van zijn leengoederen, het dorp Misilmeri. Cupani verbreedde zijn aandacht nu naar planten van buiten Sicilië. Hiertoe kon hij steunen op een netwerk van Europese botanici. Hij schreef talrijke brieven. Voor de transportkosten van planten en voor het leggen van relaties steunde Cupani op de prins van Cattolica. Hij correspondeerde met Caspar Commelin in de Nederlanden, met Joseph Pitton de Tournefort in Frankrijk en met William Sherard in Engeland. Hij bestudeerde ook fossielen, mineralen en vogels.

In 1696 publiceerde Cupani zijn magnum opus: de Hortus Catholicus, genoemd naar de tuin van de prins van Cattolica. Het bevat een uitgebreide oplijsting met beschrijvingen van alle planten uit deze tuin. Dit boek gaf hem Europese bekendheid.

Cupani overleed in 1710. Op zijn sterfbed gaf hij de opdracht om al zijn notities af te werken tot een boek en naar de drukker te brengen.

Na zijn dood verwilderde de botanische tuin. Een deel van de collectie werd overgebracht naar de botanische tuin in Palermo. Van Cupani's botanische tuin, die zich in de kasteeltuin bevond, is niets overgebleven.

Werken

Planten naar hem genoemd

Het plantengeslacht Cupania in de Zeepboomfamilie draagt de naam van Cupani.

De volgende plantensoorten zijn naar hem genoemd: